Tegenwoordig dankt Fibonacci zijn beroemdheid vooral aan een getallenrij die naar hem vernoemd is en die hij in zijn boek beschrijft. De eerste termen van deze rij zijn: 0, 1, 1, 2, 3, 5, 8, 13, 21, 34, 55, 89, 144, 233, 377, ... , (oeis.org/classic/A000045). De structuur van deze reeks is simpel. Na F(0)=0 en F(1)=1 is elke volgende term de som van de twee die er aan voorafgaan. De Fibonacci rij heeft intrigerende eigenschappen, zie Wikipedia (en.wikipedia.org/wiki/Fibonacci_number) en de website van Ron Knott (maths.surrey.ac.uk/hosted-sites/R.Knott/Fibonacci/fib.html).
Knott bespreekt op zijn website onder andere de tafelopstellingen voor een schaakwedstrijd als er sprake is van een even aantal spelers en maximaal 2 rijen. Voor 2 spelers geldt dat er slechts 1 tafelopstelling is en voor 4 spelers zijn het er 2. Er zijn 3 tafelopstellingen voor 6 spelers, zie de figuur. Bij 8 (resp. 10) spelers zijn er 5 (resp. 8) tafelopstellingen te bedenken en komt de Fibonacci reeks al in beeld. Wellicht is het een idee voor de wedstrijdleider extern om bij Promotie met de Fibonacci tafelopstellingen te experimenteren. Andere clubs zullen er van opkijken.

De drie mogelijke tafelopstellingen in maximaal twee rijen voor zes schakers.
Elkies is net als Fibonacci een beroemd wiskundige. In 1993 werd hij op zesentwintig jarige leeftijd benoemd tot professor aan de Harvard universteit. Hij werd daarmee aan Harvard de jongste professor aller tijden. Een van zijn hobby’s is schaken. Met name de relatie tussen schaken en wiskunde interesseert hem. Hij schaakt niet slecht. In 1996 werd hij in Tel Aviv tot zijn eigen verbazing wereldkampioen bij het probleemoplossen. Hij construeert ook problemen: Meestal problemen met een bizarre pointe. Met de kerst van 2009 trof ik er eentje op chessbase.com aan (chessbase.com/puzzle/christmas2009/chr09-sol2.htm). Een remise in 50 zetten. Hieronder een staaltje van zijn kunnen uit bovengenoemd artikel.

N.D. Elkies (2003)
P.M. Ik heb wel een bewijs maar dat lijkt me niet het eenvoudige bewijs waar Elkies in zijn artikel over rept. Voor mijn bewijs ging ik te rade bij “Introductory Graph Theory” van Gary Chartrand (1985, p.218-220). Kopen dit boek! Al was het maar vanwege de omslag waarop een schaakbord met een gesloten paardentoer voorkomt. Een boek voor op de salontafel!