Later ging ik bij Leithen spelen. Ik kwam in het eerste terecht, samen met onder anderen Caroline Slingerland. Dat was een meisje van twaalf, iemand die zo te zien niet meer in Sinterklaas maar nog wel in de ooievaar geloofde. Ze had hele lieve poppenkrulletjes, en was bovendien in allerlei categorieën Nederlands jeugdkampioen. Eén keer merkte ik dat een ons bezoekende tegenstander, een vlezige man, zich letterlijk in de handen wreef toen hij zag tegen wie hij moest spelen. Warme gevoelens van leedvermaak welden in mij op. Nog zie ik zijn dikke vingers de verliezende zet uitvoeren, uren later. We wonnen ook de wedstrijd.
Edwin van Haastert speelt bij LSG, mijn huidige club. Jaren geleden speelde ik daar mijn eerste interne wedstrijd. Tegen Edwin. Ik kende er vrijwel niemand, en ook Edwin was mij volkomen onbekend. Een sympathieke jongen stelde zich aan me voor en we begonnen te schaken. Er was nog weinig aan de hand toen ik in zijn bedenktijd langs het mededelingenbord liep. Daar hing de stand van de interne competitie, elf kolommen van tien, want LSG is een grote vereniging. Ik vond mijn eigen naam terug in de elfde kolom, net nieuw tenslotte. Om te zien waar mijn tegenstander zich op die lijst bevond, moest ik alle kolommen afwerken, van rechts naar links. Hij stond in de eerste, helemaal bovenaan! Enigszins ontdaan keerde ik terug naar mijn plek achter het bord. Vlak nadat ik mijn zet had uitgevoerd, zag ik dat die me een paard zou kosten. Wonderlijk hoe snel je stemming in vijf minuten kan omslaan. Tot mijn verbazing weigerde Edwin na drie kwartier denken het paard te confisqueren. "Goed gespeeld", prees hij me na afloop, toen ik was opgeknoopt. "Kijk, had ik hier genomen, dan..." En hij liet een prachtige serie nooit voorziene varianten passeren. Edwin had me overschat, wat natuurlijk vleiend was. Inmiddels is hij al een tijdje IM.
Al met al is het maar het beste om onderschat te worden. Door John van der Wiel bijvoorbeeld. Dat was pas leuk!