Dat laatste, dat met die details, heeft wellicht een diepere achtergrond. Toen ik student was begreep ik de details van een wiskundig bewijs behoorlijk snel, maar het kostte me toen, geloof ik, relatief meer tijd de innerlijke verbanden te doorzien. Nu lijkt de situatie definitief omgekeerd te zijn. De dendritische structuur van een kennisgebied doorzie ik nu scherper en gemakkelijker dan op mijn drieëntwintigste. Ik doorzie daarmee de echte problemen beter, maar voor het opnemen van details heb ik nu meer tijd nodig dan in het grijze verleden. Er is duidelijk iets veranderd in mijn bovenkamer. In mijn professie is dat geen probleem. Sterker, op mijn leeftijd is het juist belangrijk dat ik het jonge tuig kan aangeven welk probleem relevant is en in welke richting oplossingen gezocht moeten worden. Het feit dat ik iets meer tijd nodig heb voor details speelt geen enkele rol. Op het schaakbord is het echter nu juist daarom foute boel; schaken is een spel van details en die moeten in korte tijd worden onderkend.
De rechtlijnige conclusie zou zijn dat ik het schaken vaarwel moet zeggen, maar dat wil ik niet. Ik hoop nog steeds dat ik af en toe kan vlammen. Het is een vorm van ijdelheid waarvan ik nog geen afstand wens te doen. Maar inmiddels is een en ander wel een strijd geworden tussen willen en kunnen.
Caďssa, gij edele vrouwe, weest barmhartig voor dit aanstaande oudje, hij hangt met zijn vingertoppen aan de dakgoot!

Meer columns van Manuel Nepveu
19 november 2011