Een schaker die ik al geruime tijd mis is Henk Luitjes. Tijdens het bezoek van Willem Broekman, Bernard Bannink, Manuel Nepveu en Henk Alberts aan Bolivia dit jaar moest ik onwillekeurig aan onze vaste reisgenoot denken. Ik stelde me voor hoe we met zijn zessen door Bolivia reisden. In Samaipata zou Henk ongetwijfeld zo snel mogelijk zijn lopers afruilen om daarna te proberen met zijn paarden de vijandelijke stelling onder de voet te lopen. Dat heeft hij bij mij ook een keer geprobeerd. In een partij die we in 1985 speelden stonden er na zegge en schrijve zestien zetten twee lopers en twee paarden op het bord. Henk keek op dat moment heel tevreden uit zijn ogen want hij had de teugels van beide paarden in handen. Henk was er echter niet bij in Bolivia. Begin juni 2000, vlak voordat we naar Liechtenstein afreisden zag ik hem voor het laatst. Hij was, hoewel ongeneeslijk ziek, opgewekt als altijd. Zijn kinderen hadden het veel moeilijker met de onmogelijke situatie. Ik zie ze nu nog sprakeloos en met een verbijsterde blik in hun ogen naast het bed van hun vader staan. Nog geen maand later, op 6 juli 2000, verliet Henk ons.
Zo af en toe kom ik namen tegen van schakers die ik ooit eens achter het bord ontmoet heb en nu weg zijn. Meestal zijn ze oud als ze ons hier achterlaten. De eindspelcomponist drs. Th.C.L. Kok, die ik in Breukelen achter het bord trof, vierde in 1999 nog zijn 93ste verjaardag, en Willem Jan Wolthuis, die ik tijdens de Amsterdamse Schaakolympiade ontmoette, bereikte in 2006 de leeftijd van 86. Beiden schaakten hun hele leven lang. Zo namen ze in 1946 allebei aan het Vierstedentoernooi (Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag) deel! Dat was drie jaar voordat ik mijn entree in deze wereld maakte.
Een enkeling is nog jong als hij het hier voor gezien moet houden. Without Rik Lith all the chess café are empty las ik in maart 2007 op de ChessVibes website. Zijn naam en gezicht kwamen me vaag bekend voor. Toen ik mijn schaakpartijen doorkeek ging er een belletje bij me rinkelen. Op 28 mei 1988 troffen we elkaar achter het bord in het Oranjehuis aan de Ostadelaan in Amsterdam tijdens een wedstrijd van Promotie tegen Caïssa. In Emoties heb ik later in het clubblad uit de doeken gedaan hoe hij mij bij die gelegenheid kansloos versloeg. Rik was pas 52 toen hij vertrok. Op ChessVibes staat de tekst van de toespraak die Roel van Duijn hield bij de begrafenis van Rik. Er staan drie van zijn partijen bij. Een winstpartij tegen Hans Böhm, een remise tegen Predrag Nikolic en een remise tegen Dr. Max Euwe. De laatste partij is voorzien van het commentaar van de oud-wereldkampioen zoals dat in het meinummer van Schakend Nederland in 1981 verscheen.
Elke keer als er een schaker vertrekt wordt het wat stiller om ons heen. Het zijn onze dichters die onze gevoelens het scherpst in woorden weten te vangen. Gustavo Bécquer in zijn Cerraron sus ojos (Ante aquel contraste de vida y misterio, de luz y tinieblas, yo pensé un momento: ¡Dios mío, qué solos se quedan los muertos!). Ida Gerhardt in haar De gestorvene (‘Zeven maal over de zeeën te gaan – zeven maal om met z’n tweeën te staan!’). Johann Wolfgang Goethe in zijn Der Erlkönig (Wer reitet so spät durch Nacht und Wind? Er ist der Vater mit seinem Kind. ... “Mein Sohn, was birgst du so bang dein Gesicht?” “Siehst Vater, du den Erlkönig nicht?”). Dylan Thomas in zijn And death shall have no dominion (Though they go mad they shall be sane, Though they sink through the sea they shall rise again, Though lovers be lost love shall not; And death shall have no dominion.).