Sergei Tiviakov is inmiddels kampioen van Nederland geworden, lees ik. Na elf ronden samen met Daniël Stellwagen een vol punt voor op de rest. Wat nu? Vluggertjes. Tiviakov verslaat Stellwagen, die tot het laatst in het reguliere toernooi heeft zitten knokken en minder tijd krijgt om te herstellen. "Ben je verdiend kampioen geworden?", vraagt een journalist. "Ja", zegt de ex-Rus, "moet je kijken wat een geluk Stellwagen heeft gehad." Misschien is hij even vergeten dat Willy Hendriks hem overspeeld had en dat deze Hendriks gewoon had moeten winnen in plaats van te verliezen. Ik mag die ex-Rus niet zo. Ik heb het trouwens ook niet zo op een tie break met vluggertjes.
Er zijn sporten waar een gelijkspel niet bestaat. Tennis, volleybal, nou ja, vul het rijtje maar aan. Knock-outtoernooien kennen ook maar één winnaar, ook al kunnen de onderlinge potjes wel gelijk eindigen. Strafballen of een ander verzinsel moeten dan uitkomst brengen. Ons mooie spel kent gelukkig de remise. En bij een twaalfkamp kun je zomaar een paar mensen ex aequo op de eerste plaats verwachten. Die zijn dan even sterk en alletwee kampioen. Wil je maar één kampioen? Gooi er dan een tweekamp achteraan, maar wel in de discipline waar het eigenlijk om ging. Twee marathonlopers die bij de Olympische Spelen per ongeluk in precies dezelfde tijd winnen, krijgen beiden een gouden plak. Die hoeven niet nog even een honderd-metersprint te doen om te laten zien wie de beste hardloper is.
En Valérie? Die geniet hopelijk nog heel lang na van mijn lessen. Want mensen die lezen en schaken worden minder snel dement, meldt mijn lijfblad zojuist.