Gegokt en gewonnen
Manuel Nepveu - 16 November 2012
In de loop van de tijd zijn er heel wat beroepsschakers in het gokcircuit terecht gekomen, preciezer gezegd in het pokercircuit. Nu weet ik niets van poker en ik was dan ook verbaasd toen ik hoorde dat veel (“de een na de ander”) hun geluk gingen beproeven in deze discipline. Misschien, echter, is deze overgang te begrijpen als je het schaakspel zelf als (soms) een plechtstatige vorm van poker opvat. Na de laatste KNSB-ronde ben ik iets meer geneigd dit geen volkomen idiote opvatting te vinden. Maar we moeten niet overdrijven; tijdens deze ronde waren er een aantal partijen die niets met poker te maken hadden. Ikzelf speelde een weinig kleurrijke partij waarbij het om het vergaren van kleine voordeeltjes ging. Na vierentwintig zetten had ik nog steeds niets tastbaars vergaard, mijn tegenstander ook niet en het viel ook niet te zien hoe hier iets aan veranderd kon worden. Op mijn voorstel remise. Met poker had dit niets te maken. Naast mij had een teamgenoot een paardeindspel met een pluspion. Gewonnen stelling dus. Plots speelde de onzalige, van alle goede geesten verlaten, een grafzet waardoor zijn tegenstander in open veld stikmat in twee kon geven. Met poker had dit niets te maken. Aan een van de hoge borden had iemand een stelling op het bord die alle kenmerken had van een Franse verdediging. Alleen, hij behandelde de stelling niet zoals een gepokte en gemazelde Frans-speler dat zou doen, kwam in grote problemen en verloor. Met poker had dit niets te maken. Maar dan het bord van de met wit spelende Sipke! Ongedekte loper op b2, vijandelijke dame op f6 en hatsjekiedee: d4-d5 en de dame kon zich vrijwel kosteloos bedienen op b2. Ik wist niet wat ik zag. Sipke kreeg er even later een niet ongevaarlijk ogende vrijpion op e7 voor terug en al zijn stukken zwermden in de buurt van de pion (en, indirect, de zwarte koning), te weten een paard, een toren en een dame. De aanval van Sipke leek niet ongevaarlijk. Kiebitzers Minnema en Boerkamp, niet te beroerd om 160 km te rijden om van de kanjers van het Eerste te leren (hulde, heren!), zaten al aan dameoffers te denken. Helaas, helaas, helaas moest iemand uit het Eerste de heren uit de droom helpen. Ondertussen was duidelijk dat de tegenstander van Sipke nog maar over een paar minuten beschikte, terwijl de veertigste zet zich nog ver achter de horizon bevond. Dat was een meevaller. Uiteindelijk, met letterlijk nog één seconde op de digitale klok en nog zo'n vier of vijf zetten te gaan gaf de tegenstander op. Na de partij bleek dat de op zich interessante gedachte van Sipke had moeten verliezen. Hij had het ook niet kunnen doorrekenen en moest uiteindelijk op de onderbuik vertrouwen. Sipke was flink geholpen geweest door een tegenstander die op zeker moment a tempo moest zetten,terwijl de situatie toen eigenlijk in diens voordeel was verkeerd. Gegokt en gewonnen, ook al was het dan geen “pure” gok. Schaken als plechtstatig gokken, tja er is iets voor te zeggen. |