Voorbarige zorgen
Theo Mooijman - 01 December 2012
Ik worstel met de vraag of het van 'goed columnistenschap' getuigt om een thema nog een keer te gebruiken. Wordt in zo'n geval een gebrek aan creativiteit vermoed of houdt de lezer het op gemakzucht? Houden beroepscolumnisten nauwgezet bij wat ze voor wie geschreven hebben om dat risico te voorkomen? Zijn het voorbarige zorgen van mij? Laat ik het er in ieder geval toch maar op wagen. Het wordt een vervolg op mijn columns 'bekerleed' en 'heerlijk tikken'. Het bekerteam van Hoogeveen-2 werd in de strijd om de NOSBO-beker opnieuw aan Veendam gekoppeld. Dit keer echter in een uitwedstrijd en tegen Veendam-1 in plaats van Veendam-2. De avond voor de match ontving ik een vriendelijke e-mail met daarin de felicitaties met het bereiken van de volgende ronde. De grote vereniging Hoogeveen zag geen kans met vier man af te reizen en met drie man achtten zij zich bij voorbaat kansloos. Men kwam dus niet.
Hoe moet je daar nu tegen aan kijken? Ik kon de zaal en de spelers nog tijdig afzeggen: voor ons dus geen problemen. Het is anders als we er naar kijken vanuit de opzet van het toernooi. Verre uitwedstrijden tegen sterkere tegenstanders horen er gewoon bij. Als teams zich opgeven, betekent dat dat de spelers zich conformeren aan de opzet. Voor het eerste team mogen maar acht spelers uitkomen, maar omdat er geen Hoogeveen-3 is opgegeven kunnen alle andere leden spelen voor het 2e bekerteam. Dat er dan geen vier man kunnen worden gevonden om af te reizen naar een verre bestemming is triest voor de vereniging, maar ook voor onze sport. Hoe Hoogeveen-1 tegen een reis naar Veendam zou hebben aangekeken, daar komen we dit jaar niet achter. Doordat zij enigszins verrassend van Roden verloren, komen niet zij, maar de Rodenaren binnenkort naar de Veenkoloniën voor de tweede ronde. Het zich beeldend uitdrukken door middel van het schaken, dat blijft in de mode. En valt dus niet meer zo op. Doch als de recensiekoning (wekelijkse rubriek op het achterpagina van de Volkskrant) zich er van bedient, dan kan dat toch niet onvermeld blijven. Onderwerp was: “voorbarige zorgen”. De vraag werd opgeworpen of er iets in ons brein zit dat rekening wil houden met de verre toekomst. En dan komt het: “Als een schaker die wil weten op welk veld hij de koning mat gaat zetten, nog voor er ook maar één pion van plek is gewisseld”. Het onnavolgbare (niet ongewoon in deze rubriek) voor mij is dat hier geen sprake lijkt van voorbarige zorgen. Het winnen door mat staat al vast. Het veld kan alleen van belang zijn als men er een weddenschap op heeft afgesloten. Bij een hoge inzet kan ik mij dan wel enige zorgen voorstellen.
Ook in het gesproken woord geen gebrek aan schaak-beeldspraak. In een recente gemeenteraadsvergadering zei de burgemeester “de gemeente kan niet op twee borden tegelijk schaken”, zag mij zitten en vervolgde met “dat kan natuurlijk wel, maar u weet wat ik bedoel”. En inderdaad, dat weten we. De gemeente kan niet van twee walletjes eten.
In de casus was het een juiste stelling. Maar hoe zou het volgende moeten worden omschreven? Jarenlang hoge grondprijzen rekenen, die doorwerken in de WOZ-waarde en vervolgen de OZB, die uitgaat van de WOZ-waarde, gedurende vier jaar jaarlijks met 10% verhogen. Het raadsbesluit over de verhoging is met 19:1 aangenomen (één maal raden wie er tegenstemde); voorbarige zorgen zijn echte zorgen geworden. |