De schone dopingjager
Ruurd Kunnen - 17 March 2013
Michael Boogerd heeft nu ook toegegeven dat hij doping heeft gebruikt. Van 1997 tot het eind van zijn carrière in 2007 heeft hij op gezette tijden epo, bloeddoping en cortisonen genomen. Het leverde hem onder andere de schitterende overwinning in de bergetappe naar La Plagne in de Tour van 2002 op. Er heerst alom grote verontwaardiging over het dopinggebruik in de wielersport en dat is bijzonder ergerlijk. De hypocrisie is in de sportwereld groter dan in welke maatschappelijke sector dan ook. De meeste dopingjagers zijn hypocriet. Dopingbestrijding is big business. De jacht op dopinggebruikers kost meer dan het dopinggebruik zelf. Terwijl de slikkers hun lichaam afbeulen op de flanken van de Galibier nemen de jagers in de volgauto een frisse blanc sec. Hun werk begint ’s avonds, aan de vergadertafel. Hoor ze huilen in het bos, de wolven, en ga na wat ze tien jaar geleden deden. Hypocriet zijn ook de eigenaars van de ploegen en de grote rondes. Dat zij op de hoogte waren van het dopinggebruik in het peloton is boven elke twijfel verheven. Zij hadden er juist alle belang bij, want zonder versterkertje is het zelfs voor de best getrainde wielrenners godsonmogelijk binnen de voorgeschreven tijd zoveel kilometers af te leggen en zoveel bergen te beklimmen, als de rondebazen van hen verlangen om hun winstgevende handel draaiende te houden. Rabo-topman Piet Moerland voelt zich “bekocht, misleid en voor de gek gehouden” door de gedrogeerde renners en de begeleiders van zijn wielerformatie. Pietje, Pietje, dat gelooft helemaal niemand. Maar iedereen begrijpt je: als je toegeeft dat je het wel wist, dan kelderen de winsten van Rabo en dan kun jij je bonussen wel op je buik schrijven. Over de media wil ik het niet eens hebben. Ze smullen van de kwestie, net zoals ze hebben gesmuld op La Plagne en Alpe d’Huez, en als straks mocht blijken dat iedereen het nu bij het verkeerde eind heeft, zullen ze daar weer van smullen. De media smullen altijd, behalve als hun zendtijd wordt beknot. Het meest hypocriet zijn de renners van Blanco, de opvolger van de Rabo-ploeg. Lars Boom, Bauke Mollema, Robert Geesink. Geheel in de stijl van de moderne jeugd sabelen ze de generatie van Armstrong en Boogerd neer. Geen enkel respect hebben ze voor de bedriegers die hun mooie sport in diskrediet hebben gebracht. Maar ondertussen plukken ze wel de rijpe financiële vruchten van anderhalve eeuw wielrennen. Denken die verwende nesten van de Blanco-ploeg dat ze zonder de oude helden van het hooggebergte en slaven van de weg überhaupt profwielrenner hadden kunnen worden? Geloven ze echt dat de Tour de France de heroïsche Grande Boucle was geweest zonder mannen als Tommy Simpson? Achten zij zichzelf groter dan illustere voorgangers als Joop Zoetemelk, Steven Rooks en Gert-Jan Teunissen? Vinden zij werkelijk dat er schoon schip moet worden gemaakt, omdat anders de wielersport naar de kloten gaat? Dat Jan Jansen, Henny Kuipers, Jan Raas en Erik Breukink “eindelijk eens” moeten toegeven dat zij dopingzondaars zijn? Zelf hebben ze nooit doping gebruikt. Ze hebben ook nog nooit iets gewonnen. Hoe lang gaan ze dat volhouden? Eén persoon wil ik vrijpleiten van hypocrisie, namelijk Herman Ram, directeur van de Nederlandse Dopingautoriteit. Je ziet in een oogopslag dat hij is een rechtschapen man is. Al toen zijn baantje bij de Dopingautoriteit nog niet zoveel voorstelde als tegenwoordig, dwong hij op radio en tv respect af met zijn heldere, rechtlijnige standpunten. Want helder en rechtlijnig is de dopingbestrijding. Doping is wat op de dopinglijst staat en dat is verboden. Uitvluchten of ethische overwegingen maken geen enkele kans. Herman Ram hoeft niet per se de doping uit de sport te bannen (hoewel hij vast wel gemotiveerd is die illusie na te streven), maar hij moet zorgen dat sporters worden gepakt als ze stoffen of middelen hebben gebruikt die officieel dopinggeduid zijn. Dat doet hij goed en hij weet dat in de publiciteit overtuigend over het voetlicht te brengen. Een schone dopingjager, kan dat? Herman Ram was ooit directeur van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond. Het moet in die serene omgeving zijn geweest dat hij tot de overtuiging is gekomen dat doping helemaal niet nodig is om goede sport te bedrijven. |