Een leven in de marge
Manuel Nepveu - 11 May 2013
Ik vermoed dat de schakers die in de top-10 van de wereld zitten goed van hun schaakactiviteiten kunnen leven. Ze zullen ongetwijfeld een appeltje voor de dorst moeten bewaren, voor wanneer zij op de ranglijst van de FIDE teruggevallen zullen zijn en niet meer voor de grote toernooien en matches gevraagd zullen worden, maar verder...Van de schakers die ver van deze top verwijderd zijn kan ik me nog wel voorstellen dan zij van het schaken proberen te leven. Soms zal daar kunst- en vliegwerk aan te pas komen, zoals een goed uitgekiend huwelijk. Ma verdient de kost als huisarts, pa hanteert thuis de stofzuiger en gaat en passant (nou ja) open toernooien in Europa langs. Zo is het nog wel uit te houden. Ik sta daarentegen nog steeds met grote verbazing te kijken naar het legertje personen die het hart geheel aan het schaakspel verpand hebben, maar die van het schaken zelf nooit en te nimmer hun beroep kunnen maken. Zij zijn geen beroepsschakers en worden het ook nooit. Zij zijn de waterdragers, de randfiguren. Maar ze behoren niettemin volledig tot de schaakwereld. Het prototype is Silvio. Zijn achternaam ben ik nooit te weten gekomen. In de late jaren negentig en zeker in de eerste jaren van deze eeuw reed hij met een bestelbusje alle toernooien van Midden-Europa af. Hij verkocht boeken op de open toernooien. Silvio kwam ik tegen in Groningen, in Dresden, in Oberwart. Ik heb ooit heel vluchtig met hem gesproken, terwijl hij achter zijn boekenstalletje stond. Vluchtig, want tijdens het gesprek dwaalden de ogen van Silvio voortdurend af naar de andere personen die bij zijn stand stonden. Praten is leuk, verdienen natuurlijk essentieel. De Kroaat Silvio was ooit leraar wiskunde, hield daarmee op en is toen zijn rondreizende bestaan begonnen. In zijn eentje. Steeds op weg naar de open toernooien met een vracht boeken die hij verkocht tegen dezelfde prijzen die je ook in de boekwinkel betaalde. Een onrustig leven met marginale verdiensten. Een vrij leven wellicht. Maar hoe vrij is vrij als er financiële beperkingen zijn? Ik heb Silvio nooit zien schaken en heb geen idee hoe sterk hij was, maar een IM was hij zeker niet. Een van de laatste keren dat ik hem zag had hij een jongedame bij zich. Zij was Tsjechische en hij noemde haar zijn verloofde. Ik begreep dat zij in de auto sliepen, een regulier onderkomen was te duur. Vermoedelijk heb ik Silvio in 2003 in Groningen voor het laatst gezien. Daar heb ik Murray's standaardwerk “A History of Chess” van hem gekocht. Het boek stond al langer op mijn wensenlijstje, maar dit was een goede gelegenheid om nu toch maar eens toe te happen. Dit is zeker een kwestie van “gunnen” geweest en – het klinkt ietwat gênant - een kwestie van medelijden. Wat is er van Silvio geworden? Getrouwd en terug de zekerheid in van een burgerlijk bestaan? Of reist hij nog altijd als een Kroatische “Vliegende Hollander” de toernooien in Duitssprekend Europa af? Ik weet het niet. Ik moest tijdens ons vluchtige gesprek denken aan Alexander Kieseritzky – U weet wel, de man die bij de Onsterfelijke Partij de klapjes kreeg. Ook die heeft ooit een veilig burgerlijk bestaan als leraar wiskunde opgegeven om zich in het Parijse Café de la Régence in het schaakleven en de armoede te storten – hij is niet bepaald oud geworden. Silvio staat voor een heel speciale groep, geketend door het schaken zonder nochtans zelf tot grote hoogten te kunnen stijgen op het vierkante bord. Heldhaftig kwijten de leden van deze groep zich van hun taak als waterdragers en leiden ondertussen een leven in de marge. Het oogt voor de nuchtere materialist volstrekt krankzinnig wat zij doen, maar zij doen het uit vrije wil. Zij zijn te vergelijken met de marskramers van honderd jaar geleden die met snuisterijen de hort op gingen. Marskramers in dienst van Caïssa. Zij verdienen ons respect...en ons medeleven. |