Mokkels
Manuel Nepveu - 30 June 2013
De vakantietijd breekt aan. Tijd voor iets luchtigs. Laten we het eens over mokkels hebben. Als ik het woord opzoek in de van Dale staat er letterlijk het volgende: mokkel, v. en o. (-s). 1. dik, mollig kind; -2 dikke, poezele vrouw; -3. (Barg., volkst.) geliefde: voor de deur van zijn mokkel stond ie te treuren (Speenhoff); – meisje in 't alg. Het kan zijn dat ik het woord “mokkel” weleens in betekenis 1. heb horen gebruiken, maar volgens mij is de algemene betekenis anno nu toch een iets andere. Het woord “mokkel” hoort ergens tussen het rijtje “aantrekkelijke verschijning - mooie vrouw – stoot - lekker wijf”. Ik denk dat het ongeveer als volgt zit: “aantrekkelijke verschijning - mooie vrouw – stoot – mokkel – lekker wijf” Het eerste woord kan zonder bezwaar in ieder gezelschap worden gebruikt, maar de acceptatie neemt over het rijtje af. Zelf gebruikte ik het woord “mokkel” een keer tijdens een verjaardagsfeestje met vooral veel juristen en artsen. Ik werd nog net niet de deur uit gebonjourd, maar een dame (die ik overigens niet met “mokkel” had aangesproken) keek toch een partij vals... Overigens is het voor mij het mokkel. Volgens van Dale kan het zowel het mokkel als de mokkel zijn. Volgens het beruchte groene boekje is het daarentegen gewoon de mokkel. Interessant, want met het lidwoord “de” klinkt het mij bizar in de oren. Om alle problemen te omzeilen zal ik het nu zoveel mogelijk over mokkeltjes hebben. Dan voelt niemand zich op zijn of haar taalkundige teentjes getrapt. Als u op de televisie of in de concertzaal een violiste of pianiste ziet optreden dan wordt u eigenlijk altijd vergast op een mokkeltje. Je ziet nou nooit eens een soliste die zo lelijk is als de nacht. Ook bij zangeressen is het mokkelgehalte hoog, alhoewel dat voor de vertolksters van het levenslied weer niet geldt. Maar dat moet met de leeftijd te maken hebben. Laten we wel wezen, het levenslied dient gezongen te worden door de Tante Leens, Heintje Davids, Zangeressen zonder Naam en andere vormeloze types, niet door een jonkie dat nog minstens zestig jaar te gaan heeft. Daarmee is deze anomalie afdoende verklaard, dunkt me. Ook bij het schaken valt op dat de sterkere dames er vaak oogverblindend uitzien. Men spreekt dan van ”chess babes”, maar dat is dus gewoon Engels voor “schaakmokkels”. Op welk diep natuurwetenschappelijk verband stuiten wij hier, bij de vrouwelijke pianisten, violisten en de schaaksters? Er is een Nederlands spreekwoord “De duivel schijt altijd op een hoop.” en dat is een perfecte weergave van het probleem waar ik mee zit. Nou ja, ik zit er niet mee, als u begrijpt wat ik bedoel, maar er dient hier wel iets verklaard te worden. Gaan vrouwen er mooier uitzien als ze beter gaan schaken? Zijn het vioolgen, het pianogen en het schaakgen bij vrouwen met het mokkelgen verbonden? Of met het mokkelchromosoom? Ja, ik druk me misschien wat ongelukkig uit, want ik ben in opperste verwarring. Deze zomer pak ik speciaal voor dit onderzoek een buitenlands toernooi en ik ga goed opletten. Empirisch onderzoek is geboden. Ik heb al een assistent gecontracteerd die natuurlijk nog eventjes niet met naam genoemd wil worden. Gelijk een Bommeliaanse Professor Prlwytzkofsky en zijn (hopelijk niet al te opstandige) assistent Alexander Pieps zullen wij het fenomeen met de methoden uit de sociaal-psychologische statistiek onderzoeken. Ik word er nu al helemaal stapel van! Maar ik zeg u dit: Ik vermoed dat ik na de zomer verslag kan uitbrengen en met een theorie op de proppen kan komen, de zgn. Prlwytzkofsky-Pieps theorie. U hoort nog van mij / ons. Alvast een goede vakantie gewenst! |