Debat
Theo Mooijman - 14 March 2014
De debatten zitten er weer op. Drie keer zijn de negen lijsttrekkers opgedraafd om zich te laten bekijken. Drie keer is de zaal gevuld met de partij-getrouwen. Vroegtijdig komen zij aan om het ritueel uit te voeren: op alle tafeltjes folders neerleggen, en pennen, en notitieblokjes, en pepermuntjes, spandoeken ontvouwen, borden neerzetten, posters ophangen. Ik kies voor een andere strategie en doe daar niet aan mee. Er van uitgaande dat men door de bomen het bos niet meer ziet en dat niets neerleggen in feite meer opvalt. Of het een juiste strategie is weet ik niet. Wel dat het praktisch is.
Geen gedoe vooraf en vooral: geen gedoe achteraf. Want de overdaad aan spulletjes zorgt er ook voor dat vrijwel niemand iets meeneemt. Men heeft het al van een vorige uitdeling. En dus moet het overschot weer terug in de tassen en mee terug naar huis. Ik merk dat de meeste van mijn collega's zich voor elk debat hebben voorbereid. Daar doe ik, net als bij schaken, ook niet meer aan. Wat ik moet weten, weet ik en verder vertrouw ik op mijn ervaring. Het paradoxale aan de debatten is dat iedereen weet dat er geen stemmen mee te winnen zijn. Er komt geen zwevende kiezer naar debatten. Het aantal niet partijleden onder de aanwezigen ligt ruim onder de 10%. Het zijn dus in feite feestjes zonder drank en gebak, gewoon een beetje nestgeur verspreiden, dat is het wel zo ongeveer. En toch komen wij.
Hoe komt dat? Dat komt omdat wij niet durven wegblijven. Wij zijn in verkiezingstijd allemaal een beetje bang voor een negatieve pers. Want wegblijven kan negatief worden uitgelegd. Met elkaar afspreken dat wij met zijn allen de uitnodiging afslaan, is geen optie. Omdat er nieuwe partijen meedoen, die zich willen laten zien aan het publiek. Of er zijn nieuwe lijsttrekkers met geringe bekendheid. Het winkelend publiek mag zich op koopavonden en zaterdagen verheugen op een bonte stoet van aspirant raadsleden in clubkleuren.
Niets is meer te dol, het is straattheater in optima forma. Dweil-orkesten, spring-kussens, autobussen in de partij-kleur, vul maar in. Ballonnen en rozen worden uitgedeeld. Populair zijn de molentjes, zoals die in de zomer aan het strand worden verkocht. Sommige volwassenen vragen er speciaal naar voor de (klein)kinderen. Maandag en dinsdag zal de aandacht verlegd worden naar het trein- en busstation. Het is even afwachten, maar het zal mij niet verbazen als alle partijen om zeven uur 's morgens present zijn om, overdreven opgewekt, de ongelukkigen die wel naar het werk moeten, te verwelkomen. En dat allemaal om deel uit te mogen maken van het gilde dat vier jaar de gemeente mag besturen. Om zitting te mogen nemen in een of meer commissies. Een paar jaar geleden maakte ik deel uit van de commissie die de selectie en beoordeling van de aanbesteding van de accountant-werkzaamheden verrichte. De kandidaten leveren lijvige bieding-stukken in en in één daarvan stonden deze zinnen: “Gemeenten opereren in een complexe en dynamische omgeving. Besturen betekent vaak vijf zetten vooruit denken en schaken op meerdere velden. Als accountant van het college ondersteunen wij bij het nemen van de beslissingen”. De schaker ziet meteen de ene fout en de politicus de andere. Om met de laatste te beginnen: het is niet de accountant van het college maar van de Raad. De tekstschrijver had het nog steeds bij de pers populaire 'schaken op meerdere borden', als toppunt van ingewikkeldheid willen gebruiken, maar glijdt fors uit. Hij was waarschijnlijk met zijn hoofd al bij zijn volgende zinnen: “In een organisatie is het, net als bij voetbal, van belang dat iedereen zijn taken goed uitvoert en de ballen hoog houdt”. Wij hebben de accountants desondanks voor vier jaar benoemd. |