Mind?h, mind?h, mind?h!
Manuel Nepveu - 05 April 2014
Toen ik als dreumes in Rijswijk woonde waren er een paar vriendjes in mijn buurt waar ik veel mee optrok. Het meest met Hannie, ik kwam er bijna dagelijks over de vloer. Hannie was enig kind in een katholiek gezin met Brabantse roots. Als ik afsprak dat ik de volgende morgen om half tien langs zou komen en dat dus ook precies op tijd deed, dan belde ik de familie steevast uit bed; een afspraak was alleen maar een intentie. Pa en Ma Hannie waren aardige mensen. “Kom maar boven, Maan, Hannie is zo aangekleed”. Maan, zo heette ik in huize Hannie. En dat is natuurlijk veel beter dan Maneveld, zoals een paar andere vriendjes mij noemden. Ik weet niet hoe ik in de kroeg gekomen ben, maar ik zit met een grote pils voor mijn neus met allemaal Hagenezen om me heen. “Doe mè mâh een bgoodje met è, Albagd.” klinkt het richting kastelein. Een man met een witte haardos hangt aan de tap. Hij krijgt zijn broodje. Plotseling keert hij zich naar mij. “Jâh kèn ik nie.” “Ik heet Maan” en ik knik afgemeten. “Hè is maffe Geertje.” roept iemand en lacht. “Geertje verslaat iedereen met schaken. Kampioen van de kgoeg! Een gootmeejster is ie, eerlijk.” “Laten we schaken” zeg ik. En plotseling staat er een bord met stukken voor mijn neus. Ik heb zwart en win in twee zetten. Ik krijg nog een keer zwart. Weer win ik in twee zetten. En nog eens en nog eens. “Jâh mot ik nie” zegt Geertje. Hij kijkt vals. “Kankâh interlectuweel!” “Neej gootmeejster, dat is Maneveld” zegt een dom gezicht dat me vaag bekend voorkomt. “Dat vind ik minder” zeg ik zo afstandelijk mogelijk. “Mindâh, mindâh, mindâh!” scanderen de omstanders. De sfeer wordt grimmig...
… en ik word wakker in mijn bed. Dromen zijn bedrog, maar niet helemaal. |