Een halfje
Theo Mooijman - 18 May 2014
'We hebben nog een halfje nodig'. Het is zeker niet zo dat iedereen dit zal begrijpen. In mijn jeugd waren er geen diepvrieskasten en werd elke dag brood gehaald. Liefst niet te veel want ook in de broodtrommel met schuifdeksel over de volle breedte werd brood toch snel oud. Een halfje wit of bruin, daarmede kon wat dichter bij de dagelijkse behoefte worden gekomen. Niet dat er brood werd weggegooid. Oud brood werd getransformeerd tot wentelteefjes of brood pudding. Echte lekkernijen. Een ander, berucht, halfje was het halve punt tekort dat leerlingen belette om over te gaan naar een volgend leerjaar.
Desgevraagd zullen de oudere niet-schakers onder ons aan deze beide opties denken. In Engeland is hèt halfje: een halve pint bier. “I'll have a half” met een scherpe stem uit te spreken, is een bekende one-liner uit de serie “George and Mildred”. Of iemand zo'n halfje echt nodig heeft, wens ik te betwijfelen. “We hebben nog een halfje nodig': wij, schakers, weten meteen dat het om een remise gaat om het gewenste resultaat te halen.
Op 16 mei 2014 hebben wij een halfje nodig. 'Wij' is het combinatie team HSP-Veendam, koploper in de promotieklasse. Dit seizoen is een samenwerking gestart tussen de verenigingen Het Springend Paard uit Hoogezand en Sc Veendam, inhoudende dubbel-lidmaatschap voor de leden. Leidende tot gezamenlijke teams en toegang tot de wederzijdse clubavonden. Het samenvoegen leverde een eerste team op met de hoogste gemiddelde rating in zijn klasse. De favorietenrol werd meteen waar gemaakt door de, achteraf, naaste concurrent met 7-1 te kloppen. En vreemd genoeg werd het daarna steeds ietsje minder, met een benauwde 4-4 tegen een middenmoter als voorlaatste wapenfeit en een kansloze 0-4 nederlaag in de bekerfinale als laatste. Maar het kampioenschap, dat kan eigenlijk niet mis. De bordpunten-voorsprong is zo groot dat het eerste halfje voldoende is voor de titel en dan gaat het om de eerste zelf bereikte remise of de eerste remise in de wedstrijd van de concurrentie. Daardoor zal de gezamenlijke te spelen laatste ronde, in Veendam, geen zinderende titelstrijd brengen.
Na het beker-echec had ik een gesprekje met een van onze spelers, afgestudeerd in de toegepaste wiskunde. Hoe groot is de kans dat wij geen kampioen worden? Niet nul natuurlijk. Als het om zestien schalen met drie balletjes gaat, is het niet moeilijk. Bij elke schaal is de kans op een 'verlies'-balletje even groot en geen enkele uitslag beïnvloedt de trekking in een andere schaal.
Onze kans op het kampioenschap is zo berekend 97,92%. Bij het schaken komen er nog factoren bij. De kans op verlies met wit is van uit de statistiek gezien kleiner dan met zwart en de speelsterkte van de opponenten speelt zonder enige twijfel een zeer stevige rol. Daarvoor hebben we de ELO-rating als gegeven. Onze wiskundige werd eigenlijk wel nieuwsgierig naar de uitkomst van zo'n gecorrigeerde kansberekening. Voor mij hoeft het niet. Het zal uitkomen op 99,99 en nog wat procent. En dat lijkt mij ruim voldoende om de bloemen te bestellen. |