Reparatietijd
Manuel Nepveu - 12 September 2014
Wat doe je als rechtgeaarde schaker als de zomermaanden in het land zijn neergestreken? Wel, laten we eens kijken. Allereerst dit. Ik vind de zomercompetitie heel leuk. Je kunt eens wat uitproberen, je kunt tegen lieden spelen waar je in de rest van het seizoen geen enkele last van hebt (70 /10, in dat geval meestal 10 voor mij) en er is geen enkele reden om de zaak serieus te nemen. Als je blundert duurt het sikkeneuren een minuut, dat is alles. En sommige van je tegenstanders geef je een goed gevoel. Menslievendheid, zij het niet met opzet. Dan dit. Meedoen aan een sterk toernooi. Dat is ook dit jaar weer gebeurd. Samen met de usual suspects. Ik geef mijn oren en ogen goed de kost. Niet alleen wat het vrouwelijk schaakschoon betreft, maar ook wat betreft de merkwaardige kronkels van de usual suspects. Ook dit jaar heb ik dat weer gedaan en ik zal in het clubblad verslag uitbrengen. Zonder de waarheid ook maar enigszins geweld aan te doen. Mijn reisgenoten krimpen nu reeds in elkaar! Maar tijdens een toernooi moet er ook gewoon gewerkt worden. Ervaringen opgedaan, leerzame en iets minder leerzame. In dit jaar ben ik ook nog even bij de schaakolympiade wezen kijken. Een toevalletje, want als ik in Tromsø geen ex-collega had wonen zou ik niet de moeite hebben genomen om in de grote veehal (nou ja, dat was het niet, maar toch) poppetjes te gaan kijken. Ik zal u ook daarover in het clubblad nader informeren.
En tenslotte: zomertijd = reparatietijd. Er is een speler bij ons op de vereniging die elke keer als hij een bepaalde opening heeft gespeeld onmiddellijk reparatiewerkzaamheden moet uitvoeren aan zijn repertoire. Ik vermaak me elke keer weer kostelijk als ik zijn geploeter zie. En nee, namen noemen we niet, maar hij speelt meestal 1..., Pf6. Hij zal deze zomer weer nuttig reparatiewerk hebben verricht. In zijn ogen dan... Reparatiewerkzaamheden. In de tweede ronde van het bovengenoemde toernooi speelde ik tegen een knaap van meestersterkte. Over mijn eerste zet hoefde ik niet na te denken en over de tweede ook niet. En toen stond daar zomaar het Stauntongambiet op het bord. Ik werd op een gegeven moment roekeloos, brooddronken geworden door mijn remise tegen een IM in de allereerste ronde. De roekeloosheid werd afgestraft, al duurde dat nog vele uren. En ik moet zeggen dat het Stauntongambiet me toch ook niet zo bevalt. Wit bereikt er niet zo heel veel mee. Reparatiewerkzaamheden dus. Wees een kerel en ga niet als een mietje het Stauntongambiet spelen!
Mijn lievelingsopening is ook weer ruim aan bod gekomen. Ik ga daar verder helemaal niets over zeggen, maar mijn resultaten waren deze keer niet om over naar huis te schrijven. Dat kan nooit aan de opening gelegen hebben. Laat dat alvast maar duidelijk zijn! En dan zijn er reparatiewerkzaamheden die eigenlijk meer met een grote onderhoudsbeurt van je auto te vergelijken zijn. Toreneindspelen. Nog meer toreneindspelen. Je vergeet de kneepjes maar al te gauw. Een prachtig boek is Müller en Lamprecht, Grundlagen der Schachendspiele. Daar staan trouwens ook freak-eindspelen in die toch nog wel eens in de praktijk voorkomen, zoals T+L tegen T en niet-triviale vestinkjes van allerlei soort. Ook maar eventjes naar kijken. Een zekere BB vroeg mij of ik Chéron al helemaal had doorgenomen. Neen heer Ollie, want daar wordt ieder mens stapelgek van, al was het maar om het egotripperige toontje dat de Zwitserse meester op de meest rare momenten aanslaat. Goed, tot zover de zomer werkzaamheden eens schakers. Hopelijk hebt u ook uw best gedaan. Ik ben in ieder geval voorbereid, kom maar op! |