Nummer 14
Manuel Nepveu - 04 April 2016
Al kunnen de Fransen de naam van het product niet goed uitspreken, ze weten dat Goudse kaas een superieur exportproduct van Nederland is. Dat is het vermoedelijk al eeuwen. Daarentegen zijn er ook exportproducten die eenmalig zijn, de personen die Nederland op de een of andere manier op de kaart hebben gezet via de resultaten van hun creativiteit. Wie kennen ze eigenlijk in het buitenland, of wie zou men redelijkerwijs kunnen kennen? Ik roep maar even wat. Hieronymus Bosch, Rembrandt, Vermeer. Christiaen Huygens met zijn slingeruurwerk en zijn golftheorie van het licht. Allemaal voor of in de Gouden Eeuw. Het zal aan mij liggen, maar uit de paar eeuwen die dan volgen kan ik maar een paar namen ophoesten. Bedroevend weinig eigenlijk. Hoe zit het met schakers? Eigenlijk kan ik er maar één bedenken van wie ik redelijkerwijs mag aannemen dat zijn naam buiten de landsgrenzen blijvend wat betekent. Euwe natuurlijk, de wereldkampioen midden jaren dertig en de voorzitter van de Wereldschaakbond. Een merkwaardig man. Leert het schaken thuis en oefent aanvankelijk met zijn ouders. Maar het voetbal interesseert hem aanvankelijk meer dan dat andere spel en hij richt samen met straatgenootjes een voetbalclub op die in de Amsterdamse Volks Voetbal Bond speelt. Hobby nummer een: voetballen. Kijken naar de mannen die het “echt” kunnen als het even kan.
Euwe schijnt altijd belangstelling voor het voetballen gehouden te hebben. Euwe zal dan de prestaties van Nummer 14 vermoedelijk ook wel gevolgd hebben. Misschien heeft hij hem zelfs wel eens ontmoet, kampioenen (en Amsterdammers) onder elkaar. Zou Euwe dan nog schaaktechnische aanwijzingen hebben gekregen over waar hij zijn manschappen het beste kon neerzetten? Zou Nummer 14 hem verteld hebben dat een nadelige stelling best een voordeel kan zijn? We zullen het nooit weten. “In zekere zin zijn wij waarschijnlijk onsterfelijk” had Nummer 14 dan kunnen zeggen. In de fantasiewereld die ik zojuist in mijn hersenpan tevoorschijn getoverd heb zou hij dat gezegd hebben. Zonder gêne de spijker op de kop. Zoals het de heel groten betaamt. |