Schaken met een handicap door Manuel Nepveu
Manuel Nepveu - 26 May 2019
Het is typisch iets van een ver verwijderd, romantisch schaakverleden: spelen met een handicap. Stelt u zich voor, Lionel Kieseritzky zit in het Café de Régence in Parijs. Het is rond 1850. Kieseritzky heeft een naam als een sterke speler. Zijn onsterfelijke (verlies)partij moet hij nog spelen, maar de regelmatige bezoekers van het Parijse Café weten wie hij is. Als je tegen hem onder gelijke voorwaarden speelt zul je vast en zeker verliezen. En verliezen kost geld. Dus moet je compensatie bedingen voor het krachtsverschil. De pion op f7 om maar eens mee te beginnen. Lukt het dan nog niet om Zwart (de meester) te verslaan, dan wordt de compensatie hoger: een kwal, een paard, een toren misschien? Kieseritzky zal vele van zulke potjes hebben gespeeld en volgens The Oxford Companion to Chess was hij hier juist heel goed in. Toch mag je betwijfelen of het zijn financiële positie wel ten goede is gekomen, al dat voorgiftegedoe. In dezelfde Oxford Companion staat namelijk ook de volgende tranentrekker: “When he died none would contribute to save him from a pauper’s funeral and none stood by the grave.” In de Wiener Schachzeitung heeft men het over een koude regenachtige morgen waarop zijn kist naar een armengraf werd gebracht en slechts de kelner van het Café de Régence zou achter de baar gelopen hebben. Een triest einde van een avontuurlijke figuur. Leraar wiskunde besloot hij toch in 1839 naar Parijs te trekken om daar te gaan schaken, een sprong in het diepe. Als er al zoiets zou zijn als een sociaal vangnet dan zouden dat vrienden moeten zijn geweest, maar daar zat nu juist een probleempje als we de Oxford Companion mogen geloven. Misschien moet ik mijn allereerste zin wel herzien: het ver verwijderde niet-zo-romantische schaakverleden. Maar hoe kom ik op dit weinig actuele onderwerp? Wel, toevallig speel ikzelf momenteel met een handicap. Weliswaar ben ik niet verplicht een f-pion of een stuk cadeau te doen aan mijn opponenten, de handicap is subtieler. Een operatie aan mijn rechtervoet heeft er in geresulteerd dat ik in een raar soort schoen mijn poezelige tenen aan de hele wereld mag laten zien terwijl daar pinnen uitsteken. Het doet een beetje denken aan die James Bondfilm waarin een spuuglelijke Russische agente aan haar schoen een injectienaald heeft zitten, met moorddadige bedoelingen uiteraard. Alleen, in mijn geval is het eerder zo dat ik degene ben die een fysiek risicootje loopt. Maar nu de echte handicap: in de eerste de beste schaakpartij met pinnen speel ik als een varken waar de helft van de hersenen uitgehaald is. Ik vraag mij nu af of de chirurg alléén mijn tenen in behandeling heeft genomen, of dat hij stiekem gelijk ook het andere uiteinde heeft aangepakt …… |