Kunst, strijd en tijd
Ruurd Kunnen - 19 March 2011
"Kunst, strijd en tijd" door Ruurd Kunnen Onze webmaster Willem Broekman vond het nodig mijn vorige column van commentaar te voorzien. Hij beschouwt een schaakpartij als een strijd tussen twee mensen en vindt dat tijdnood daarbij hoort. Ik zou een schaakpartij een kunstwerk vinden. Interessant. Manuel Nepveu deed ook een duit in het zakje. Hij mailde dat als twee mensen strijd tegen elkaar willen voeren, zij effectiever honkbalknuppels dan schaakstukken kunnen gebruiken. Ook interessant. Het is een oude discussie. Een schaakpartij is een strijd tussen de spelers. Schakers leveren strijd door zetten te doen, door combinaties te bedenken, door diepzinnige strategie?n uit te voeren, door aan te vallen en te verdedigen. Oordeel en plan, list en tegenlist. In werkelijkheid winnen of verliezen ze meestal door stom toeval, maar dat doet er niet toe. De klok is een externe factor. Verlies door tijdsoverschrijding heeft niets met schaken te maken. Schaakklokken zijn ooit ingevoerd om een praktisch probleem op te lossen (een speler viel in slaap terwijl zijn tegenstander een paar uur over een zet nadacht en ondertussen was het sluitingstijd geworden). In de eerste jaren werd bij tijdsoverschrijding een boete opgelegd. Dat was in het voordeel der rijken en daarom werd partijverlies als straf ingesteld. Fischer heeft een manier bedacht om dit oneigenlijke element grotendeels uit te schakelen: de Fischerklok, waarbij de spelers bij elke zet die zij uitvoeren een paar seconden erbij krijgen. Overigens was het oorspronkelijke plan van Fischer dat de bedenktijd na elke zet werd aangevuld tot 30 seconden. Spelers die meer dan 30 seconden bedenktijd hadden, kregen dus geen extra tijd. Het voordeel van dit systeem is dat het 'sparen' van extra tijd door veel loze zetten te doen, veel moeilijker wordt. Een bezwaar is dat een trage speler meer bedenktijd kan krijgen dan zijn sneller denkende tegenstander. Ietwat overdreven zou je kunnen zeggen dat genialiteit wordt afgestraft. Dit nadeel is weggenomen door beide spelers een 'increment' bij iedere zet te geven. Volgens Willem zie ik schaken niet als strijd maar als kunst. De tegenstelling tussen kunst en strijd is echter vals. Neem Karel Appel, die kunstwerken cre?erde in een gevecht met verf en linnen. Of, minder ruig, de pointilist die tientallen doeken wegsmeet voordat zijn puntjes precies goed stonden. In de literatuur worden prullenbakken vol afvalpapier geproduceerd voordat het gedicht klinkt zoals de kunstenaar het wil. Het gepruts dat ik en veel van mijn clubgenoten wekelijks ten beste geven, wil ik geen kunst noemen. Toch heeft schaken ontegenzeggelijk artistieke kanten. Elke schaakpartij (ook die van de grootste knoeiers) is een creatie die in strijd tot stand komt. Sommige partijen zijn mooie creaties. Een briljante aanval tegen een sterke, vindingrijke verdediging kan zelfs een waar kunstwerk zijn. Dat zijn altijd partijen die niet ontsierd zijn door tijdnoodfouten of die zijn beslist doordat de tijd werd overschreden. |