Corus 2009
Ruurd Kunnen - 01 February 2009
"Corus 2009" door Ruurd Kunnen Woensdag op bedevaart naar Wijk aan Zee geweest. In het glossy Volkskrantmagazine had een stuk gestaan over het Corustoernooi. Het overgrote deel van de deelnemende amateurs bestond uit grijze mannen met corduroybroeken. Zij slurpten erwtensoep. Een goed stuk met mooie foto's. Het nieuwe communicatiebeleid van de KNSB begint zijn vruchten af te werpen. Je kunt het een niet volledig ingewijde verslaggever nauwelijks kwalijk nemen dat hij of zij de diepere betekenis van het samenzijn in De Moriaan niet heeft doorgrond. Die grijze mannen met corduroybroeken zijn gelovigen en priesters. Achter een balustrade zitten de heiligen. Ook grotendeels mannen, maar meestal gekleed in pak. Het supernette van Kasparov ("It is important to play in suit and tie") is er wel een beetje af, want het merendeel van de grootmeesters heeft de stropdas afgelegd en enkele jonkies lopen zelfs in trui rond, maar het verschil met het gewone volk is opvallend. Overigens heerst er achter de balustrade ook een hi?rarchie. Tegen de achterwand van de zaal bevindt zich het heilige der heiligen waar de supergrootmeesters op een verhoginkje zitten. Soms zie je een gewone heilige voorzichtig op een bord in het heilige der heiligen kijken, vol ontzag en in de hoop zelf ook ooit zo hoog te komen. De allerheiligsten, Anand, Kramnik en Topalov, zijn er niet. De gelovigen voor de balustrade hadden hen er graag bij gezien. Dat gemis wordt gedeeltelijk gecompenseerd door de aanwezigheid van gevallen heiligen. Die mogen nog wel achter de balustrade komen, maar op het verhoginkje waar zij vroeger zaten, is voor hen geen plaats meer. Nigel Short, die in 1993 met Kasparov om de hoogste titel streed. Henrique Mecking, die in 1974 en 1976 kandidatenmatches uitvocht met Kortsjnoi en Polugajevski. Oleg Romanishin, die wereldfaam verwierf door zijn creatieve en agressieve stijl ("draws make me angry"). Rustam Kasimzdhanov, de FIDE-wereldkampioen van 2004. Voor de balustrade doen honderden gelovigen aan de eredienst mee. Zij spelen hetzelfde spel als de heiligen aan de andere kant. Sommigen hebben zich gespecialiseerd in varianten die de naam van een heilige dragen. Zij spelen met een heilig vuur, maar hun bekwaamheid is gering en daardoor bevestigen zij keer op keer, partij na partij, hun nietigheid. En dan zijn er nog de gelovigen die alleen maar zijn gekomen om hun heiligen te aanbidden. In dichte drommen verdringen zij zich voor de balustrade om maar niets van het schouwspel te missen. Voor degenen die achteraan staan zijn er videoschermen waarop de partijen kunnen worden gevolgd. Ook is er een aparte ruimte waar onder leiding van een hogepriester de verrichtingen van de heiligen worden besproken, bewonderd en verguisd. Je kunt daar rustig zitten en een pilsje nemen. De stemming onder de bezoekers is van een blije opgetogenheid. Ze komen er clubgenoten tegen die ze elke week zien, maar ook oude bekenden die ze ??nmaal per jaar in Wijk aan Zee ontmoeten. Een bezoek aan het Corustoernooi heeft een louterende werking. Wie weleens twijfelt, zou erheen moeten gaan. Schaken is het enige spel met een eigen godin, onweerstaanbaar voor een ieder die haar ooit heeft aanschouwd. "En bij de deur van de speelzaal zag ik haar staan, heel even maar. Ik zag de godin Ca?ssa. Rode schoentjes, een zwartleren rokje en een gastvrije bloes. Zwaar opgemaakt en het haar opgestoken. Ze hield een zweepje in haar hand. Ze straalde en schaterde", om college Nepveu te citeren. Want wie uit het voorgaande de conclusie zou trekken dat schaken religie is, die heeft het goed mis. |