Doping en de Olympische beweging
Ruurd Kunnen - 07 December 2008
"Doping en de Olympische beweging" door Ruurd Kunnen Er dreigt een rel rond Ivantsjoek, de beroemde Oekra?ense grootmeester en nummer drie op de internationale ratinglijst. Na zijn verloren partij tegen Kamsky tijdens de Olympiade van vorige maand in Dresden, waardoor Oekra?ne de bronzen medaille misliep, voelde hij zich niet in staat een dopingcontrole te ondergaan. Hij weigerde. Er hangt hem nu een schorsing van twee jaar boven het hoofd, want een weigering geldt als een positieve test. De partijen die hij op de Olympiade heeft gespeeld kunnen verloren worden verklaard. Als dat gebeurt, zal de einduitslag flink veranderen. Niet alleen moet Oekra?ne de Gaprindashvili-cup weer inleveren, de trofee voor de winnaar van het gecombineerde mannen- en vrouwenklassement, maar ook zal Amerika zijn derde plaats aan Hongarije verliezen. Tijdens en na schaakwedstrijden worden dopingcontroles gehouden. De FIDE wil graag lid worden van de Olympische beweging en daarom heeft zij het internationale dopingreglement van de World Anti-Doping Authority (WADA) ondertekend. Spelers worden bij belangrijke wedstrijden gecontroleerd, maar er vinden ook out-of-competition-controles plaats. In verband daarmee zijn de topschakers verplicht hun "where-abouts" op te geven, zodat de controleurs hen te allen tijde kunnen vinden en kunnen laten plassen. Opfrissertje: Where-abouts zijn formulieren waarop een sporter voor elk kwartier van de dag moet aangeven waar hij of zij zich bevindt. Onjuist ingevulde where-abouts zijn Michael Rasmussen tijdens de Tour de France van 2007 noodlottig geworden. Er bestaat in de sportwereld veel weerzin tegen de dopingcontrole. Niet alleen worden sporters gedwongen urine en bloed af te staan, ze moeten ook allerlei vertrouwelijke medische gegevens opslaan in een zgn. biologisch paspoort en via de where-abouts moeten ze een deel van hun priv?leven bekend maken. Maar er is geen weg terug. Doping wordt gezien als sportvijand nummer ??n en wordt KEIHARD aangepakt. Dit kwaad dient met wortel en tak te worden uitgeroeid! Bij sommige sporters zit de angst er zo diep in dat ze zich openlijk voorstander van dopingcontroles en zware sancties verklaren. De bedriegers moeten worden aangepakt, vinden ze. Deze sporters zijn bang brodeloos te worden en die angst is niet geheel ongegrond. In de wielersport hebben zich al sponsors teruggetrokken die hun goede naam niet wilden laten bezoedelen door dopingschandalen. Schakers zijn nog niet zover. Behalve koffie (neem een paar blikjes Red Bull voor de partij en u speelt als een waanzinnige) zijn er geen prestatiebevorderende middelen voor schakers, en laat cafe?ne nu juist een van de weinige stoffen zijn die van de dopinglijst zijn afgevoerd .... Toen Jan Timman enkele jaren geleden protesteerde tegen dopingcontroles voor schakers kreeg hij onmiddellijk de staatssecretaris tegenover zich, die verklaarde dat meneer Timman zijn mond moest houden en dat de schakers geen subsidie meer zou krijgen als ze niet meewerkten. Tegenwoordig hoor je de Nederlandse toppers niet meer klagen. De strijd tegen doping in de sport wordt met steeds verdergaande middelen gevoerd en is zo'n aanslag op de privacy van de sporters dat juristen vermoeden dat de mensenrechten worden geschonden. De KNSB doet hieraan mee omdat ze anders de onmisbare subsidie van NOC*NSF kwijtraakt. Voor iets hoort iets. De sportbonden die bij NOC*NSF zijn aangesloten, moeten in de nabije toekomst voldoen aan het model van de moderne sportorganisatie dat NOC*NSF hanteert - een professionele organisatie met minimaal 40.000 leden, ongeveer 2 keer zoveel als de KNSB nu heeft. Dat wordt dus fuseren met de bridge-, dam- en go-bond! Het is nog niet zover, maar het is gebeurd voor je er erg in hebt, net zoals met de dopingcontroles bij schaakwedstrijden. Je kunt je afvragen hoeveel de aansluiting bij de Olympische beweging ons waard is. De FIDE is in 1924 in Parijs opgericht toen de Olympische Spelen in deze stad werden gehouden. Schaken was geen Olympische sport maar Parijse schakers vonden dat er bij deze gelegenheid toch een toernooi en een congres moesten worden georganiseerd. Ondanks het feit dat de bakermat van de FIDE in de onmiddellijke nabijheid van de Olympische Spelen lag, is het schaken nooit een Olympische sport geworden. Uit een soort balorigheid wordt het toernooi van Parijs iedere twee jaar herhaald en heeft het de naam Schaakolympiade gekregen. Dat was een signaal naar het Internationaal Olympisch Comit? (IOC) dat wij het ook wel alleen afkonden. Het is een interessante vraag of dat nog steeds zo is. Kunnen wij het wel alleen af? Is het met andere woorden nog mogelijk om een internationale sport te zijn zonder te zijn aangesloten bij de Olympische beweging? Is de KNSB gedwongen lid te zijn van NOC*NSF met alle consequenties van dien, omdat het schaken anders in ontwikkeling achterblijft bij andere sporten en langzaam zwak en verarmd in de vergetelheid zal verdwijnen? Deze vraag is op dit moment actueel. Het KNSB-bestuur heeft beloofd een principi?le discussie op gang te brengen om te vermijden dat veranderingen sluipend worden ingevoerd. Die kans mogen we niet laten liggen. |