Bijzonder grootmeester
Ruurd Kunnen - 19 April 2008
"Bijzonder grootmeester" door Ruurd Kunnen De krant kopte vorige week "Een kwart van de hoogleraren wordt gesponsord". Hoewel de Tweede Kamer de minister direct om opheldering vroeg, kon dit bericht nauwelijks voorpaginanieuws worden genoemd. Het enige nieuws was dat het om een kwart van de hooggeleerden gaat, maar die kwantificering werd in het stuk weer teniet gedaan met de opmerking dat "het nauwelijks is te achterhalen welke professoren gesponsord worden". De krant waarschuwde dat door de vermenging van wetenschap en commercie "bedrijfsberichten als academische kennis in het publieke domein terecht komen." Een wat rare formulering voor belangenverstrengeling. Het voorbeeld dat deze waarschuwing moest onderbouwen was ook niet schokkend: een door Campina betaalde professor had een oratie gehouden over de gezondheid van melk. Zo'n oratie moet natuurlijk wel iets te maken hebben met je aanstelling. Belangenverstrengeling tussen het bedrijfsleven en de wetenschap is schadelijk en verwerpelijk. Wetenschap moet onafhankelijk zijn en de resultaten moeten ten goede komen aan de gehele bevolking. Dit is de offici?le doctrine en de reden dat hoogleraren in toga (rare zwarte soepjurken) rondlopen, net als rechters en advocaten. Die kleding symboliseert dat zij een aparte groep vormen die verheven is boven het alledaagse materialisme van het gepeupel. Hoe anders is de werkelijkheid. Achter de plechtige fa?ade van de academie gaan keiharde commercie en machtsstrijd schuil. Allerlei maatschappelijke groeperingen, vari?rend van bedrijven tot liefdadigheidsinstellingen, proberen een voet tussen de deur te krijgen, o.a. door bijzondere hoogleraren te betalen. De universiteiten beweren dat bijzondere leerstoelen een typische win-win-situatie belichamen. Voor de sponsor levert de plek prestige op. Voor de universiteit brengt het extra geld in het laatje, dat ze goed kunnen gebruiken in de concurrentie met andere universiteiten. De nieuwe hooggeleerden zijn blij met hun toga. De universiteiten erkennen dat belangenverstrengeling kan optreden, maar zij zeggen dat dit voldoende wordt tegengegaan met een gedragscode. Persoonlijk geloof ik daar niets van. De maatschappij heeft het wetenschapsbedrijf nodig. Kapitaalskrachtige groeperingen proberen vaak exclusief gebruik van de wetenschap te maken. Grote bedrijven hebben eigen laboratoria voor toegepast onderzoek en proberen ook invloed te krijgen op het fundamentele universitaire onderzoek. Dat laatste doen ze enerzijds door zittende professoren van hen afhankelijk te maken, bijvoorbeeld door onderzoek te financieren, en anderzijds door ervoor te zorgen dat eigen mensen hoogleraar worden. Zo zijn bijzondere hoogleraarposten ontstaan. De benoeming van deze hoogleraren is een stap in een carri?re in het bedrijfsleven, niet de kroon op een wetenschappelijke loopbaan. Dat universiteiten graag extern gefinancierde hoogleraren binnenhalen, past in de lange termijnontwikkeling, die wel de vermaatschappelijking van de wetenschap wordt genoemd. Dat heeft echter gevolgen. Een professor is tegenwoordig manager van een wetenschappelijke vakgroep, is goed thuis in commerci?le netwerken en verdient daar geld door zijn titel te verbinden aan onderzoek, advies en representatie. Het traditionele hoogleraarschap devalueert doordat er steeds meer hoogleraren komen en het vak wetenschappelijk wordt uitgehold. Zolang de wetenschappelijk productie van de vakgroep niet stagneert of zelfs toeneemt en ten goede blijft komen aan het algemeen belang, wordt dat niet als probleem ervaren. De nagestreefde win-win-situatie is dan bereikt. Aan het Nederlands kampioenschap hebben dit jaar zes grootmeesters en vier meesters meegedaan. Het was een spannend toernooi en er zijn een paar mooie partijen gespeeld (maar ook nogal wat korte remises). Niet iedereen is aanwezig. Van Wely, Sokolov, Timman en Van den Doel ontbreken uit protest tegen het lage prijzengeld. Zij zijn de strijd met de KNSB aangegaan in plaats van de competitie met hun collega-schakers. Hierdoor is een typische loss-loss-situatie ontstaan. Het kampioenschap is van zijn grootste publiekstrekkers beroofd, en is daardoor minder aantrekkelijk geworden voor sponsors. De spelers lopen een toernooi mis. De toestand in de Nederlandse schaakwereld verslechtert met de dag. Misschien kunnen wij iets leren van de universiteiten. Misschien kunnen wij leren voordelige relaties met buitenstaanders aan te gaan en win-win-situaties te cre?ren. Er zijn onorthodoxe maatregelen nodig om het tij te keren. We zouden analoog aan de bijzondere hoogleraren bijzondere grootmeesters kunnen benoemen. Een bijzondere grootmeester is geen schaakmeester, maar bijvoorbeeld een "grootmeester van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond". Dat klinkt vreemder dan het is. De FIDE heeft de eretitel "Commander of the Legion of Grandmasters" toegekend aan o.a. Pierre Sisman, president van Disney Frankrijk, Lenox Lewis, wereldkampioen zwaargewicht boksen en Steve Davis, voormalig wereldkampioen snooker. Als op deze manier kosteloos professionals uit het bedrijfsleven kunnen worden aangetrokken die het Nederlandse schaken weer op het rechte spoor kunnen zetten, is het de moeite van het proberen waard. Want dat de schakers het zelf niet kunnen, hebben ze inmiddels voldoende bewezen. |