De Kalmukken
Ruurd Kunnen - 27 October 2007
"De Kalmukken" door Ruurd Kunnen Onlangs stuitte ik bij de voorbereiding van een feestrede voor ons kersverse erelid Manuel Nepveu op een boekje uit 1814 met de intrigerende titel Sc?nes du Nord, ou Choix de quatorze estampes: repr?sentant des tra?neaux, des voitures, des cavaliers, l'int?rieur des tentes de Kalmouks, Kalmouks jouant aux ?checs, les amus?ment sur la glace, etc. / d'apr?s les dessins originaux de M. Sawereyd, peintre Russe; avec un texte explicatif. Het boekje was een uitgave van de libraire A. Nepveu, die was gevestigd in de Passage des Panorama's in Parijs. Gegeven het feit dat de wereldschaakbond tegenwoordig wordt gepresideerd door een Kalmuk, is een tekst over schakende Kalmukken uit het begin van de 19e eeuw een interessante vondst. Iljoemshinov heeft wel eens beweerd dat de Kalmukken van oudsher sterke schakers zijn, maar deze uitspraak werd gemeenlijk als een propagandistisch verzinsel afgedaan. Ten onrechte blijkt nu. In het boekje wordt iets meer verteld over het schaken der Kalmukken. De Kalmukken zijn van oorsprong een nomadisch steppenvolk en stammen af van de Hunnen. Zij stonden bekend als een krijgslustig volk, dat zijn diensten verkocht aan het Russische leger. Ze waren zeer bedreven ruiters en de schrijver van het boekje tekende als opmerkelijk feit aan dat de meisjes en vrouwen de paarden op dezelfde manier bereden als de mannen. Geen amazonezit dus, zoals de tere adellijke dames in het beschaafde West-Europa. De Kalmukse mannen, vrouwen en kinderen woonden met elkaar in tenten. In een hoek van de tent was een verhoging, waarop ze sliepen. In het midden van de tent werd een vuur gestookt. De rook die daardoor ontstond was voor de bewoners blijkbaar niet genoeg, want ze voegden er grote hoeveelheden tabaksrook aan toe. Alle Kalmukken begonnen op jonge leeftijd te roken. Zelfs kinderen, ternauwernood de luiers ontgroeid, hadden voortdurend een pijp in de hand of de mond. Op de gravure is dit ook afgebeeld. De vrouw linksboven blaast een flinke wolk uit, terwijl haar kind een pijp vasthoudt. De liggende man rechts lurkt aan een pijp, evenals de man bij het vuur. Als ze niet rondtrokken of vochten, lagen de Kalmukken het grootste deel van de dag op bed bij hun wapens. Achter de luierende man rechts in de tent zien we een geweer en pijlen en een boog. Het nietsdoen beschouwden de Kalmukken, volgens de auteur van het boekje, als het toppunt van zaligheid. Sommigen echter, die een meer actieve geest hadden, verdreven de verveling van dit bestaan door te schaken. Ze hadden er, zo staat te lezen, een buitengewone aanleg voor. Het schaakspel van de Kalmukken had enkele afwijkende regels. De dame mocht behalve de zetten die wij kennen, ook paardzetten doen. Het was daarentegen niet toegestaan met een paard tegelijkertijd de koning en dame van de tegenpartij aan te vallen. Vorkjes, waar de meest ervaren spelers in Frankrijk destijds niet altijd op bedacht waren, mochten niet. Drie zaken aan de gravure vallen mij op. Ten eerste zien we een man en een vrouw een schaakpartij spelen. De man zit met zijn rug naar het bord gekeerd, en moet zijn bovenlichaam bijna 180o draaien om een zet te doen. Waarom zit hij zo? Discriminatie van de vrouw? Ik weet het niet. Ten tweede wordt gespeeld op een bord van vijf bij vijf velden. Is dit een vrijpostigheid van de schilder die op deze manier het bord en de stukken beter in beeld kon brengen? Ik zou het niet weten; het is wel vaker zo gedaan. In de derde plaats is het opmerkelijk dat beide schaakspelers niet roken. Waarom niet? Gingen schaken en roken bij de Kalmukkers niet samen? Was roken tijdens het schaken een soort heiligschennis? Meende men dat je door te roken niet goed kon schaken? Ik weet het niet en ik zal de weerleiding weerstaan om er een moralistisch praatje aan op te hangen. |