Jong en oud
Ruurd Kunnen - 31 March 2007
"Jong en oud " door Ruurd Kunnen Het Nederlandse schaken dreigt de aansluiting met de wereldtop te verliezen. Van Wely en Sokolov zijn ver gekomen, maar bevinden zich nu op de terugweg. Tiviakov zal het evenmin redden. We moeten onze hoop vestigen op de jonge garde: Dani?l Stellwagen, Jan Smeets, Jan Werle en Erwin l'Ami. De drie eerstgenoemden vinden hun studie echter belangrijker dan het schaken en de vierde heeft op 21-jarige leeftijd besloten dat meedoen aan de grootmeestergroep A in Wijk aan Zee voor hem het hoogst bereikbare is. Wie dan? Over Yge Visser en Sipke Ernst zullen we het maar niet hebben. Daan Brandenburg, Joost Michielsen? Wouter Spoelman, Roeland Pruijssers, Robin Swinkels, Vincent Rothuis? Chiel van Oosterom, Joram op den Kelder, Christov Kleijn? Arthur Pijpers, Maarten van Zetten, Roger Meng? Pauline van Nies? Er zijn talenten genoeg, maar de wereldtop zullen zij niet bereiken. Er is iets merkwaardigs aan de hand in de Nederlandse schaakwereld. Eind vorig jaar is in Wolvega het Remco Heite schaaktoernooi gehouden. U weet nog wel, dat toernooi waar een echt paard te winnen was. Deelnemers: Van Wely, Timman, H?bner, Hort, Joesoepov en Werle. E?n topspeler, ??n aankomend talent en vier oude mannen. Vorige zomer werd in Amsterdam het NH Chess Tournament gehouden tussen Rising Stars (Carlsen, Karjakin, Hao, Stellwagen, Smeets) tegen Experience (Beljavsky, Ljubojevic, Andersson, Joesoepov, Nunn). Sterke jonge spelers tegen gepasseerde grijsaards. Dit is een bijzonder gevolg van de vergrijzing van de bevolking. Vutters en gepensioneerden hebben hun oude hobby weer opgepakt en maken zich verdienstelijk als vrijwilliger in de schaaksport. Zij kunnen zich echter onvoldoende los maken van hun verleden. De identificatie met de helden uit hun jeugd blijft in stand, omdat velen daarvan, zoals Ree en Timman, nog levend en wel rondlopen. Op de Bondsraad hoorde ik een jaar geleden iemand nog een enthousiast verhaal over Donner vertellen. Van de geest van Euwe (wereldkampioen 1935-1937) zullen we pas worden verlost als de laatste schaker die Oordeel en Plan heeft bestudeerd, is overleden. Oude grootmeesters worden weer opgetrommeld om ( waarschijnlijk relatief goedkoop) hun kunsten te vertonen. Aan nostalgische toernooien tegen vergane glorie heeft de jeugd van nu echter niets. In de zwemwereld is nog nooit iemand op het idee gekomen om aanstormende talenten als Pieter van den Hoogenband en Inge de Bruijn te laten zwemmen tegen Ada Kok en Erika Terpstra, hoe amusant en gezellig dat ook zou zijn. En Dennis van der Geest is echt niet zo'n sterke judoka geworden omdat hij in zijn jeugd eens tegen Anton Geesink heeft mogen vechten. Jeugdige talenten zouden veel moeten spelen tegen sterke grootmeesters om sterker te worden. In Nederland moeten zij zich echter proberen te redden in de KNSB-competitie en in open toernooien. Er wordt veel geld verkeerd besteed, zoals vorig jaar in Schagen waar een tweekamp was georganiseerd tussen Van Wely en ... Magnus Carlsen uit Noorwegen. Of het Cultural Vilage toernooi in januari in Wijk aan Zee, waar jonge spelers tegen elkaar zaten te schaken, maar waar geen grootmeesters aan meededen. Volgende week is het weer zover. Dan wordt in Almelo de Cogas Energie tweekamp gehouden tussen Jan Timman en Pia Cramling uit Zweden, een wedstrijdje in de veteranenafdeling. Het is een leuke publiekstrekker en voor Jan en Pia is het ook fijn. Maar wees eerlijk, het is geen wedstrijd waar het Nederlandse schaakleven op zit te wachten. |