HISTORIE
Ruurd Kunnen - 01 April 2006
"HISTORIE" door Ruurd Kunnen Van de eerste interlandvoetbalwedstrijd, Engeland-Schotland op 30 november 1872, is weinig bekend. We weten dat er eigenlijk nog geen Schots elftal was en dat de club Queens Park namens Schotland speelde. Er waren 4000 toeschouwers en de wedstrijd eindigde in 0-0. Was het een goede wedstrijd? Men speelde in die jaren een soort 1-1-8 systeem, wat inhield dat bijna alle spelers aanvielen. Het was de tijd van de grote dribbelaars. De spelers waren gekleed in een soort pyjama's en droegen puntmutsen. Was het een spannende wedstrijd? We weten het niet, want televisiebeelden konden toen nog niet worden gemaakt en de schriftelijke ooggetuige verslagen zeggen er niets over. Hoe anders is het met de schaakgeschiedenis. Vanaf het allereerste internationale toernooi (Londen 1851) zijn alle partijen netjes genoteerd en ook zijn vaak toernooireglementen, rondeverslagen en andere zaken op schrift gezet. Dat is soms gepubliceerd, in mooie toernooiboeken, of in smoezelige blaadjes. Er is alle kans dat oude, verloren gewaande partijnotaties in een oude stoffige koffer op de zolder van een overleden tante worden teruggevonden. Voer voor schaakhistorici. Er zijn nogal wat (amateur)schaakhistorici in Nederland die bij tijd en wijle bijzonder aardige werkjes het licht laten zien, waardoor minder bekende episodes uit de nationale schaakgeschiedenis aan de vergetelheid worden ontrukt. Herman van Engen en K. Maartense hebben een biografie geschreven over Graaf van den Bosch, schaker en bankier (1991). Haije Kramer schreef in 1995 het boek "Friese Schaakkoningen", dat een periode van 800 jaar beslaat en van meer dan regionale betekenis is. In 2000 verscheen van de hand van Siep Postma "Vergeten schaakgiganten", een verzameling partijen en korte biografie?n van kleurrijke schaakmeesters uit het verre en nabije verleden. In dat boek staan hoofdstukken over de Nederlandse kampioenen Adolf Olland, Lodewijk Prins en Tan Hoan Liong. Onze Zoetermeerse plaatsgenoot Jacques Vermeulen heeft twee delen met onbekende partijen van Max Euwe uitgegeven (2001, 2003). Heel vlijtig is ook Jan van Reek uit Margraten.Vorig jaar publiceerde hij zijn vijfenvijftigste boek bij STES (Stichting Eindspel). De meeste van die boeken gaan over het eindspel, maar de laatste jaren heeft hij ook biografie?n (Max Euwe: "Praktische strategie", en "Grand Strategy" met partijen van Spassky) en partijenverzamelingen ("Vrouwen slaan mannen") uitgebracht. Nummer 55 heet "Dutch Chess Champions". Alle officieuze en offici?le Nederlandse kampioenschappen passeren de revue. Het eerste nationale toernooi vond in 1851 in Amsterdam plaats. De winnaar, Van 't Kruis (bekend van de opening 1. e3), staat te boek als de eerste Nederlandse kampioen. Dan zijn er de gedenkboeken. Promotie bracht in 2002 "Wij hebben geschaakt, dus wij bestaan" uit ter gelegenheid van het 50-jarige jubileum. Het Haagse Discendo Discimus, kortweg DD, is honderd jaar ouder. Dat leverde in 2002 twee fraaie boekwerken op. Het eerste is "Koning, Keizer, Prins" (Donner, Euwe en Prins) van Alexander M?nninghoff uit 2002. Voor dit boek is archiefonderzoek gedaan door Jan Postma. Het gaat over de twee matches die Donner, de beroemdste DD-er aller tijden, in 1950 en 1951 heeft gespeeld tegen Euwe en Prins. Niet alleen zijn de partijen boven tafel gekomen, maar ook wordt een beeld van de jonge Donner geschetst. Het andere boek verscheen vorige jaar, iets verlaat, en draagt de weinig plastische maar aan duidelijkheid niets te wensen overlatende titel "150 jaar DD". Wie meer wil weten over de eerste jaren van DD, over de voorzitter die tevens minister was, over Zittersteyn, Belinfante en Doetjes, over de oprichting van de Nederlandse Schaakbond en over de stichting van het Nationaal Schaakgebouw, die kan in dit rijke boek terecht. Het bevat een gedegen behandeling over de schaakregels in een ver verleden, over de stijlen in het schaakspel, over de DD-toernooien, over DD en het schaakprobleem, DD en de eindspelcompositie en DD en het correspondentieschaken. En natuurlijk veel over Donner. Bij de viering van het 150-jarige jubileum werd de voor-zijzaal van het Nationaal Schaakgebouw tot "Donnerzaal" gedoopt. Dat gebeurde door de huidige minister van Justitie, Piet Hein Donner, die daarbij opmerkte dat zijn oom de naamgeving belachelijk zou hebben gevonden, maar dat als het toch moest gebeuren, het de grote zaal had moeten zijn. Die was echter al vernoemd naar Mr. Rueb. Laat die schaakhistorici maar schrijven. Wij weten niet alleen dat in 1851 in Londen een internationaal toernooi volgens het knock outsysteem is gehouden, waarin de grote favoriet Howard Staunton al in de tweede ronde werd uitgeschakeld en dat gewonnen werd door de Duitser Adolf Anderssen die in de finale de Engelsman Marmaduke Wyvill (Member of Parliament) overtuigend met 4?-2? versloeg, maar ook kunnen wij de partijen nog precies naspelen, zodat we weten dat opvallend vaak het gesloten spel op het bord kwam. Hoe anders is dat met de voetbalgeschiedenis. |