Bondsperikelen
Ruurd Kunnen - 15 October 2005
"Bondsperikelen" door Ruurd Kunnen De schaakbond maakt zich druk om het ledenverlies van de laatste jaren. Tot 1963 is het ledental gegroeid. Daarna trad een stabilisatie op, die duurde tot 1993. Vanaf 1993 is een geleidelijke daling begonnen die alleen tussen 1994 en 1995 werd onderbroken. In 2003 bevond het aantal leden van de KNSB zich weer op het niveau van 1977. Veel verenigingen, waaronder veel sportverenigingen, klagen over teruglopende aantallen leden. De schaakbond volgt echter niet de maatschappelijke trend. Er is meer aan de hand. Binnen het totaal van de sport neemt het schaken een steeds minder belangrijke plaats in. Het aandeel schakers in het totaal aantal georganiseerde sporters is vanaf 1963 gestaag kleiner geworden. Dat betekent tenminste twee dingen. Ten eerste is er sprake van een lange termijn ontwikkeling die eigenlijk door opeenvolgende bondsbesturen had moeten zijn opgemerkt. Ten tweede is het hoog tijd om in te grijpen, maar is er geen reden voor paniek. Als het aantal leden kleiner wordt, verminderen de inkomsten. Door contributieverhogingen kan dat enige tijd worden uitgesteld, maar onvermijdelijk komt een moment waarop financi?le problemen aan de oppervlakte komen. Dat is bij de KNSB nu het geval. De financi?le situatie is zorgwekkend. De oorzaak daarvan ligt niet alleen niet bij de daling van het ledental, maar voor een deel ook bij de financi?le strop van de Schaakakademie. Dat laatste is echter een eenmalige tegenvaller, waarvan de bond zich met een paar fikse bulten en schrammen wel weer herstelt. Veel belangrijker is de vraag hoe de structureel dalende belangstelling voor het schaken in Nederland kan worden gestopt. Oftewel, hoe kan het schaken weer op de kaart worden gezet? Je kunt moeilijk beweren dat het schaken in Nederland dood is. Wij hebben topspelers en het Nederlands team is Europees kampioen. Ook als breedtesport stelt het schaken iets voor. Wekelijks wordt in clubcompetities gestreden en ieder weekend zijn er meerdere toernooien. Honderden mensen doen hieraan mee. Internationaal zit de schaaksport in de lift, zoals blijkt uit de opkomst van nieuwe schaaklanden als India en China. Het is teleurstellend dat de KNSB hiervan niet meer profijt heeft getrokken. Het schaken is beter te "marketen" dan tot nu toe is gedaan. Er is ??n voorwaarde: je moet het willen en kunnen. Vanaf begin september heeft de KNSB een nieuwe voorzitter. Het is Joop Roozeboom, 54 jaar en een volstrekte outsider. Hij heeft als student veel geschaakt, maar daarna niet meer. Zijn passie was het rugby. Als sportbestuurder heeft hij een belangrijke rol gespeeld bij de herstructurering van de rugbybond, waarvan hij van 1993 tot 1997 voorzitter was. In die periode is het ledenaantal gestegen en is het bondsbureau effici?nter gaan werken. Hij is van beroep bedrijfsjurist en houdt zich onder andere bezig met zaken als bedrijfsprocessen, reorganisaties en saneringen. Roozeboom heeft opdracht gekregen om de KNSB nieuw leven in te blazen. De bondsraad heeft bewust gekozen voor iemand die niet belast is met een schaakverleden, maar over andere capaciteiten beschikt. Dat is een riskante strategie, maar de bondsraad zal hebben gedacht dat we het alleen niet kunnen. Er zal grote schoonmaak worden gehouden. Reeds drie bestuursleden hebben hun functies neergelegd. Op het bondsbureau zal een efficiency-slag plaatsvinden. De nieuwe KNSB-voorzitter is enthousiasmerend en houdt van aanpakken zonder veel gezeur. Positieve ontwikkelingen oppakken en uitbouwen. Scheefgroei en vastgeroeste zaken afkappen. Vorige week zat ik bij hem in de auto. Hij zou mij bij de trein afzetten. Ik had een kaartje vanaf station Soest-Zuid en Roozeboom, die richting Amsterdam moest, reed zelfverzekerd parallel langs de spoorlijn totdat hij een station tegenkwam. Toen ik het perron opliep, bleek ik me op station Soestdijk te bevinden. Dit voorval tekent de persoon. Het gaat hem om de grote lijnen, de details komen later wel. |