Een gruwelijk lot
Ruurd Kunnen - 13 March 2004
Een gruwelijk lot, door Ruurd Kunnen De dag na de zelfmoord van Marco Pantani verscheen op de Italiaanse televisie een schier eindeloze rij van beroemdheden die hun leedwezen met het verscheiden van de wielrenner kenbaar maakten, de prestaties van de sportheld ophemelden en de beschuldigende vinger uitstaken naar de Italiaanse wielerbond, de organisatoren van de grote rondes en de justiti?le autoriteiten. Pantani heeft in 1998 zowel de Giro d'Italia als de Tour de France gewonnen, een prestatie die geen enkele Italiaan sinds Fausto Coppi in 1952 had geleverd. Hij was groot geworden door het wielrennen; zonder het wielrennen zou hij naar alle waarschijnlijkheid weinig opzienbarends in het leven hebben bereikt. Wielrennen is echter een zware sport en de prestatiedwang is enorm. Een normaal mens is niet in staat de inspanningen te leveren die nodig zijn om de Tour de France uit te rijden, helemaal niet als je de Giro d'Italia net achter de rug hebt. De kans om onderweg ziek te worden of geblesseerd te raken is groot, ook voor degenen die kerngezond aan de start verschijnen. Zoals alle topsporters balanceren de wielrenners op de grens van het fysiek mogelijke. Pantani is nooit op doping betrapt, maar in 1999 werd hij, terwijl de roze leiderstrui om zijn schouders hing, op de voorlaatste dag uit de Giro gezet vanwege een te hoge hematocrietwaarde van zijn bloed - een aanwijzing voor mogelijk EPO-gebruik. Vanaf dat moment, een jaar na zijn glorieuze dubbelslag, stond hij te boek als een dopingfraudeur en dat werd niet minder toen bij een razzia tijdens de Giro van 2001 op zijn hotelkamer insuline werd gevonden. De justiti?le nasleep van deze affaire duurde tot vorig jaar. Pantani werd vrijgesproken, maar het voorval had de renner en zijn carri?re toen al geknakt. In zo'n situatie heb je troost nodig, zoals Richard Virenque die vond bij een liefhebbende vrouw en kinderen. Pantani stond alleen - zijn vrouw was met de kinderen weggelopen, de dopingpolitie zat achter hem aan en de wielerwereld had hem laten vallen. Hij werd depressief en zocht troost in drank, drugs, snelle auto's en vrouwen. Op 14 februari 2004 kwam het einde. Un atroce destino: morire di sport kopte de Corriere dello Sport de volgende dag. Donner heeft ooit opgemerkt dat sommigen van ons, schakers, zich de penis zouden willen uitrukken, omdat zij Df6 in plaats van Dh6 hadden gespeeld. Maar dat doen we niet. Geen openlijke zelfkastijding, geen zelfmoord, hoewel er enkele uitzonderingen zijn. Liever verbijten wij ons verliezersleed in stille, sommigen van ons worden gek. Ook dat is een gruwelijk lot, maar het haalt de televisie niet en op massaal publiek medeleven hoeven wij niet te rekenen. Naschrift Bij de bomaanslag van 11 maart in Madrid vielen tweehonderd doden en meer dan duizend gewonden. Het was de zoveelste politieke gewelddaad van zowel van staten als terroristische groeperingen in een lange rij en het zal niet de laatste zijn geweest. In dat licht beschouwd is dit een erg bekrompen stukje. Aan de ene kant denk ik dat het beter niet geschreven had kunnen worden, aan de andere kant wijken wij niet voor terreur. |