Schaken met Jan Timman
Ruurd Kunnen - 21 February 2004
Schaken met Jan Timman, door Ruurd Kunnen Nederland heeft een traditie van schaakpedagogie hoog te houden. Het eerste deel van de Practische Schaaklessen van Den Hertog verscheen in 1902. Vijfentwintig jaar later sloot Euwe zich bij hem aan om deel 2, dat oorspronkelijk uit 1904 stamde, te herzien en om twee nieuwe delen toe te voegen. Euwe is voor hele generaties leermeester geweest. Na de oorlog hebben veel mensen de eerste beginselen leren kennen uit Oom Jan leert zijn neefje schaken van Albert Loon en Euwe. Zelf heb ik het schaakspel geleerd aan de hand van de Inleiding tot het Schaakspel en de Volledige handleiding voor het schaakspel en ook heb ik veel opgestoken uit Oordeel en Plan en het Handboek voor de gevorderde schaker. Deze boeken waren in principe bedoeld voor mensen van alle leeftijden, behalve Oom Jan .... dat voor kinderen was geschreven. Na de Tweede Wereldoorlog is er een duidelijke lijn van schaakleerboeken voor de jeugd ontstaan. Weinig bekend is Jeugdschaak van Euwe en Eggink uit 1950, dat is geschreven ter gelegenheid van een actie van KNSB om het schaken te populariseren. In de jaren zestig heeft de KNSB in samenwerking met V&D de boeken Jeugdschaak en Juniorenschaak uitgegeven. Later werd hieraan Schaak zelf! voor de volwassen recreatieschakers toegevoegd. De auteur van deze boeken was Berry Withuis, bekend schaakjournalist en simultaanspeler. In de jaren tachtig verschenen de boeken van Van Wijgerden en Brunia (het Stappenplan) welke cursus nog steeds in de jeugdopleidingen wordt gebruikt. De andere lijn, de leerboeken voor volwassenen en gevorderden, is na Oordeel en Plan (1952) niet doorgetrokken. Dat is een bedenkelijke zaak. In de wetenschap wordt wel gezegd dat een land de ontwikkelingen op langere termijn alleen kan bijhouden als zijn topgeleerden leerboeken schrijven. Alleen kweek je goede studenten die de fakkel kunnen overnemen. Zo is het ook met het schaken. Het probleem was dat Euwe als schaakleermeester in Nederland geen opvolgers had. Van Prins is het boekje Kleine moeilijkheden uit de schaakpartij uit 1949 bekend, een herziening van zijn Moeilijkheden uit de schaakpartij uit 1934, maar dat werk ontstijgt het niveau van de titel niet en is bovendien voor Oordeel en Plan geschreven. Donner en Ree schreven veel, ook over schaken, maar geen leerboeken. Het ging zelfs zover dat Ten Have en Andriessen buitenlandse leerboeken in vertaling gingen uitgeven om de Nederlandse markt te bedienen. De laatste jaren moeten we ons tevreden stellen met Engels- en Duitstalige boeken, die overigens vaak van hoge kwaliteit en zeer boeiend zijn. Eindelijk is aan deze onhoudbare situatie een eind gekomen. Jan Timman had zijn sporen op het gebied van de schaakliteratuur natuurlijk al lang verdiend. Met Euwe heeft hij een boek over de WK-match Spassky-Fischer uit 1972 geschreven en in 1979 verscheen zijn prachtige matchboek Karpov-Kortsnoj (Baguio City, 1978). Later volgde nog veel meer moois, maar het waren geen leerboeken. In 2002 publiceerde New in Chess het eerste deel van de reeks Schaken met Jan Timman - De Kracht van het Paard. Eind vorig jaar kwam het tweede deel uit - De Macht van het Loperpaar. De uitgever legt de lat hoog als hij trots op de achterflap vermeldt: "Met zijn heldere stijl en praktische aanpak treedt Timman in de voetsporen van zijn grote voorganger Max Euwe". Timman volgt inderdaad dezelfde methode als Euwe in het derde deel van het Handboek voor de gevorderde schaker en in Oordeel en Plan: hij analyseert volledige grootmeesterpartijen waarin bepaalde thema's aan de orde komen. Euwe behandelde in zijn boeken op deze manier verschillende thema's. In het Handboek komen tien thema's aan de orde, zoals de meerderheid in het centrum, de ketenstrijd, aanval en tegenaanval op verschillende fronten, de minderheidsaanval en het loperpaar. In Oordeel en Plan worden negen thema's besproken, onder andere paard tegen slechte loper. Bij Timman gaat elk boek over ??n thema, waardoor hij dit veel uitgebreider kan behandelen dan Euwe heeft gedaan. Euwe besprak het loperpaar aan de hand van twee partijen; Timman analyseert negen partijen om de macht van het loperpaar duidelijk te maken. De Kracht van het Paard gaat niet alleen over het middenspel; het boek bevat ook een zeer interessant hoofdstuk over het eindspel. In De Macht van het Loperpaar komen ook de dominantie van het paardenpaar en de dominantie van loper en paard ter sprake. Ik was erg gecharmeerd van de partij Romanisjin-Timman, Taxco 1985 waarin het volgende fragment voorkwam: 
Timman speelde hier 18 .... Pd7-b8! Het paard ging naar het ideale veld c6. Daar verhinderde het de opmars van pion c5 wat tot gevolg had dat de loper op a5 sterk in zijn actieradius werd beperkt. Sterk paard versus slechte loper. Timman speelde de partij op een fraaie, instructieve manier uit. Aanvankelijk was ik enigszins sceptisch toen ik deze boeken in de winkel zag liggen. Schaken met Jan Timman is geen goede naam voor de reeks. Te goedkoop. Mijn scepsis was echter onterecht. Timman heeft twee mooie, waardevolle studieboeken voor de gevorderde clubschaker geschreven. En het is voor het Nederlandse schaakleven heel goed dat hij dat heeft gedaan. |