De klank van Zoetermeer
Manuel Nepveu - 24 March 2012
De klank van Zoetermeer, door Manuel Nepveu<br In oktober viert Promotie haar zestigjarig bestaan. Ik geloof niet dat ik verfoeilijk uit de school klap als ik zeg dat het boekje dat tien jaar geleden werd uitgebracht naar aanleiding van het vijftigjarig bestaan een update krijgt. Aan dat boekje heb ik indertijd meegewerkt en ook nu ben ik van de partij. Goed idee dus om het boekje nog eens door te kijken. Wat mij opvalt is de tijdsschets van de jaren vijftig meteen op bladzij 1. Deze schets is van ons gewaardeerde oudje Max Toxopeus, die de jaren vijftig heel bewust heeft meegemaakt. "Het dagelijkse leven lijkt met een onafwasbare grauwsluier omgeven...", een mooie vondst van onze nestor. Aan de jaren vijftig heb ikzelf wel herinneringen, maar die zijn wat onvast. Ik ging naar de lagere school, zoals de basisschool toen werd genoemd, aan het eind van de jaren vijftig. Het was een Christelijke school in Rijswijk. In de tweede klas ging het al direct mis: ik werd geconfronteerd met een onderwijzeres, een oude vrijster die godsdienstwaanzinnige trekjes vertoonde. Ik zal daar heel kies verder niet op ingaan, maar het gevolg was dat ik vanaf klas drie op een openbare school werd gedaan, de Delflandse school in Voorburg. Ik had het daar snel naar mijn zin. In de vierde klas kwam er een nieuwe leerling op school, Ingrid. Zij woonde in Zoetermeer. Ingrid was flink gebruind en ging op vakantie naar verre landen, iets wat in die tijd zeker niet algemeen gebruikelijk was. Ik meen me te herinneren dat haar vader voor een grote olieclub werkte waar ik later ook nog iets mee van doen heb gehad. Ze had een mooi gevormd gezicht en een pagekopje en ik kan me dit alles nog steeds heel levendig voor de geest halen. Ze had iets van een prinses, zonder zich overigens als zodanig te gedragen. En ze kwam dus uit Zoetermeer. Mijn wereld bestond in die tijd uit een deel van Rijswijk, een kleiner deel van Voorburg en een piepklein deeltje Den Haag. Zoetermeer viel daar duidelijk buiten. Die plaats moest wel ver weg zijn, want Ingrid moest elke dag met de bus van en naar school. Ik vond Ingrid leuk en ik deed, geloof ik tenminste, vergeefse pogingen om op te vallen. Achteraf is gemakkelijk te begrijpen dat mijn hormoontjes zo zoetjes aan begonnen te rommelen. "Begonnen", want mijn manlijke specifica deden nog niet expliciet mee aan de belangstelling. Gek, dat ik ook dat vrij zeker weet. Na de zesde klas ging ik naar het Huygens Lyceum in datzelfde Voorburg en Ingrid verdween uit mijn blikveld en zoals te verwachten ook uit mijn belangstelling. Maar er is wel altijd iets blijven hangen. Wanneer de naam "Zoetermeer" ter sprake kwam, kwam ook steeds dat beeld weer naar voren van dat gebruinde meisje met het fijne gezicht en het pagekopje. Zo werkt het geheugen nu eenmaal. Totaal betekenisloos, nietwaar? Toen er in de zomer van 1984 heel snel woonruimte gezocht moest worden in de omgeving van mijn aanstaande werkplek in Rijswijk, suggereerde iemand van Personeelszaken Zoetermeer als een goede mogelijkheid. Ik weet nog hoe ik reageerde, "Ja, Zoetermeer. Dat klinkt goed. Laten we dat doen!" Kleine oorzaken, grote gevolgen? |