Langs de velden
Manuel Nepveu - 04 March 2012
"Langs de velden" door Manuel NepveuIn het Duits wordt een supporter die zijn club overal volgt aangeduid met een fraai woord. Zo iemand heet een "Schlachtenbummler". Het woord schijnt oorspronkelijk lieden te hebben aangeduid die tijdens een veldslag even gezellig kwamen kijken. Picknickmandje mee. U begrijpt dat dit edel vertier verdwenen is toen het wapentuig iets begon voor te stellen en "collateral damage" nadrukkelijk tot de mogelijkheden ging behoren. Toen ik in de laatste KNSB-ronde twee uur na begin van de wedstrijd van Promotie tegen de Uiltjes binnenkwam voelde ik me in ieder geval precies zoals het woord klinkt. Geen picknickmand, wel sigaren. Eigenlijk was er geen reden tot intense vrolijkheid, want slechts aan één bord zag ik grote kansen voor mijn kluppie. Maar dat is nu ook weer geen reden om de armen theatraal ten hemel te spreiden. Immers, jarenlange ervaring heeft me geleerd dat bij schaakwedstrijden op dit niveau het spreekwoord "het eerste gewin is kattengespin" realistischer is dan "de eerste klap is een daalder waard". Het kijken naar wat er op de borden gebeurt is dan ook opwindend, soms zelfs ronduit slecht voor de rikketik. Af en toe ging ik ook naar buiten om in de vrieskou een sigaar tot as te reduceren. Dat heeft het voordeel dat je na terugkeer in de speelzaal weleens met een totaal andere situatie geconfronteerd kan worden. Lekker spannend! Tijdens een afwezigheid van nog geen tien minuten bijvoorbeeld had onze clubslungel een mindere stelling weten om te toveren tot een winststelling van het zuiverste water. De toren van de tegenstander had zichzelf elke mogelijkheid aan het spel deel te nemen ontnomen en zelfs ontsnappingskunstenaar Houdini zou het een tour de force hebben gevonden om zich te bevrijden als hij in de huid van dat stuk had kunnen kruipen. Soms is er ook echt reden tot genieten: een partij uit één stuk ontrolt zich aan uw oog, zuiverheid en mathematische rechtlijnigheid. De speler wiens stelling al prettig was aan het begin van mijn kijktocht wist de druk op de tegenstander mooi te versterken en won krachtig. Ook dat: een goed uitgevoerde executie is van een ontroerende schoonheid. Ja, ik begrijp wel waarom openbare terechtstellingen in vroeger dagen zoveel volk trokken... En dan is er het ongewone, het absurde: eindspel van koning en twee paarden en een roedel pionnen tegen koning en dame. Onze man won. Na een achterstand op het notatieformulier, opgedaan via een leerzame nul voor onze gup, kwam Promotie op een voorsprong en die verdween niet meer. Zo'n middagje is ook om nog minstens een andere reden leuk: het is een leuke oefening "aapjes kijken". De spelers hebben hun karakteristieke poses achter het bord. Als iemand die poses goed zou beschrijven, zou ik niet de minste moeite hebben de bijbehorende speler te identificeren. Een rechterarm die in de lucht gestoken wordt, daarbij ondersteund door de ander, is zeer karakteristiek voor een bepaalde speler. Het op één been gaan zitten (teneinde de bloedsomloop van het opgevouwen exemplaar eens lekker af te knijpen) en tegelijkertijd met een pion friemelen is ook al weer heel karakteristiek voor een ander. En wat de clubslungel betreft, als hij zeer goed staat of iets moois ziet, houdt hij de hand waarmee hij zet op een aparte manier voor zijn neus alvorens met een ingehouden lach zijn zetten te doen. Hij is de enige die zijn binnenpret absoluut niet verbergt. Misschien kán hij dat niet eens. Opa daarentegen beweegt nadrukkelijk met zijn bovenlichaam als hij een moeilijke zet gevonden heeft en uitvoert. Het lijkt soms een teken van bevrijding, soms van berusting. En dat geldt eigenlijk voor zo'n hele kijkmiddag, het eindigt altijd in een bevrijding of in een berusting en daarmee heeft het bijna iets stichtelijks. Hm, en dat uit mijn mond... |