Verkiezingen en zo
Manuel Nepveu - 24 September 2011
"Verkiezingen en zo..." door Manuel NepveuAls deze column verschijnt zijn de jaarlijkse verkiezingen bij Promotie alweer achter de rug. Ik bedoel natuurlijk de verkiezingen van de Speler- van- het- jaar en het Team -van- het - jaar. En laat ik het maar meteen zeggen: deze verkiezingen zijn meestal volstrekt zouteloos. Ook nu weer. De keuze van het Team -van- het - jaar was om te beginnen nergens op gebaseerd en de keuze van de Speler -van- het - jaar moest dit jaar ietwat kunstmatig spannend gemaakt worden. De winnaar van 2011 zou ik zondermeer classificeren als Clublid- van- het- jaar, maar dat is toch niet helemaal hetzelfde als speler- van- het- jaar ... Anderzijds, het zijn de enige verkiezingen die in het hele jaar plaatsvinden: verkiezingen voor een plaats in het bestuur van de vereniging hoeven nooit georganiseerd te worden... Ik kan me ook niet herinneren dat die ooit bij een schaakvereniging waarvan ik lid was gehouden werden. En voordat u een verkeerd verband legt: dat ligt niet aan mij. Met moeite kan er één vervanger gevonden worden voor een aftredend bestuurslid. Dat heeft natuurlijk alles te maken met de kommervolle toestand waarin zo ongeveer elke schaakclub verkeert. Concreet: de jaarlijkse begroting van Promotie is ongeveer even groot als het bruto maandsalaris van een min of meer succesvolle ambtenaar. Daar kun je over een heel jaar niet van uit de band springen. Tijdens de bestuursvergaderingen gaat het dan ook over het vinden van gratis lesgevers aan de jeugd, het ondragelijke financiële risico van het rammen op de klokken tijdens het snelschaken en het vaststellen van de jaarlijkse contributie zodanig dat niet al teveel leden zullen afhaken. Ik weet er alles van, want ooit zat ik zelf in het bestuur. Er moeten overigens zeer specifieke eisen gesteld worden aan de diverse functionarissen in dat bestuur. De voorzitter is het boegbeeld van de club, moet in principe dus met mes en vork kunnen eten en af en toe diplomatiek zijn. Bovendien moet hij optimisme uitstralen, het type dat luidkeels fluit wanneer hij een wandeling maakt in een pikdonker bos. De secretaris moet het ledenbestand duvelsgoed in de gaten houden. Hij moet geen last hebben van depressies en hallucinaties over sporthallen vol schakers. De penningmeester moet de leden achter de broek zitten en ervoor zorgen dat de club niet al teveel ereleden benoemt, want gratis leden zijn dure leden. Bovendien moet hij in de gaten houden dat zo min mogelijk leden met de Noorderzon vertrokken zijn alvorens zij aan hun financiële verplichtingen hebben voldaan. Hij heeft bij uitstek een verantwoordelijke, loodzware taak. De man die verantwoordelijk is voor de interne competitie moet vooral aimabel zijn en begripvol. Als een lid zich uit de competitie terugtrekt wegens walging over de eigen prestaties mag hij deze niet aanraden zich te verhangen. Doorgaans is dat namelijk slecht voor de inkomsten. De wedstrijdleider extern moet altoos optimistisch zijn. Het is daarom wenselijk dat die niet onmiddellijk in de smiezen heeft hoe vreselijk er zelfs in de hogere regionen van de club geknoeid wordt. De algemeen adjunct is er tot troost van eenieder en zorgt dat er harten onder riemen worden gestoken. Tijdens zorgelijke discussies mag hij met een kwinkslag een kortdurende grijns op de gezichten laten verschijnen. Dat houdt de moed er weer een kwartiertje in. Ik herinner me vaag dat ikzelf ooit deze rol vervulde. En tenslotte is er de man van de jeugdcommissie. Hij dient zich uitsluitend te focussen op het aantal jeugdleden en zich in het geheel niet bezig te houden met het immense verloop onder deze groep of eventuele vandalistische neigingen van deze spes patriae. Anders wordt hij zachtjes gek. Welnu, ik hoop vanzelfsprekend van harte dat de gegeven karakteristiek van een gezond bestuur aanleiding mag zijn om bij de volgende ledenvergadering eens echte verkiezingen te kunnen houden... |