Filosofie
Manuel Nepveu - 26 March 2011
"Filosofie" door Manuel NepveuIn oktober 2008 verscheen de column, "Jonathan x 2". Daarin kwam ondermeer het boek "The Seven Deadly Chess Sins" aan bod, geschreven door de Schotse GM Jonathan Rowson. Het is een boek met manifest filosofische trekjes. Niet het soort boek dat door een financieel krappe beroeps even snel in elkaar gezet wordt om zich van de hongerdood te redden. Een goed boek, zeker, maar ik kreeg wel wat krullende wenkbrauwen bij een hoofdstuk getiteld "Materialism". Ik schreef in de column het volgende: "... Er is verderop een kopje "Blocks of Wood or Bundles of Energie? The E=mc2 of Chess". De laatste toevoeging doet geforceerd aan en herbergt een val voor de schrijver zelf. De uitwerking begint zinnig. En ja hoor, dan begint Rowson door te draven en neemt hij de metafoor vele tikjes te serieus...". Dat laatste onderschrijf ik nog steeds, maar het kind moet natuurlijk niet met het badwater worden weggespoeld. De metafoor is best aardig, zolang je niet doordraaft. Genoeg reden om er toch iets gedetailleerder op terug te komen. E=mc2, wie heeft er nooit van gehoord? Materie op zich vertegenwoordigt energie en niet zo weinig ook. Hoe kon het dan dat het tot 1905 heeft geduurd voordat ene Einstein dit expliciet naar voren bracht? Het antwoord schijnt door Einstein zelf te zijn gegeven: "...so long as none of the energy is given off externally, it cannot be observed..." Rowson geeft hier een aardige "schaakdraai" aan. Als je vanaf het eerste begin hebt geleerd dat schaakstukken een bepaalde puntenwaarde hebben raak je geobsedeerd door het puntentellen. Schaakstukken zijn dan als het ware stukken hout met een prijskaartje erop geplakt. Maar er is dat andere gezichtspunt, ontleend aan de natuurkunde: schaakstukken als bundels energie. Gemiddeld zal de waardetabel van de stukken en pionnen wel kloppen, maar dit is een statistisch gegeven en in de unieke partij die jij speelt kan een paard meer waard zijn (= meer energie vertegenwoordigen) dan een toren, etc. Massa versus energie, gelabeld hout versus het vermogen actie te kunnen ondernemen. Hoe sterk de vroege imprint van de waarde van de stukken blijft hangen weet ik uit eigen ervaring. Bij het beoordelen van een stelling tel ik altijd eerst hout. Dan komt pas de rest. Ik vrees -lees: ik weet wel zeker- dat ik regelmatig goede voortzettingen heb laten glippen vanwege de waardetabel. Ik zag ze af en toe wel, maar durfde niet. "Paard is paard." spreekt de schijtlijster, "Zie dat maar terug te verdienen". Rowson geeft aan dat dit precies de verkeerde houding is. Het gaat niet om het zo snel mogelijk terugverdienen van geofferd hout. Lange-termijn denken is de boodschap, waarbij je taxeert hoeveel spel je terugkrijgt, hoeveel onmiddellijke daadkracht ("kinetische energie" zegt Rowson) en hoeveel mogelijkheden op langere termijn ("potentiële energie"). Verderop in het hoofdstuk bespreekt Rowson de partij Kasparov-Sjirov, Horgen 1994. Heer K. offert een kwal en speelt op de volgende zet 18 b4! maar waarom in vredesnaam? De uitleg van de Schotse GM is diep. Hij is wars van iedere vorm van variantendiarree, zijn uitleg is conceptueel. De als filosoof opgeleide Rowson komt dan ook met een term als "schaak-ontologie" -datgene wat er IS in de conceptuele schaakwereld- en baseert zich op wat Kasparov ooit in een interview naar voren bracht. De Schotse GM ziet een schaakpartij als een proces dat zich beweegt in een vierdimensionale ruimte waarvan de assen worden gegeven door materiaal, tijd (=initiatief, taktiek), kwaliteit (=positionele aspecten) en de klok. Er is interactie tussen deze vier. Rowson besteedt daar dan ook aandacht aan in zijn bespreking van de genoemde partij. Het gaat hier niet om exacte wetenschap, maar toch ervoer ik zijn expositie als nuttig voor een goed begrip van wat er op het bord tussen de beide heren gebeurde. De boodschap is intussen helder: als je tijdens een partij zo kan denken kun je wellicht de diepgewortelde schroom van je afwerpen om materiaal in de aanbieding te doen. Soms is filosofie inderdaad verhelderend, zelfs bevrijdend. Nu deze waardevolle gedachten nog omzetten in de o zo weerbarstige praktijk: zien of aanvoelen is één ding, maar nu nog durven... |