"Buikje"
Theo Mooijman - 07 April 2012
"Buikje" door Theo Mooijman Twaalf jaar geleden vond mijn echtgenote dat ik een pak nodig had. Tegenstribbelen had geen zin. Dat ik al een pak had en twee combinaties, geen valide verweer. Als ik politieke aspiraties had, wel nu daar hoort een sjiek pak bij. Ik heb niets tegen kledingzaken zo lang het niet om mij zelf gaat. Ik heb het geduld om te participeren bij het zoeken naar kleding voor anderen, in casu vrouw en kinderen. Maar kleding voor mij zelf, neen. Ik spreek liever in het openbaar, dan dat ik een pashokje inga.
Ooit had ik een kennis bij wie deze schroom heel manifest aanwezig was. Dat ging zo ver dat hij absoluut geen kledingwinkel binnenging. Zijn echtgenote, voor hem was het een gelukkig feit dat zij er verstand van had, ging naar een kledingzaak. Daar legde zij het probleem uit en kreeg dan kleding mee waaruit hij thuis een keuze maakte. Het zal meegeholpen hebben dat zij de dochter van een detailhandelaar was, want ik denk niet dat iedereen zo maar kleding mee krijgt. Ik weet mij er echter toch altijd weer overheen te zetten. Veendam heeft twee kledingzaken in het duurdere segment. Ik had er nog nooit een stap binnen gezet, maar nu moest het toch gebeuren. Ik kende de filiaalchef van een van de zaken en vanzelfsprekend werd ik door hem geholpen. Daar sta je dan. Enigszins hulpeloos met twee vastberaden mensen bij je: je vrouw en de verkoper. Ik zal en moet het pak in. Het spreekt van zelf dat ik kort tevoren thuis nog schone sokken had moeten aandoen en dat ik alleszins toonbaar moest verschijnen. Tijdens het hele ritueel hoop je dat je vrouw alert is op de prijzen en niet dolenthousiast gaat reageren op een peperduur kostuum.
Al deze spanningen eisen zijn tol: langzaam maar zeker wordt het in de oksel wat vochtig. Dat verhoogt helaas de onzekerheid en voert de spanning nog wat op. Als je alleen was, zou je op dat moment verloren zijn. Om snel weg te kunnen zou je nergens meer op letten en waarschijnlijk met het duurste kostuum vertrekken. Maar je bent niet alleen en de zoektocht gaat door. Natuurlijk is er geen pak te vinden dat precies past. Het gaat om het jasje, dat moet perfect zitten. De broek, daar is de couturier voor.
Nadat het perfect zittende jasje was gevonden, kwam de vakmanschap er aan te pas. Wonderbaarlijk snel was een broekspijp gespeld en was het de beurt aan de taille. "Je hebt een beginnend buikje", kwam er een beetje plagend uit. "Maar dat geeft niets, want daar hebben we een truc voor. De couturier laat de broekband aan de voorzijde ietsje zakken en dan zit-ie als gegoten". Als je denkt, dat je er dan bent: mis! Een bijpassend overhemd (er is maar ??n prijsklasse en dat is de hoogste) en bijpassende das, worden vlotjes aangeprezen. Een blik van mijn echtgenote gaf mij te verstaan dat ontsnappingen als "ik heb al tientallen dassen en overhemden" er niet in zaten. Ik moest me nog gelukkig prijzen dat ik er met ??n das en overhemd van af gekomen ben.
Deze gebeurtenis borrelde weer op toen ik vorige week langs de etalages van deze zaak liep. Ik pleeg zelden zo maar in etalages te kijken, maar deze keer was er iets dat mijn aandacht trok. Schaakstukken! Van het buiten formaat. Alle etalages (het zijn er vier) waren er van voorzien. Een volledig schaakspel was goed gestileerd gebruikt om de nieuwste mannenmode onder de aandacht te brengen, waaronder trouwpakken. In onze tijd werden die nog gehuurd, maar de 'modebewuste man van tegenwoordig' koopt zijn pak. Trouwpakken en de koningen uit het schaakspel. Je bent ??n dag de koning. En daarna loper of pion. Bewuste of onbewuste symboliek? Misschien vraag ik er nog wel eens naar. Maar naar binnen vanwege de verleiding hoef ik niet. Want het pak is er nog. Dat draag ik immer bij bijzondere gelegenheden. En het zit nog als gegoten. Ik ben dus nog steeds niet verder gekomen dan een 'beginnend' buikje.
|