Hup, Holland, hup
Theo Mooijman - 30 September 2006
"Hup, Holland, hup " door Theo Mooijman We have joy, we have fun, we have Swindon on the run; But the joy didn't last, 'cause the bastards run to fast. Degene die in staat is deze regels te zingen op de melodie van "Seasons in the sun" van het Kingston Trio, zal ontdekken dat we hier een refrein hebben met een stevige uitstraling en een flinke dosis Engelse zelfspot. Het is een tekst van een anonymus, waarschijnlijk spontaan geboren tijdens een sing-in. Toeschouwers van met name voetbalwedstrijden amuseren zich daar in hoge mate mee, dagen de rivaliserende supporters uit en houden een eigen zangwedstrijd tegen hen. Het zingen versterkt de onderlinge band en draagt in hoge mate bij aan de sfeer in een stadion. Hoe anders is dat bij het schaken. Supporters, zo ze al op geringe afstand tot hun helden worden toegelaten, moeten stil zijn. Muisstil zelfs. Aanmoedigen mag niet; de tegenstanders van de eigen schaakhelden afleiden ook al niet. Misschien mag je een lange neus maken of een ander gebaar. Dat zou enorm opluchten, maar in een schaakambiance zet men zich daar zelf voor gek mee. Spandoeken? Met Boem Boem Bannink er op of zo iets. Zou moeten kunnen, mits tegen een wand gespannen. De tegenstander van Bernard langdurig aanstaren, dat mag niet. Dat weten we nog van de match Karpov-Kortsnoj, toen een hypnotiserende medewerker van Karpov er niet meer bij mocht zijn. Wat zou er trouwens op tegen zijn, als de meegereisde supporters voor de aanvang van de wedstrijd een half uurtje strijdliedjes zouden zingen? Niets toch. Op grond van welk artikel zou dat verboden kunnen worden? In de huidige praktijk moet je als ware schaakfan anders genieten. Een paar zakschaakspellen en/of een laptop mee en met de helden mee schaken. Het liefst natuurlijk het eerder en beter zien. En dat aan iedereen laten weten. Maar ja, als je daar regelmatig in zou slagen, hoor ze zelf aan die wedstrijdtafels thuis. Toch vind ik het jammer dat alles zo stil moet zijn bij het schaken. Om het schaken interessant te houden wordt al het nodige verzonnen. Blindpartijen; randomchess; jong tegen oud. Ooit was het doodstil tijdens een tenniswedstrijd. Thans is men, vooral in de V.S. alleen nog maar een paar seconden stil tijdens de opslag. Iedereen leeft mee. Misschien zijn luidruchtige supporters wel de ontbrekende schakel om van schaken een televisiegenieke sport te maken. Dan gebeurt er tenminste wat. En er komt een verzwarende factor voor de spelers bij. Tenzij die oordopjes indoen natuurlijk, maar die verbieden we. En de dove schakers dan? Die hebben dan eens gemak van hun handicap. |