De generatie van 68
Hans Meijer - 07 January 2012
"De generatie van 68" door Hans Meijer Wat gebeurde er in 1968? Veel, zeer veel. In Praag was het even lente; Stakingen en studentenbetogingen zetten Parijs in brand; Martin Luther King en Robert Kennedy werden vermoord; In Vietnam richtten Amerikaanse troepen in My Lai een bloedbad aan; Jan Janssen won de Tour de France; Stanley Kubrick bracht '2001: A space odyssey' uit; Mabel Wisse Smit zag voor het eerst het daglicht; Syd Barrett werd uit Pink Floyd gezet; De Rolling Stones intrigeerden met 'Sympathy for the devil'; In Lugano, Zwitserland, won het team van de USSR bestaande uit Tigran Petrosian, Boris Spassky, Viktor Korchnoi, Efim Geller, Lev Polugaevsky en Vassily Smyslov zonder ook maar ??n partij te verliezen de 18de schaakolympiade; etc.. In Kockengen, een dorpje niet ver van Breukelen in het weideland van Utrecht waarvan de naam van het Franse Cocagne afgeleid is, gebeurde in 1968 weinig. Slechts een enkeling zal nog weten dat ik het in 1968 tot de beste schaker van Breukelen en omstreken schopte en het jeugdkampioenschap van de Stichts-Gooise Schaakbond met overmacht won. Vreemd is dat op Wikipedia mijn naam op de lijst van illustere inwoners van Kockengen ontbreekt. Gerard Vianen, een wielrenner die in 1968 een ploeggenoot van Jan Janssen was en die een keer achter mijn Puch in een heftige storm van Vleuten naar Kockengen stayerde, staat er overigens wel op Breukelen, 1968. Met drs. Th.C.L. Kok (rechts), Jan Timman (naast Kok) en Hans Meijer (einde tafel links) (SN, jan. 1969). Als jeugdkampioen van de SGS plaatste ik me voor het Nederlandse jeugdkampioenschap van 1968 dat in Amersfoort verspeeld werd. Daar maakte ik voor het eerst kennis met drie toekomstige steunpilaren van het Nederlandse schaak: Jan Timman, de jeugdkampioen van het jaar ervoor die niet meespeelde, Gert Ligterink en Hans B?hm. B?hm werd de nieuwe jeugdkampioen. Dit omdat Ligterink, in betere positie, zo vriendelijk was tegen mij een paard weg te geven. Onthutst vertelde Gert mij dat dit hem nog nooit overkomen was. Met vijf anderen eindigde ik op de derde plaats. Op tie-break werd ik na Eric de Vries vierde. In Breukelen speelden we in het najaar een revanche vierkamp. Jan Timman kwam met B?hm mee en speelde in de hoofdgroep en hoewel Jan de spes patriae was moest hij de eer aan drs. Th. C. L. Kok laten. Tijdens de partij van Kok tegen Timman deed zich een grappig incident voor. In de eerste ronde verloor ik met wit van de Aljechin van B?hm waarop Timman mij vertelde dat ik na 1.e4 Pf6 2.e5 Pd5 3.Pc3! had moeten spelen. Dat was zijns inziens verreweg de beste zet. Dat klopte want Kok speelde in de tweede ronde precies die zet tegen de Aljechin van Jan en had verder geen kind aan hem. Hans B?hm leerde ik in Breukelen wat beter kennen. Na afloop van de tweede ronde daagde hij de zeer serieuze Kok uit voor het spelen van vluggertjes om geld. Een vernietigende blik was het antwoord. Met mij wilde hij om een colaatje spelen. Die kon hij van mij ook wel zonder te spelen krijgen. Dat brak het ijs. We spraken wat met elkaar. "Het gaat niet zo goed, h??" zei B?hm. "Inderdaad, maar niet slechter dan met Jan." was mijn reactie. Zowel Jan als ik hadden op dat moment nul uit twee. Daar hadden Hans en Jan niet van terug. Mijn indruk was dat Ligterink veel serieuzer met schaken bezig was. In Amersfoort wilde hij bijvoorbeeld na elke partij van een rivaal precies weten wat er voorgevallen was. Zijn aanpak loonde want een jaar later werd hij voor B?hm de nieuwe jeugdkampioen van Nederland. Gezegd moet worden dat deze drie musketiers in de jaren daarna van zich lieten horen. Jan Timman (Amsterdam, 14-12-51; IGM in 1974) is tot op heden het gezicht van het Nederlandse schaak. Hij zou wereldkampioen geworden zijn ware het niet dat Anatoly Karpov net iets gehaaider was. Jan was negen keer kampioen van Nederland en hij vertegenwoordigde ons land dertien keer op schaakolympiades. Zijn boeken en zijn schaakblad New in Chess stelden mij de voorbije jaren in staat het topschaak op de voet te volgen. In 2005 zag ik hem voor het laatst achter het bord in G?teborg, Zweden, waar hij met het Nederlandse team Europees kampioen werd. Een formidabele prestatie waar vrijwel niemand op gerekend had. Gert Ligterink (Oldekerk, 17-11-49; IM in 1977) werd in 1979 kampioen van Nederland. Vier keer werd hij afgevaardigd naar schaakolympiades. In 1975 werd Gert schaakjournalist. Eerst bij de Winschoter Courant en het Nieuwsblad van het Noorden daarna bij De Volkskrant. Sinds ik een iPad heb lees ik hier in Bolivia elke zaterdag zijn schaakrubriek. Het zou mooi zijn als hij daarmee door wil blijven gaan (maxpam.nl/2008/06/de-moeder-der-schaakrubricisten). Hans B?hm (Rotterdam, 15-01-50; IM in 1975) is een geval apart. Meer showman dan schaker. Een interview met B?hm dat Max Pam in 'De zuiverste liefde is die tussen een man en zijn paard' (1975) publiceerde en zijn pagina op Wikipedia spreken wat dit betreft boekdelen. Dat hij het gokken nog steeds niet kan laten bleek in april 2008 toen hij een weddenschap met mij af wilde sluiten op de gebeurtenis dat Jan Smeets en Erwin l'Ami nog een keer op hun verjaardag tijdens een NK tegen elkaar zouden spelen (svpromotie.nl/column/column10mei.htm). In 'Schaakwerk II' van Jan Timman (1991) trof ik onderstaande studies aan die allebei gebaseerd zijn op 'het ondekbaar pat' thema. De tweede studie is van Th.C.L. Kok die onder meer 'Problemen en eindspelen' (1939) en 'Wege zur Endspielstudie' (1992) publiceerde. Jan Timman (1986): 1.d6 cxd6 2.Tc2 Tf7! (2...Tb5 3.Txf2 Txe5 4.Te2 remise) 3.Txf2 g4 (3...dxe5 4.Te2 g4 5.Lxg4 Tf6 6.Kg5 Le7 7.Kh4 Tf3 8.Kh5 remise) 4. hxg4 dxe5 (Dreigt 5...e4 met stukwinst. Na 5...Te2 Tf6 6.Kg5 Le7 wint zwart.). 5.g5! e4 6.Lh5! Txf2 7.g4. Remise. Theodorus C.L. Kok (1933): 1.Le1 (Curieus. Wit speelt zijn al half ingesloten loper weg om de zwarte koning te dwingen de diagonaal a6-f1 te blokkeren. Op deze diagonaal kan de zwarte loper op d1 of e2 mat geven.) 1...Kd3 2.Pb5 (Het Novotny thema.) 2...Txb5 3.Lh4 (En weer terug. De zwarte loper kan nu niet ingrijpen.) 3...Tb1 4.b8D Txb8 5.g3. Remise. |