Waarom ik niet naar Khanty-Mansiysk ging
Hans Meijer - 08 January 2011
"Waarom ik niet naar Khanty-Mansiysk ging" door Hans Meijer Van de twaalf schakers die deelnamen aan het Boliviaanse kampioenschap 2010 moest ik er begin dit jaar in Cochabamba niet minder dan negen voor laten gaan. Een bijkomstigheid was dat ik hierdoor buiten de boot van het Boliviaanse olympiadeteam voor Khanty-Mansiysk viel. Ik kreeg echter een herkansing. Tijdens de prijsuitreiking riep Alfonso Ferrufino, de president van de Federaci?n Boliviana de Ajedrez (FBA), mij onverwacht naar voren en overhandigde mij op het podium een zwartfluwelen doos. In deze doos zat een fraai plakkaat met mijn nominatie tot coach van het Boliviaanse damesteam dat aan de schaakolympiade van Khanty-Mansiysk in september 2010 deel zou nemen. Ik was compleet verrast en wist even niet hoe te reageren. Logo Federaci?n Boliviana de Ajedrez Ik vatte mijn nominatie in eerste instantie op als niet meer dan een fraai gebaar want het prijskaartje dat aan de reis naar Khanty-Mansiysk in het verre Siberi? hing loog er niet om. In een mailtje dat Ferrufino ons half mei toestuurde rekende hij ons voor dat we per persoon drieduizend dollar op tafel moesten leggen om mee te mogen; ter vergelijking het minimumloon in Bolivia bedraagt honderd dollar per maand. Mocht iemand hiertoe niet in staat zijn dan zou hij een andere schaker vragen om mee te gaan. Mijn taxatie was dat vrijwel niemand dit bedrag bijeen zou krijgen en dat Bolivia deze keer verstek zou moeten laten. Daarnaast leek het mij erg veel geld voor het spelen van elf schaakpartijen in een klein stadje aan de andere kant van de wereld. Het leek me ook geen toernooi waar de Boliviaanse schaaksters veel wijzer van zouden worden. Naar verwachting zou ons damesteam van de elf wedstrijden er vier dik verliezen (Ukra?ne, Turkmenistan, Filippijnen, Zweden), vier dik winnen (Thailand, Tunesi?, IBCA, UAE) en drie 'gelijkspelen' (Noorwegen, Ecuador, ICSC). Volgens mij moet er in sportief en financieel opzicht een betere olympiade opzet te bedenken zijn. Ferrufino bedankte ik in een mailtje voor mijn nominatie en meldde hem dat ik er vanaf zag om het damesteam in Khanty-Mansiysk te coachen. Ook IGM Osvaldo Zambrana, MF Ronald Campero en Boris Ferrufino, de Boliviaanse kampioenen van 2009 en 2010, trokken zich om hen moverende redenen terug. De situatie leek volstrekt hopeloos voor de Boliviaanse schaakteams maar, zo wil het spreekwoord, als de nood 't hoogst is, is de redding nabij. En ook deze keer bleek dit eigenaardige spreekwoord het bij het rechte eind te hebben. Ik had over het hoofd gezien dat tijdens de schaakolympiade de verkiezing van de volgende FIDE president op het programma stond en in een verkiezingsjaar wordt alles vloeibaar. Oud-wereldkampioen Anatoly Karpov en zittend FIDE president Kirsan Ilyumzhinov waren de kandidaten en op zoek naar de Boliviaanse stem bezochten beide kandidaten Bolivia. De eerste die kwam was Karpov die in het presidenti?le paleis in La Paz een simultaan gaf. Opmerkelijk is dat Karpov in New in Chess (NiC) 2010/6 liet noteren dat de president van de FBA zo bang was voor de FIDE officials, die hem verboden hadden om de andere kandidaat te ontmoeten, dat hij de uitnodiging van de Boliviaanse president Evo Morales om naar zijn residentie te komen afsloeg. Vergiste hij zich opzettelijk? Onderstaande foto bewijst het tegendeel en het lijkt mij uitgesloten dat Karpov zich het gesprek van een uur dat hij met Ferrufino voerde niet herinnerde. Karpov had overigens gelijk met zijn opmerking dat het FIDE team de FBA dreigde maar zijn eigen team deed op dit punt niet voor dat van de FIDE onder. Karpov en zijn kompaan Kasparov mogen zich dan graag voordoen als echte democraten maar volgens mij scoren zij (net als hun land) niet hoger dan 4.26 (van de 10) op de Democracy Index 2010 (van de Economist Intelligence Unit). Evo Morales, Anatoly Karpov en Alfonso Ferrufino. Vervolgens kwam Kirsan Ilyumzhinov op bezoek die, hoewel hij daar als president van Kalmukki? zeker recht op had, niet op het presidenti?le paleis ontvangen werd. De onwrikbare steun van Ferrufino voor zijn kandidatuur werd door Ilyumzhinov royaal beloond. Niet alleen in de vorm van toezeggingen voor een Bolivia breed 'schaken-op-school' project maar ook, toen Ilyumzhinov vernam dat de deelname van Bolivia aan de schaakolympiade op losse schroeven stond omdat er geen geld voor de reis was, in de vorm van negen vliegtickets. Bolivia mocht op deze olympiade volgens Ilyumzhinov zeker niet ontbreken. De Gracias Kirsan bedankbrief van Ferrufino voor zijn steun aan het Boliviaanse schaak is op de website van torre64.com te vinden. Een brief die boekdelen spreekt over het reilen en zeilen van de schaakwereld. Ik heb mij de vraag gesteld of ik, met deze nieuwe kennis gewapend, toch mee had moeten gaan naar Khanty-Mansiysk. Laat ik mij beperken tot mijn conclusies. Na het herlezen van de NiC's 1996/7 (Yerevan), 1998/7 (Elista), 2006/5 (Turijn), 2010/7 (Khanty-Mansiysk) is het mij volstrekt duidelijk dat de FIDE te koop is en dat Ilyumzhinov al 15 jaar lang de hoogste bieder is. Het zal dus nog wel even duren voordat wij schakers, om met Kortchnoi te spreken, wezen zijn want nu Ilyumzhinov geen president van Kalmukki? meer is verwacht ik dat hij zijn FIDE presidentschap niet snel op zal willen geven. Ook is het mij na het herlezen van de NiC's 1996/1 (Hans Ree over Kirsan), 1996/7 (Kirsan over Kirsan) en 1998/4 (Sarah Hurst over Kirsan) duidelijk dat het geld dat Ilyumzhinov zich, zonder al te veel scrupules, heeft toege?igend tijdens het uiteenvallen van de Sovjet Unie en daarna als president van Kalmukki? feitelijk zijn volk, of moet ik hier het proletariaat schrijven, toebehoort. Nee, ook met een gratis ticket zou ik niet naar Khanty-Mansiysk gegaan zijn. |