Beroemde laatste woorden
Hans Meijer - 09 May 2009
"Beroemde laatste woorden" door Hams Meijer Hoe laat je je tegenstander weten dat het genoeg geweest is en dat je een punt achter de partij wilt zetten? De meeste schakers zullen hun koning omleggen en de tegenstander de hand reiken. Er zijn echter de nodige schakers die eigenaardige opvattingen huldigen over het opgeven van een partij. Op de schaakclub in Cochabamba suggereerde ik tijdens een vluggertje dat Oswaldo Rivas beter op kon geven want veel hoop op redding was er niet. Er verscheen een glimlach op zijn gezicht. 'Moet ik mij overgeven? Laat je grootmoeder zich overgeven!'. Het zijn de beroemde laatste woorden van de Boliviaanse held Eduardo Avaroa. Tijdens 'La guerra del Pacifico' (de oorlog van de Pacific) met Chili kwam Avaroa in 1879 om bij het verdedigen van de Topater brug. Hij weigerde zich over te geven en riep bovenstaande woorden (plus een krachtterm) naar de Chilenen. Op de website 'La Torre Suicida' van mijn schaakvrienden uit Santa Cruz las ik dat de reactie van Rivas karakteristiek is voor het Avaroa syndroom. Typische kenmerken van dit syndroom zijn dat je de strijd nodeloos lang rekt en dat je je liever mat laat zetten dan dat je een partij opgeeft. Veel landen hebben hun Avaroa. In Paraguay kwam ik er tijdens een vakantie achter dat hij daar L?pez heet. Negen jaar voor Avaroa, in 1870, gaf de zeventienjarige Panchito L?pez tijdens 'La guerra de la Triple Alianza' tussen Paraguay en de triple alliantie Brazili?, Argentini? en Uruguay, zich al evenmin over maar reageerde hij op de Cerro Cor? op een oproep hiertoe met zijn beroemde laatste woorden: 'Een kolonel van het Paraguayaanse leger geeft zich nooit over!'. Ik denk dan ook dat het syndroom van L?pez een betere naam is maar laten we het op het Avaroa-L?pez syndroom houden. Erg consequent is men in Bolivia echter niet. Toen ik onlangs in Cochabamba in een partij waarin ik zwart had na een fraaie combinatie door Carlos Saavedra mijn koning op f5 mat liet zetten werd ik hiervoor door diverse schakers berispt. 'Je hebt je mat laten zetten?' werd mij met afgrijzen gevraagd. 'Dat zou ik nooit doen!' voegde men er aan toe. Ik had eerder op moeten geven of ik had, in lijn met Avaroa en L?pez, de hopeloze strijd nog een tijdje voort moeten zetten. Op die manier laat je je tegenstander merken dat hij eigenlijk een prutser is die het niet verdiend om van je te winnen. Of om met Kortchnoi te spreken nadat hij zijn match tegen Karpov in 1978 verloren had: 'Karpov is een bijna even goede schaker als ik, alleen wat oppervlakkiger van stijl.' Hoe rek je echter de strijd als je op het punt staat matgezet te worden? Hoewel dat zo op het eerste gezicht niet kan is het toch mogelijk. Je kunt dan namelijk ook nog door tijdsoverschrijding verliezen. 'Hoopt u dat ik in slaap zal vallen?' vroeg ik een keer een tegenstander toen hij op die manier een verloren pionneneindspel dacht uit te moeten spelen. Dat hielp. Hij gaf op. Op 'La Torre Suicida' las ik dat met name jongens de tijd voor het uitspelen van de partij nemen als ze van meisjes als Cecilia Ch?vez of Stefanie Barrenechea gaan verliezen. Zelf geef ik een verloren staande partij op als ik merk dat ik niets zinnigs meer kan ondernemen. Een tegenstander moet zich daarna natuurlijk wel weten te gedragen want toen Lex Jongsma na een partij, die we tijdens een bedrijvenschaakolympiade in Amsterdam met elkaar speelden, hoog op begon te geven over zijn krakkemikkige spel reageerde ik me meteen af met: 'Het is dat ik weet dat u mijnheer Jongsma bent anders zou ik denken dat u een knoeier bent!'. Jongsma zag in dat hij te ver gegaan was en gaf grif toe dat hij goed weggekomen was. Een advies. Mocht in de toekomst een tegenstander je uitnodigen om je verloren staande partij op te geven zorg er dan voor dat je wat beroemde laatste woorden klaar hebt liggen. |