Over de zin van het leven na de dood
Hans Meijer - 11 April 2009
"Over de zin van het leven na de dood" door Hans Meijer De titel boven dit stukje is afkomstig van schaakmeester Johan Barendregt. Hij refereerde ermee aan de tijd dat hij jonger was en sterker schaakte. Aan de tijd dat hij van Bent Larsen (Hoogovens, 1959), Lajos Portisch (IBM, 1963) en oud-wereldkampioen Mikhail Botwinnik (IBM, 1966) won. In 'De zuiverste liefde is die tussen een man en zijn paard' van Max Pam uit 1975 staat een mooi interview met hem dat gaat over psychologie, LSD, fobie?n, China, hypnose en schaken. Lang had ik niets meer van Barendregt vernomen maar vorig jaar kwam ik hem in Matten-3 tegen. 'Als je maar altijd beseft dat er geen God is' was de titel die boven het stukje van Hans Ree stond. Het was de boodschap die Barendregt aan Ree meegaf toen deze hem in het ziekenhuis opzocht. In een Schakend Nederland las ik dat Barendregt kort daarop, op 2 januari 1982, uit deze wereld vertrok. Barendregt schreef 'Over de zin van het leven na de dood' in 1978 voor het jubileumnummer van Schaakbulletin. Hij is dan 54 jaar oud en denkt terug aan zijn glorietijd toen hij als schaker meetelde. Ver van de schakers slijt hij nu zijn leven in jaloezie en rancune. Hij is al blij als Timman hem vagelijk herkent of als Sosonko hem wel eens groet. Erg zijn in zijn ogen schakers die doen alsof er belangrijker zaken zijn dan schaken. Hij gaat het ook maar weer doen. Een toernooi zou hij niet meer winnen. Maar wel nog eens een B?hm of een Ligterink doen sidderen. Aan de angst in hun ogen zou hij het bewijs leveren van de zin van het leven. Al was het van dat n? de dood. Tijdens de vorige maand in Cochabamba gespeelde voorronde voor het nationale kampioenschap van Bolivia moest ik tijdens de laatste ronde aan het stukje van Barendregt denken. Aan het zesde bord zat ik met mijn zestig jaar tegenover de veertien jaar oude Paulo Rozo uit El Alto. Twee tafels verderop schaakte de oud-kampioen van Cochabamba Oswaldo Rivas van twee?nzestig tegen Juan Gabriel Quispe van twaalf uit Samaipata. Het record verschil in leeftijd noteerde die dag bord achtttien waar de oud-kampioen van Bolivia Magin Zubieta van twee?ntachtig en de dertienjarige Alexandra Prado uit Samaipata tegen elkaar speelden. Het had er veel van weg dat het een moeilijke middag voor ons ouderen zou worden. Rozo had tegen vier toppers met 2200 plus ratingen twee punten gescoord. Quispe had van een 2200 plus speler moeten winnen maar liet hem met remise ontsnappen en Prado had een andere topper tot zijn stomme verbazing remise afgesnoept. Op weg naar de speelzaal realiseerde ik me dat de uitslag van de wedstrijd oud tegen jong weleens drie tegen nul zou kunnen zijn en dan niet in het voordeel van de ouderen. Ik troostte me met de gedachte dat ik in dat geval van een toekomstig kampioen van Bolivia zou verliezen.  Paulo Rozo (14), Alexandra Prado (13) en Juan Gabriel Quispe (12) De ouderen (totaal 204 jaar) wonnen uiteindelijk van de jongeren (totaal 39 jaar) met twee tegen een. Oswaldo Rivas won van Juan Gabriel Quispe en Alexandra Prado hield Magin Zubieta keurig op remise. Toch kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat de tijd van het grote inleveren is aangebroken. Alexandra won vijf, Juan Gabriel 30 (plus 25 punten van het Zuid-Amerikaans kampioenschap) en Paulo niet minder dan 64 (plus 10) ratingpunten. Van de ouderen slaagde Oswaldo erin het nog net droog te houden maar Magin en ik verloren ieder 23 ratingpunten. Toch geef ik niet op. Misschien dat ik met het team van Cochabamba in mei in Sucre nog een keer het teamkampioenschap van Bolivia kan winnen. En als dat niet meer lukt wil ik nog wel een Bernard Bannink of Henk Noordhoek doen sidderen. Aan de angst in hun ogen zal ik het bewijs leveren van de zin van het leven. Al is het van dat n? de dood. |