Schaken voor huisvrouwen
Hans Meijer - 18 January 2009
"Schaken voor huisvrouwen" door Hans Meijer Met mijn dochter arriveerde het boekje 'Schaken voor huisvrouwen. Memoires van een grootmeester.' van Karel van der Weide in Cochabamba. Twee keer ben ik Karel tijdens een toernooi tegen het lijf gelopen, de eerste keer tijdens het Liechtenstein Open van 2000 en de tweede keer tijdens het Europese Kampioenschap van 2005 in Gothenborg. De eerste keer schaakte hij. De tweede keer was hij de begeleider van het Nederlandse damesteam. Dat niet schaken vond ik al een teken aan de wand, maar het duurde nog tot maart 2008 dat KvdW, zoals hij zichzelf steeds in zijn boekje noemt, de wereld liet weten dat hij het schaken op een laag pitje zette en zich voortaan als schrijver wilde gaan manifesteren. Aan de ondertitel van zijn boekje te zien zou KvdW ons iets meer vertellen over het leven aan de onderkant van het professionele schaak. Ik was benieuwd. Op de FIDE website is te achterhalen dat KvdW (geboortejaar 1973) de nummer 20 van Nederland en de nummer 1047 van de wereld is. Op karelvanderweide.nl las ik dat hij in 2005 de grootmeester titel verwierf. Hij beschikte al over drie grootmeesternormen en tijdens het Praag Open van 2005 kwam zijn FIDE rating even virtueel boven de 2500 uit waardoor hij aan alle eisen voldeed. In 2007 slaagde hij erin om boven zichzelf uit te stijgen en bereikte hij zijn absolute top met een rating van 2512. Daarna ging het weer bergafwaarts. In zijn boekje is te lezen dat KvdW graag met Herr Grossmeister aangesproken wil worden. Aan het verloop van zijn ratingcurve is te zien dat Karel meestal een meester en zo af en toe een zwakke grootmeester is. De inhoud van het boekje 'Schaken voor huisvrouwen' stelde mij ronduit teleur. Van de eerste tot de laatste pagina ergert KvdW zich aan vrijwel iedereen. Door Jan en alleman voelt hij zich tekortgedaan. De lijst met schuldigen is lang: zijn scriptiebegeleider, bondsbobo's, de computer, Pim Fortuyn, het ambitieloze Nederland, zijn buurvrouw, de moderne zelfbewuste vrouw, de topschakers, de schakers uit de onderklasse, het voetbal, de zelfbenoemde schaakjournalist Johan Hut, de organisator van schaaktoernooien Jeroen van den Berg ('kartelleider B'), de Antillianen ('Zijn we wel op hetzelfde eiland geweest?' vroeg Bianca M?hren hem geestig.), de pluggeneratie, goedkope schaaksoftware, de KNSB, de schaakmedia, etc.. Het valt niet mee om KvdW te zijn. KvdW blijkt een zwak voor rijtjes te hebben. Zijn boekje staat er vol mee. Eentje vond ik wel leuk: (kale kippen) bedelaars, prostituees, junks en profschakers. Daarna verveelden ze snel: (vrienden) psycholoog, socioloog, journalist, leraar, musicus of econoom; (geniale Oostenrijkers) Mozart, Haydn, Mahler, Schubert, Klimt, Schiele, Kokoschka, Freud, Wittgenstein, Kreuz, Weininger; (cultfiguren) Monroe, Cobain, Brood; (Russische genie?n) Repin, Tsjaikovski, Sjostakovitsj, Prokofjev, Gontsjarov, Dostojevski, Tolstoj, Solzjenitsyn, Tsjechov; (een echte man heeft geen vrouw) Boeddha, Jezus, Plato, Alexander de Grote, Kant, Shakespeare, Lenin. Het laatste rijtje geeft te denken. Misschien dat die scriptiebegeleider middeleeuwse geschiedenis toch niet helemaal ongelijk had toen hij extra onderzoek eiste. Alexander had namelijk drie vrouwen, Roxane, Statira en Parysatis, Nadezhda Krupskaya was de echtgenote van Lenin en Shakespeare trouwde met Anne Hathaway. Een naam die in dit rijtje weer niet misstaan had is die van de filosoof Schopenhauer, die vanwege zijn twistzieke karakter en problematische relaties met vrouwen wel wat op KvdW lijkt. Ondanks zijn onvrede schaakte KvdW onversaagd verder. Hij wint toernooien: o.a. Chemnitz (1997), M?nster Oster (2001), Bad Wiessee (2004), Praag (2005), Bad Ems (2006), Sevilla (2007). Hij verdedigt de Nederlandse driekleur: een gedeelde tweede plaats op het EU 2006 kampioenschap in Liverpool. Prestaties waar hij terecht trots op is. Wat is zijn lot? De vaderlandse pers negeert zijn successen en beperkt zich tot een spottende analyse van zijn Liverpoolse verliespartij tegen Nigel Short. Ondank is 's werelds loon. Wie echter verwacht dat KvdW al dit wanbegrip zelf rechtzet komt van een koude kermis thuis. In zijn boekje bespreekt hij slechts zes partijen van zichzelf. Dat is bar weinig. Bizar is dat hij nergens de namen van zijn tegenstanders noemt. De lezer mag dit zelf uitzoeken. Van ??n partij, die uit hoofdstuk vier over vrouwen, wist ik het. De Letse Dana Reizniece zat achter de zwarte stukken. Zijn partij tegen Short blijft onbesproken. De zevende partij die KvdW bespreekt is een partij die zijn vader Piet van der Weide tijdens het Kampioenschap van Nederland van 1971 tegen Jan Hein Donner speelde. Van der Weide sr. had eerst moeten verliezen, daarna kunnen winnen maar uiteindelijk werd het punt gedeeld. Hierdoor werd Hans Ree kampioen van Nederland waarna Donner, die gelijk met Ree eindigde, zichzelf tot Neerlands eerste schaduwkampioen uitriep, zie 'De Koning' (1987). Jaren later, tijdens het NK van 1979 schonk pa Piet een gratis punt aan Gert Ligterink en maakte hem, een punt voor Jan Timman en Ree, kampioen van Nederland. Curieus is dat KvdW tijdens het NK van 1998 in de voetsporen van zijn vader als onbedoelde kampioenenmaker trad. Hans Ree schreef er in de NRC een stukje over met als mooie titel 'Vader en Zoon', zie voor de complete tekst chesscafe.com/text/hans25.txt. Karel van der Weide (2450) - Ivan Sokolov (2625), (Rotterdam, NK (9), 01-07-1998). 1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 a6 4.Lxc6 dxc6 5.0-0 Le7 6.Pxe5 Dd4 7.Pf3 Dxe4 8.Te1 Dg6 9.Pe5 Df5 10.d4 Le6 11.Pc3 0-0-0 12.Pe4 h5 13.c3 h4 14.De2 Ld5 15.f3 f6 16.Pd3 g5 17.b3 Ph6 18.c4 Lf7 19.Lb2 The8 20.Df2 h3 21.g4 Dg6 22.Tad1 Kb8 23.Dg3 f5 24.Pe5 Dh7 25.Pf2 Lg8 26.Dxh3 Ld6 27.Dh5 Tf8 28.Lc1 Lb4 29.Tf1 Pf7 30.Dxh7 Lxh7 31.Pxf7 Txf7 32.Lxg5 Te8 33.Ld2 La3 34.g5 f4 35.Lc1 Lxc1 36.Txc1 Lf5 37.Kg2 Th7 38.Th1 Th4 39.Tce1 Tg8 40.Te5 Txg5+ 41.Kf1 Tgh5 42.Ke2 Tg5 43.h3 Thh5 44.Pg4 b6 45.Kf2 Kb7 Zie diagram. Volgens Ree heeft wit na 46.Pf6 Th4 goede winstkansen, omdat 46...Th6 47.h4 Tgg6 48.Txf5 49.Txf6 Txf6 50.h5 hopeloos is. In de partij vervolgde wit met 46.Kg2 Tg8 47.Kf2 Tg6. Nu is het niet zo eenvoudig meer maar 48.c5 ziet er nog steeds veelbelovend uit. Wit was echter moe, blundert en verliest een pion. 48.Th2 Td6 49.Ke1 Txd4 50.The2 Td6. Nu speelt zwart op winst. 51.Pf2 Tdh6 52.Kd2 c5 53.a4 a5 54.Kc3 Thg6. Hier is 55.Pg4 voldoende voor remise, omdat 55...Lxg4 56.hxg4 Tg3 57.Tf2 Txg4 58.Tf5 zwart niets oplevert. 55.Pd3 Lxd3 56.Kxd3 Txh3. Zelfs nu heeft wit na 57.Tf2 Td6 58.Kc3 nog prima remisekansen. Wit zette echter met 57.Ke4 Td6 58.Tf2 Td4 59.Kf5 Th5 voort waarna hij een toren ging verliezen en opgaf. Zeer teleurstellend, schreef Ree, en niet alleen voor Van der Weide. Sokolov werd dat jaar kampioen van Nederland. Timman kwam weer een punt tekort. Als schaker is Karel van der Weide duidelijk te klein voor het tafellaken en te groot voor het servet. Als subtopper moet het voor hem echter mogelijk zijn om zijn partijtje mee te blijven blazen. Of hij het als schrijver gaat redden weet ik niet maar na 'Schaken voor huisvrouwen' vrees ik het ergste. |