Schakende vrouwen
Hans Meijer - 24 November 2007
"Schakende vrouwen" door Hans Meijer De voorzitter van de schaakclub in Cochabamba had nog nooit van een vrouw verloren en was dit ook in de toekomst niet van plan. Het was zijn eer te na. Ik beloofde hem om volgend jaar samen met de Promotie schakers een sterke vrouwelijke schaakster uit Nederland over te laten komen die ongetwijfeld van hem zou willen winnen. Daar had hij duidelijk niet van terug. Mannen verliezen niet graag van vrouwen. Nu went verliezen sowieso al nooit maar van een lid van het zogenaamd zwakke geslacht verliezen dat went nog net iets minder. Met verliezen bedoel ik hier natuurlijk zelf verliezen. Het is weer iets geheel anders als een clubgenoot van een vrouw verliest. Het is eigenlijk best leuk om een Henk Noordhoek of Manuel Nepveu in grote problemen tegenover een Nikoletta Lakos te zien zitten en het was toch eigenlijk best jammer dat Nikoletta Henk liet ontsnappen. Uiteraard willen Henk en Manuel nu graag van mij weten hoe ik het er tot nu toe tegen vrouwelijke schakers van afgebracht heb? Ik kan Henk en Manuel op dit punt gelukkig geruststellen. De eerste vrouw die ik tegenover mij aan het schaakbord trof was Fenny Heemskerk. Fenny was tien keer damesschaakkampioene van Nederland en behoorde in de jaren vijftig tot de wereldtop. In 1977 werd haar de WGM titel toegekend. Tijdens het Nederlands jeugdkampioenschap van 1968 werd er in Amersfoort een snelschaakavond voor teams georganiseerd. Ik zat achter het eerste bord van het SGS jeugdteam. Ik weet niet meer met welk team Fenny meeschaakte maar tijdens de eerste ronde troffen wij elkaar. Zij had zwart en nadat ik de koningspion twee velden vooruit gezet had kwam er een Pirc op het bord die ik won. Een goed begin dacht ik bij mezelf maar dat goede begin gold eigenlijk meer voor Fenny die daarna bijna al haar partijen won terwijl ik ze bijna allemaal verloor. Als zwak excuus kan ik aanvoeren dat Jan Timman en Gert Ligterink die avond twee van mijn andere tegenstanders waren maar dat gold natuurlijk ook voor Fenny. Daarna heb ik lang moeten wachten op de volgende vrouwelijke tegenstandster. Pas in 1984 nam in Wassenaar een zeer jonge Anne-Marie Benschop tegenover mij plaats. Die partij won ik vrij gemakkelijk. Tien jaar later ontmoette ik Anne-Marie nog een keer. Ze speelde toen voor LSG. Het was tijdens de partij goed te merken dat ze in 1991 dameskampioene van Nederland geweest was. In Leiden kwam ik verloren te staan maar lukte het me nog net om met remise weg te komen. Een jaar later zat de schrik er nog goed in. In Tilburg trof ik tijdens een KNSB wedstrijd Peggy Jansen van de Stukkenjagers als tegenstandster. Deze partij eindigde geruisloos in remise. Tot slot kwam ik bij Promotie in 2002 tijdens de finaleronde de piepjonge Pauline van Nies tegen. Om geen enkel risico te lopen bood ik na de opening meteen remise aan hetgeen accepteerd werd. Henk en Manuel zullen zich afvragen of het mij in Bolivia slechter vergaat? En uiteraard willen zij graag weten welke risico?s zij zelf volgend jaar tegen de vrouwelijke schakers hier lopen. Het risico om van ze te verliezen is hoog kan ik hen vertellen maar dat mag de pret toch niet drukken? Zelf heb ik op de schaakclub in Cochabamba tot nu toe twee keer een partij tegen de jonge Daniela Cordero gespeeld. De tussenstand is een gewonnen en een remise. Op die remise valt echter wel wat af te dingen want onderweg stond ik ergens verloren (en later ergens gewonnen). Een teken aan de wand is dat Daniela zich begin dit jaar geplaatst heeft voor het algemene kampioenschap van Bolivia. Ik verwacht dan ook dat ze het me in de toekomst nog aanzienlijk lastiger gaat maken. Referenties: 'Dame aan zet - vrouwen en schaken door de eeuwen heen', Remke Kruk, Yvette Nagel-Seirawan, Henri?tte Reerink en Hans Scholten (2000) [www.kb.nl/pr/publ/dameaanzet.pdf]; 'Chess bitch. Women in the ultimate intellectual sport.', Jennifer Shahade (2004); 'Breaking through: How the Polgar sisters changed the game of chess.', Susan Polgar (2005). |