Nieuwjaarsmijmering van een schaker
Max Toxopeus - 31 December 2004
"Nieuwjaarsmijmering van een schaker." door Max Toxopeus Onlangs was ik op bezoek bij een volle neef in Leeuwarden. Tijdens onze vlegeljaren hadden we een tijdje vrij intensief met elkaar opgetrokken. Hierna scheidden zich onze wegen door des levens loop en verloren we elkaar uit het oog. Ik wist alleen dat hij jong was getrouwd, een groot gezin had gesticht en met een binnenschip en later een eigen sleepboot, een goed florerend bedrijf had opgebouwd. Toevallige omstandigheden hadden ons nu, zo'n kleine halve eeuw later, telefonisch weer met elkaar in contact gebracht en een afspraak om bij te praten was gauw gemaakt. Tijdens het bezoek, toen we het over zijn activiteiten op het water hadden, memoreerde ik dat ik zelf ook nog een dik half jaar, v??r de militaire dienst, als 17,18-jarige, zeevarend de kost had verdiend en wel op een klein Gronings kustertje, de 'Siebrand F'. Hierop reageerde hij met: "H?......verrek, dan moet jij dat t?ch geweest zijn!". Toen ik hem vroeg wat hij daarmee bedoelde, vertelde hij het volgende: "Een tiental jaren geleden voer ik geregeld via de sluizen bij De Lemmer van het Prinses Margrietkanaal het IJsselmeer op. Na verloop van tijd werd de oude sluiswachter een goede bekende en als er een tijdje voor de sluizen gewacht moest worden, liep ik wel eens bij de man binnen voor een kop koffie en een praatje. Hij vertelde me dat hij vroeger ook binnenschipper was geweest maar daarna samen met twee broers een kustertje had gekocht waarop hij met dispensatie ( d.w.z. op basis van ervaring, maar zonder alle benodigde papieren, Max T.) als stuurman/eigenaar had gevaren. Eens maakte ik een opmerking over het schaakbord met een schaakstelling dat daar altijd in het sluiswachterskantoortje op een bijzettafeltje stond. Schaken, had hij geantwoord, was z'n grote hartstocht. Zo eind jaren vijftig was hij gegrepen door het schaakspel. Hij herinnerde zich dat ze een 'matroos onder de gage' ( duvelstoejager, ketelbink, halfwas, Max T. ) aan boord hadden gekregen die altijd met een zakschaakbordje bezig was tijdens de 'vrije wacht'. Hij was nieuwsgierig geworden en had zich de regels laten uitleggen. Omdat hij het wel interessant vond had hij in de Zweedse havenstad Sundsvall een magnetisch schaakbord met stukken aangeschaft. Tijdens de nachtelijke wachten, als de omstandigheden en het weer het toelieten speelde hij dan met die 'halfwas' die dan roerganger was, partijtjes. Het schaakspel dat daar stond was nog steeds het inmiddels ruim veertig jaar oude Zweedse spel". Terugblikkend zou de man volgens neef toen opgemerkt hebben: "als ik me goed herinner, was die knaap trouwens net als jij ook een Toxopeus". Neef had daarop echter de schouders opgehaald en te kennen gegeven dat het, voor zover hij wist, geen familie was. De naam Toxopeus komt in het noorden vaker voor dan elders in Nederland. Hierna zou de sluiswachter even in herinneringen verzonken zijn geweest maar toen, zo vertelde neef met een malicieuze grijns, was hij verder gegaan met de uitspraak dat "die knaap toch wel een rare vogel was geweest, eigenlijk zo'n beetje verdwaald op het water. Met een HBS-diploma was het de scheepsintellectueel te midden van een stelletje semi-analfabete anarchisten. Een lange snijboon, wel bijna zo'n twee meter, en als hij aan het stuurwiel stond en de zee ging wat te keer, dan rekte hij zich op de bal van zijn voeten en zette zich met zijn hoofd klem tegen het dak van het stuurhuis, zodat hij gewoon met het schip meezwaaide. Nooit was de vent verdorie zeeziek en daar had ik toch wel een beetje de smoor over in, ook al heb je aan boord natuurlijk weinig rendement van zo'n zieke, slappe dweil. Ik had de smoor in omdat ik zelf praktisch op het water geboren ben en toch, elke keer als we een paar dagen in een haven hadden gelegen en we weer buitengaats kwamen, had ik het weer te kwaad terwijl die flapdrol fluitend met het schip stond mee te wiegen". "Ach ja", zo had de sluiswachter zijn verhaal besloten, "wat dat schaken betreft, hoe gaat dat.... In het begin verloor ik steeds, maar ik kocht wat boekjes en ik ging wat partijtjes naspelen en na een tijdje kon ik behoorlijk partij geven. Ik kreeg er steeds meer plezier in. Toen de knaap van boord ging heb ik nog wel geprobeerd om bij die andere figuren aan boord belangstelling voor het schaken te wekken maar dat was paarlen voor de zwijnen, dus ging ik daarna tijdens de reizen in m'n eentje maar wat analyseren en problemen oplossen. Zoals je weet ging het vanaf het eind van de jaren zestig steeds slechter in de kustvaart en veel schepen werden 'uitgevlagd'. Mijn broers en ik zijn toen ingegaan op de aantrekkelijke verschrottingsregeling van de regering om de overcapaciteit te verminderen Ik heb deze baan gekregen en in het begin had ik het er best wel moeilijk mee dat ik nu voor goed voor anker lag, maar de vrouw vond het ideaal en dankzij de schakerij bij mijn kluppie in De Lemmer en de schaakproblemen die ik nu tekkel als het hier naar mijn smaak bij de sluis wat al te rustig is, heb ik het aardig kunnen volhouden" Tot zover het verslag van neef van de gesprekken met de sluiswachter. Natuurlijk herinnerde ik me stuurman Harmen F. en het schip de 'Siebrand F.', genoemd naar de vader van de drie broers. Het was geen prettige maar wel een in velerlei opzichten leerzame periode geweest. Stuurman Harmen F. beknibbelde als mede-eigenaar van het schip op alle uitgaven om de opbrengsten te maximaliseren. Met name op de loonkosten van de bemanning. Ik werd als 'halfwas' betaald maar ik moest, naast de reguliere 'halfwas' werkzaamheden zoals roest bikken en meni?n, schrobben en keukenhulp, ook het werk van een volmatroos (roerganger) doen. En de 65-plusser die pro forma aangemonsterd was als kapitein omdat er nu eenmaal een gediplomeerd kapitein aan boord moest zijn, wilde zo veel mogelijk met rust gelaten worden met zijn maatje, een bijna altijd geopende fles. De meevarende echtgenote van de machinist/motordrijver, een echte Aagt Morsebel, runde de kombuis en verder waren er nog twee dekknechten oftewel volmatrozen, waarvan ??n onder toezicht van de recalassering stond. Kortom, het was geen Zondagschool. E?n gebeurtenis stond me na 45 jaar nog helder voor de geest. We voeren met een lading hout zuidelijk van Stockholm in de Oostzee toen ik wacht te kooi had. Ik werd echter ruw uit m'n slaap gewekt met de opdracht om als gedoodverfde 'scheepsintellectueel' uit te rekenen of we met de hoeveelheid dieselbrandstof die we nog inhadden Kiel, aan de ingang van het Kielerkanaal, zouden kunnen halen. Zo niet dan zouden we de Zweedse bunkerhaven Kalmar moeten binnenlopen om te tanken. De peilmeter van de brandstoftank was kapot. Als we door zouden varen zou dat duizenden guldens kunnen schelen want tijd was natuurlijk geld en binnenlopen in Kalmar betekende bovendien een kleine omweg. Echter, als we zouden doorvaren en op zee zou blijken dat de hoeveelheid brandstof tekortschoot, dan zouden die duizenden uitgespaarde guldens zakgeld zijn vergeleken met de (sleep- en andere) kosten waar de stuurman dan voor zou komen te staan. Enfin, na allerlei ingewikkelde berekeningen waar ik zelf uiteindelijk ook niet veel meer van snapte (ik had alleen maar de gegevens over het brandstofverbruik per mijl bij rustig weer, maar we hadden een paar dagen storm gehad en hadden met een omweg de luwte van de Stockholmer 'scheren' moeten opzoeken), gaf ik onder voorbehoud en met veel slagen om de arm als mijn mening dat we wel door konden varen. Volgens mijn berekeningen zouden we Kiel waarschijnlijk wel kunnen halen. Dat bleek een domme formulering. De onder hoogspanning staande stuurman reageerde schuimbekkend met: "Wat voorbehoud en wat waarschijnlijk (....) ? Weet je het of weet je het niet? Wel de (....) intellectueel uithangen maar een eenvoudig sommetje maken is er niet bij (....) !! Als we het niet halen ben jij je gage kwijt, klootzak". We bevonden ons inmiddels vlak boven ?land en de beslissing moest toen en daar genomen worden: ?f de Straat van Kalmar in of met ?land aan stuurboord, doorvaren. We zijn doorgevaren, maar het waren lange, lange 24 uren, zonder slaap en met het zweet in mijn handen. Elk bijgeluidje van de motor kon het begin van een ramp inluiden maar ik mocht vanwege mijn wankelende imago niets van mijn onzekerheid laten merken. Ik besefte vagelijk dat het schandalig was dat de stuurman de verantwoordelijkheid bij mij had gelegd en ik denk ook niet dat hij een poot om op te staan gehad zou hebben bij de Raad voor de Scheepvaart als het mis was gegaan, maar ach, ik was zeventien en nog weinig assertief. Toen het mijn torn aan het stuurwiel was werd er dus niet geschaakt en toen het mijn vrije wacht was werd de kooi niet opgezocht. Gelukkig bleef het weer goed en we hebben het op het nippertje (zo als later in Kiel bij het bunkeren bleek) gehaald. Het tientje dat me beloofd was als mijn berekeningen zouden blijken te kloppen heb ik nooit gezien..Wel hield ik, ook later, er nog ettelijke slapeloze nachten aan over als ik v??r het inslapen mij probeerde voor te stellen wat er gebeurd zou zijn als we op volle zee zonder brandstof zouden hebben komen te zitten. Waarschijnlijk zou ik voor mijn leven hebben moeten vrezen. Ik herinnerde me nu ook dat ik de man wel eens een partijtje op het schaakbord had laten winnen omdat hij dan de eerste twaalf uren beter te pruimen was. Aan boord van een klein schip is het humeur van de stuurman nu eenmaal erg belangrijk Maar na dit incident was ik een stuk harder. Ik had een grondige hekel aan stuurman Harmen F. gekregen en tot ik afmonsterde heb ik hem zelfs geen remise meer toegestaan. Neef vertelde dat de sluiswachter in 1995 met pensioen was gegaan en vier jaar later was overleden. Ondanks mijn tamelijk bittere herinneringen aan de man deed het me toch deugd dat de stuurman, dank zij mij en het schaakspel, nog wat plezier in zijn latere leven had kunnen vinden na het verlies van zijn varend bestaan. Wellicht heeft dit nog een licht crediterende aantekening in het 'Grootboek' van mijn leven opgeleverd. Ik merkte dat ik kon omzien zonder wrok en ik hoopte dat zijn zwarte ziel nog op tijd gereinigd was opdat hij, zachtjes deinend op een witte cumuluswolk, tot in aller eeuwigheid winnende stellingen zou mogen opbouwen tegen andere schakende zeemanszielen. Moge u allen evenzeer gelouterd en - behalve achter het schaakbord - met vredige en vergevingsgezinde gedachten het nieuwe jaar ingaan ! |