Schaken en de anekdotiek
Max Toxopeus - 06 March 2004
Schaken en de anekdotiek, door Max Toxopeus Geacht collega-scribent en breed gewaardeerd clublid, doctor Manuel, heeft onlangs in ons periodiek enige behartenswaardige opmerkingen gemaakt over Godfried Bomans. Ik behoor tot de helft die herkennend (en grotendeels instemmend) heeft geknikt. Ik bleef er voor thuis als Bomans in een forum of in een jury voor de vuist weg zijn lichtvoetige maar nooit kwetsende onzin verkocht. Slechts een drs. P. kwam later als taalvirtuoos bij hem in de buurt, maar deze was in zijn toonzetting vaak wranger en minder subtiel dan Bomans. Waar Bomans deed glimlachen, deed drs. P. grijnzen. Wel moet mij van het hart dat bij Manuel's beschrijving van Boman's oeuvre de beroemde politicologische werken over en van mr. Pieter Bas en de zedenschetsen over Pa Pinkelman en tante Pollewop niet hadden mogen ontbreken. Zoals ook door Manuel vermeld, was Bomans een niet onverdienstelijk clubschaker. Onvergetelijk is zijn parodi?rend verslag tijdens een ontbijtsessie voor de radio van een vraaggesprek dat hij zou hebben afgenomen van een bekend grootmeester tijdens een toernooi in Wijk aan Zee. Het gesprek over het wel en wee van het schakersbestaan was rustig met voor ingewijden vertrouwde steekwoorden voortgekabbeld tot Bomans onverhoeds, na een korte stilte aarzelend de opmerking '23. f4 !?' naar voren had gebracht. 'Dit had ik niet moeten doen' aldus Bomans. 'De man verstrakte, en een trek van diep afgrijzen trok over zijn gezicht. Er was daarna geen zinnig woord meer met hem te wisselen. Ik had een oude, nooit helemaal genezen wond opengereten. Onnodig te zeggen dat zijn partij die dag er na, meteen na de opening door hem opgegeven kon worden'. Iets wat minder bekend is geworden is zijn literair-historisch speurwerk betreffende de Baron van M?nchhausen en diens wonderbaarlijke avonturen. Zelf heeft Bomans hieraan ook weinig ruchtbaarheid gegeven maar ongetwijfeld is Bomans' vertelstijl sterk be?nvloed geworden door die van de Baron. Op grond van zijn speurwerk concludeerde Bomans dat de Baron van M?nchhausen echt heeft bestaan. Hij zou voluit Hieronymus Karl Friedrich, Freiherr von M?nchhausen(1720-1797) geheten hebben. Na enkele Russische veldtochten zonder blijvend letsel te hebben overleefd, zou de Baron zich op vrij jonge leeftijd, in 'otio cum dignitate' (beschaafd lanterfanten) op zijn bezittingen aan de rivier de Weser teruggetrokken hebben. De gastvrije edelman verwierf daar een zekere faam door de bizarste, onwaarschijnlijkste verhalen met een stalen gezicht en op zakelijke toon als waar gebeurd en als eigen ervaring aan zijn toehoorders voor te schotelen. Een zekere Raspe, op de vlucht voor zijn schuldeisers naar Engeland uitgeweken, was vaak te gast geweest bij de Baron. Hij heeft de avonturen, zoveel mogelijk in de stijl die de Baron hanteerde, in het Engels op schrift gezet. De verhalen gingen daar als warme broodjes over de toonbank en hij werd een welgesteld man. Later zijn Raspe's verhalen door ene August B?rger vanuit het Engels in het Duits vertaald en uitgebreid. De goedmoedige Baron zou hierdoor (onverdiend) te kijk zijn gezet als zelfingenomen snoever, leugenaar en fantast. Hij zou ten gevolge daarvan als een verbitterde misantroop gestorven zijn. Volgens de karikaturale versie van de baron die door August B?rger op papier was gezet, was achter het schaakbord niemand tegen hem - B?rger's Munchhausen creatie - opgewassen. In een vrij onbekend verhaal over de schaakstrapatsen van B?rger's baron, vraagt ??n van zijn bij het knapperend haardvuur aangezeten gasten dan ook of de baron ooit wel eens een schaakpartij had verloren. Het gezicht van de baron verduistert, als bij een pijnlijke herinnering, maar als hij ziet dat er nog enkele halfvolle wijnflessen staan, vermant hij zich, schenkt zijn glas vol, knikt bevestigend en steekt van wal (vrije vertaling en bewerking: MT): "Een tiental jaren geleden was ik een frequent bezoeker van Cafe de la Regence in Parijs. Vrij snel was ik door de overrompelende kracht van mijn spel - en door mijn verbale overtuigingskracht - onverslaanbaar geworden. Begrijpelijk vermeed men dan ook zo veel mogelijk een confrontatie. Niemand vindt het leuk van het bord geveegd te worden. Eens zat ik als toeschouwer bij een partij en leverde met luide stem commentaar bij de uitgevoerde zetten. Plotseling ontwaarde ik een bleke jongeman die het spel ook volgde. Zo nu en dan schudde deze zijn hoofd als ik de omstanders deelgenoot maakte van mijn diepe inzichten. Een dergelijke brutaliteit kon ik natuurlijk niet ongestraft voorbij laten gaan. Ik legde de hand dreigend op het gevest van mijn degen en sprak: 'Mijnheer, ge zult uw schaamteloosheid waar moeten maken achter het bord. Neen, neen..., probeert u zich nu niet aan de uitdaging te onttrekken', zo vervolgde ik toen hij een afwerend gebaar maakte. 'Wij kruisen de degens achter de stukken of anders...!' en daarbij trok ik de degen enigszins omhoog uit de schede. 'Ziehier, nog een vrij bord'. Hij keek mij geschrokken aan, doch nam gehoorzaam plaats. Ik nam wit en de partij ving aan: 1. e4 d5 2. e5 d4 3. c3 f6 4. exf6 dxc3 5. fxe7 cxd2? 6. Lxd2 Lxe7 7. Pf3 Pc6 8. Pc3 Pf6 9. Pe2 Pd7 10. P(f)d4 P(c)e5. 'Ha', dacht ik, 'en nu gaat zijn dame van het bord' en ik speelde 11. Pe6. Mijn mysterieuze tegenstander antwoordde zonder een woord te spreken echter met 11. Pd3 en ik moest tot mijn verbazing en ergernis het feit accepteren dat ik mat gezet was. 'Een slordigheidje, maar zoiets bewijst nog niets', riep ik. 'Ik heb recht op revanche. Omdat u gewonnen hebt, zult u mij ongetwijfeld toestaan dat ik weer met wit speel?' Mijn tegenstander haalde zwijgend en onverschillig de schouders op. Ik opende weer met 1. e4 en mijn tegenstander antwoordde evenals in de eerste partij met d5. Vervolgens 2. d3 e6 3. Pf3 Pc6 4. Lg5 Lb4 5. Ke2 (een diep doordacht strategisch concept) Dd7 6. Pc3 Pf6 7. a3 h6 8. Lh4 La5 9. e5 d4 10. Pa4 (om het zwakke veld c5 te bemachtigen) Ph5 11. Pc5 Pf4. Verbluft stelde ik vast dat mijn koning opnieuw mat stond. Ik had moeite mijn evenwicht te hervinden, te meer daar zich om onze tafel een grote menigte toeschouwers had verzameld. Snel had zich het nieuws verspreid dat ik het onderspit aan het delven was. Natuurlijk had iedereen zijn eigen bord verlaten om getuige te zijn van dit historische feit. Ik vermande mij en vroeg om een derde partij. Omdat ik beide keren met wit verloren had kwam het mij redelijk voor dat ik weer wit zou hebben. Mijn opponent tekende hiertegen geen protest aan, zodat nu echt de beslissende partij begon: 1. e4 d5 2. d4 e5 3. c4 f5 4. f4 c5 (om verwikkelingen te vermijden voerde ik nu een zeer ver doorgerekende afruilcombinatie uit, die sindsdien onder kenners als de von Munchhausen-variant bekend staat) 5 exf5 dxc4 6 dxc5 exf4 7 Lxf4 Lxc5 8 Lxc4 Lxf5 9 Lxb8 Lxg1 10. Lxg8 Lxb1 11 Txb1 Txg8 12. Txg1 Txb8. Hier dacht ik even na. Om de stelling te vereenvoudigen besloot ik de dames te ruilen: 13. Dxd8. Door de voorgaande partijen enigszins onzeker geworden, begon ik aanvankelijk aan mijzelf te twijfelen toen mijn tegenstander ? tempo 13.... Ke8xe1 speelde. Toen riep ik ge?rgerd: 'Laat die ongepaste grappen achterwege. Zet onmiddellijk mijn koning terug op zijn plaats!' 'Waarom ? U hebt net dezelfde zet gedaan' wierp mijn opponent tegen. Deze reactie was olie op het vuur. Ik was nu des duivels. 'Mijnheer, denkt u wellicht dat u zich tegen mij alles kunt permitteren ? Of moet ik soms concluderen dat u geen koning van een dame kunt onderscheiden?' 'Dat is juist', antwoordde hij afgemeten. 'Ik kan helemaal niet schaken. Ik trachtte het u te zeggen, maar u hebt me niet aan het woord laten komen. Wat bleef me anders over dan simpelweg uw zetten na te doen?' Een homerisch gelach barstte los. De toeschouwers stonden krom. Nog nooit heeft lachen mij zo pijnlijk in de oren geklonken. Mijn hele reputatie hing aan een zijden draad. Ik wist dat als ik nu mijn koelbloedigheid zou verliezen ik voor altijd de ris?e van de salons zou blijven. Ik glimlachte stijfjes en sprak toen het lachen enigszins bedaard was : 'Mijnheer, u hebt zich vaardig getoond in het imiteren van de meesters. Maar bent u ook bereid te leren van de meesters? Zo ja, dan bied ik u hierbij mijn nooit overtroffen didactische kwaliteiten aan, teneinde u ook enige kennis van het koninklijk spel bij te brengen. De jongeman ging hier dankbaar op in en het moet gezegd: hij was geen slechte leerling. Toen ik Parijs verliet was het een onder zijns gelijken gerespecteerd en gevreesd speler. Nooit liet hij na mijn naam te noemen als door zijn overwonnen tegenstanders gevraagd werd bij wie hij zijn verbluffende vaardigheid had opgedaan. Later is mij bij geruchte ter ore gekomen dat zelfs de beroemde Italiaanse meester Ponziani bij hem ettelijke keren zijn koning heeft moeten omleggen." Hierop dronk de baron zijn glas leeg, verhief zich uit zijn zetel en sprak: "En nu mijne heren, zal ik mij te ruste begeven. Maar zo u wilt kunt u dit Parijse avontuur nog even naspelen. Daar in de hoek vindt u een tafel met een schaakspel". |