Manuel als de maat der dingen
Harrie Boerkamp - 15 April 2006
"Manuel als de maat der dingen" door Harrie Boerkamp "Hoe goed is die Nepveu nou eigenlijk?" Mensen zien in het clubblad een vaste rubriek "Doctor doceert", waarin haarfijn wordt uitgelegd hoe het schaakspel in elkaar zit. Ze zien, of liever horen, de auteur ervan in de kroeg menig minder bedeelde schaker er stevig van langs geven. En toch schijnt hij nog nooit clubkampioen geweest te zijn. Dat bevreemdt ze. En dan komt die vraag. En eerlijk gezegd kan ik daar geen goed antwoord op geven. Het schakersvolk laat zich globaal indelen in vier groepen. 1) Ten eerste de mensen, die schaken een leuk spel vinden, maar niet iets om week in week uit voor naar een vereniging te gaan en dan de hele avond over ??n potje te doen. Dit zijn de twee miljoen huisschakers, niveau onder 1200. Schaken als bezigheid. 2) Op de schaakclub bestaat de grootste groep uit gezelligheidsschakers. Mensen zonder waterdicht openingsrepertoire en met flinke hiaten in de techniek. Ze zetten hun partij vrij onbekommerd op. Wel zijn het natuurlijk echte spelers, dus er wordt fanatiek gevochten voor het (halve) punt. Maar het moet wel leuk blijven, ze haten hun tegenstander niet. Ik heb het over niveau 1200 tot 2000, de twintigduizend 'onderbonders' (wat is het toch een raar woord). Schaken als hobby. 3) Ook op de schaakclub zien we de derde groep, voor wie schaken een serieuze aangelegenheid is. Ze houden hun openingen goed bij, snappen ook waar het in die openingen om gaat. Ze reproduceren moeiteloos de kritieke stellingen van hun laatste partijen en van verwante grootmeesterpartijen. Het resultaat van de partij is het enige dat telt, alle middelen zijn geheiligd. We tellen duizend KNSB-spelers, rating 2000 tot 2400. Schaken als levenswijze. 4) En ten slotte de topspelers. Nederland kent ongeveer honderd titelhouders, rating boven 2400. Schaken als beroep. En dan hebben we nog Manuel Nepveu. Manuel is een grensgeval. Hij zit precies tussen de twee clubgroepen in. Hij denkt en praat als een KNSB-speler, maar qua resultaten onderscheidt hij zich niet van een goede onderbonder. Zijn rating beweegt tussen de 1950 en 2050. Hij profileert zich graag en duidelijk met de hogere groep ('wij KNSB-spelers laten de domme onderbonders nog ??n keer zien hoe het moet'). Uit de sociologie is dit bekend: randgevallen van een groep zetten zich het hardst af tegen niet-leden. Ze proberen daarmee de grenzen duidelijker te markeren, met zichzelf aan de goede kant natuurlijk. Elk jaar gaat een vast groepje sterke Promotianen zijn rating bijspijkeren in het buitenland. Manuel zit daar altijd bij, als zwakste speler. Maar de groep neemt hem serieus, hij wordt niet als meereizend toerist beschouwd, een lot wat bijvoorbeeld Gerhard wel treft. Zo af en toe plaatst Manuel zich voor het eerste, ook daar weer op het randje. En waarachtig, in die heilige zaterdagsfeer weet hij het beste uit zichzelf te halen. Iedereen moet dan ook aanhoren hoe neerslachtig hij wordt van het spelen in de onderbond, na een dag hard werken, met dat vreselijke speeltempo, in zo'n onrustige omgeving. Daarbij vergeet hij helemaal dat hij zijn 25 partijen intern ook op die manier afwerkt. Aan snelschaakkampioenschappen doet hij nooit mee. Alleen tegen Max waagt hij zich er aan. Maar als echte KNSB-speler moet je toch gemakkelijk in de top-10 zitten, Manuel? Kortom ik kom er niet uit. Manuel is natuurlijk een fenomeen. Een beetje onze eigen Donner. Met hem erbij zal het clubleven niet gauw saai worden. Alleen, hoe goed hij nou eigenlijk is? Ik beschouw iemand die het spel beter begrijpt dan Manuel zonder meer als een KNSB-speler. En iemand die niet tegen Manuel op kan, duidelijk als een onderbonder. Maar hem zelf kan ik niet plaatsen. Manuel als de maat der dingen. |