Bejaardenschaak
Harrie Boerkamp - 18 March 2006
"Bejaardenschaak" door Harrie Boerkamp Bij veel sporten beslaat de bloeiperiode ongeveer vijftien jaar. Een voetballer bijvoorbeeld is tussen 20 en 35 jaar op zijn sterkst. Mannetjes boven de veertig kunnen zich nergens meer vertonen, al heb je natuurlijk altijd uitzonderingen zoals Romario en Jongbloed. Mensen, die geen afscheid kunnen nemen van hun sport, houden zich op in het veteranencircuit. In de atletiek bestaan zelfs wereldrecords per leeftijdsklasse. Zo is het marathonrecord voor mannen boven de tachtig pas verbeterd, ik dacht iets van vijf uur. Dat is dan een heel duidelijk randverschijnsel voor oude fanaten. Er wordt een beetje meewarig naar gekeken, Ach, kijk nou toch. Kom, laat ze maar. Bij schaken speelt dit helemaal niet. Een van de zeer prettige kanten van deze sport is dat je het levenslang kan doen. Als iemand jong begint en gezond leeft, kan hij wel 60 jaar op hetzelfde niveau blijven. Op latere leeftijd daalt de speelkracht iets, maar dat komt eerder door verminderde ambitie en trainingsijver dan door aftakeling. Zie onze eigen diehards. Waarom bestaan er dan een veteranen 50+ en een veteranen 60+ kampioenschap? Ik begrijp daar niets van. Die leeftijdsgrenzen van 50 en 60 zijn volkomen uit de lucht gegrepen. Wat maakt een schaker boven de vijftig nou bijzonder? Is hij zwakker geworden dan? Als we op de club een massakamp van boven-de-vijftig tegen onder-de-vijftig zouden houden, dan konden de jongeren wel inpakken. Er doet ook bijna niemand aan mee. Toen Jan Stoop vorig jaar seniorenkampioen van de HSB werd (zo heette 50+ toen) telde ik alleen al bij Promotie elf senioren, die op papier sterker waren! Dat HSB-kampioenschap is trouwens helemaal een ratjetoe, want 50+ en 60+ spelen hun kampioenschap vrolijk door elkaar heen. En om het feest compleet te maken, spelen er ook nog drie dames (50-) tussen: wie de meeste oudjes kan omleggen is HSB-dameskampioene... Uh, ik zie nu trouwens dat dit jaar Hans van der Wijk gedeeld 50+ kampioen is geworden, niets van gehoord op de club. En, Jan en Hans, begrijp me goed: ik gun jullie zo'n titel natuurlijk van harte, alle lof voor de prestatie. Maar laten we de maatschappelijk geaccepteerde leeftijdsgrenzen aanhouden. Dus Jeugdkampioenschappen voor schakers onder de 18 en een Bejaardenkampioenschap voor schakers boven de 65. En verder geen willekeurige getallen. De huidige titeljagers moeten maar even geduld hebben met het verwezenlijken van hun aspiraties. |