San Luis 2005
Jan van den Bergh - 12 May 2007
"San Luis 2005 " door Jan van den Bergh Het lijkt een eeuwigheid geleden: het laatste min of meer offici?le wereldkampioenschaps- toernooi van de Fide, gehouden in San Luis (Argentini?) in 2005. Dat was toch in de tijd dat de dieren nog konden spreken, mannen nog kerels waren, sex nog vies was en schakers nog ongestoord op het toilet over hun zetten nadachten ?!..... De toekomst zag er toen in 2005 fonkelnieuw en stralend uit, de zwaar beproefde schaakwereld was eindelijk verenigd na het vertrek van de infame scheurmaker Kasparov en zou weer als ??n man optrekken onder de banier van een fiere, nieuw aan te stellen, schaakkeizer... Geen opportunisten meer als wereldkampioen, geen geheime deals meer, geen verborgen agenda's, geen pesterijen of stoten onder de gordel. We waren per slot van rekening toch niet een of andere derderangs boksbond, waar een van de vele wereldkampioenen behalve hoon voor hersenloze dommekracht hooguit zo'n vergulde plaatstalen buikriem "van Surinaams kunstgoud" (-"made by Nikkelen Nelis from the Albert Cuyp"-) kon winnen? Nee, ik zeg u: er kondigde zich toen de Nieuwe Dageraad voor onze edele sport aan! "Gens Una Summus tenslotte en nietwaar", zoals dat majesteitelijke motto van de Fide (en Herenleed!) luidt... "San Luis 2005" zou gelden als het symbool van deze nieuwe tijdgeest, zoals de sloop van de Berlijnse muur indertijd het einde van de koude oorlog markeerde. Schaken was plotsklaps weer zeer respectabel, in plaats van drabbig en crimineel. Men droeg er een "executives-maatpak" in plaats van "camping-look met plakplaatjes".... Dat dachten we tenminste, maar we hadden beter moeten weten. Want van een nieuwe dageraad komt alleen maar meer oude ellende, zoals ook de oude Marx nolens volens en post mortem zou hebben moeten toegeven. De nieuwe dageraad van het socialisme bleek ook niet meer dan een lege belofte voor een grauwe werkelijkheid, zoals het communisme een giftige stinkzwam bleek op de mestvaalt van de geschiedenis. Wat er sindsdien in de schaakwereld tussen de "fiere, nieuwe schaakkeizer" Topalov en de "vleesgeworden opportunist" Kramnik gepasseerd is, is genoegzaam bekend. "Men geeft elkaar geen hand" - laten we het daar maar op houden.... Wie de pokdalige tronie van Danailov (manager van Topalov) ziet krijgt spontaan associaties met "de man met de vioolkoffer" uit een doorsnee maffiafilm... Iljoesjimov zit er, dubbel bepet en wel nog steeds op het voorzitterskussen en Bessel Kok mag, "gelijkgeschakeld" tandenknarsend, hooguit een priv?-cluppie van een paar toppertjes leiden. Sven Bakker mag dus meedoen aan het Europees Kampioenschap.... Een levenloos monster ("Fritzje 14" o.i.d. ) is onze nieuwe afgod.... Hoe het structureel met het echte wereldkampioenschap verder moet: geen mens heeft enig zinnig idee, maar het moet wel mediageniek wezen en exposure opleveren, natuurlijk.... Doe iets met ijsdansen en slechts met een string beklede billendraaiende meiskes (Sjoukje Dijkstra? Erica Terpstra?) is mijn advies..... Geheime deals, die bestaan ook nog steeds en zelfs wel binnen onze eigen o zo integere (?) schaakbond, zoals de column van Ruurd Kunnen over "het geval van Wely" duidelijk maakt.. Toernooien worden afgelast, sponsoren steken geen vinger, laat staan een met een grijpstuiver gevulde helpende hand uit en mooie oude toernooiboeken met mooie oude partijen staan op de nagenoeg lege boekenplanken te verkruimelen, zoals Gert Ligterink in zijn Corus-column enige tijd geleden cynisch vaststelde. Nee, het gaat nog niet goed met het schaken anno 2007.... Terug naar het Toernooi der Toernooien San Luis 2005. Enkele weken geleden verscheen daarover eindelijk het Ultieme Toernooiboek . Geschreven door de Isra?lische heren Gershon en Nor, uitgegeven door de uitgeverij "Quality Chess" - "uit Zw????den." Verreweg het mooiste toernooiboek van de afgelopen dertig jaar. Technisch perfect vormgegeven (lay-out, diagrammen en zelfs veel mooie kleurenfoto's) en naar inhoud weinig minder dan briljant. Prettig betaalbaar ook (? 35,=) Alle partijen uitermate diepgravend en grootmeesterlijk onderzocht, dito (overigens z??r leesbaar) geannoteerd en vooral genadeloos objectief, ook ten aanzien van de vele door de goegemeente tot absolute meesterwerken gepromoveerde toppartijen (zoals het gevecht Svidler-Topalov) In de "blurp" op de achterflap wordt een parallel getrokken met Bronstein's beroemde "Zurich 1953". Ten onrechte, want Gershon en Nor zijn (nog) beter en leggen de meetlat voor dit soort inmiddels zeldzame monumentale toernooiboeken op een niet meer te overtreffen niveau. Als er zoiets als perfectie bestaat ziet die eruit als dit boek.... "Toch jammer dat de tijd voorschrijdt" kan ik met de kennis van nu slechts verzuchten... De toekomst had zo mooi kunnen zijn, net zo mooi als dit toernooi... |