Legende's
Richard Pijl - 02 April 2005
"Legende's " door Richard Pijl Velen zullen het zich wel eens afgevraagd hebben: Wat maakt iemand tot een legende? Ik denk dat de essentie relatief simpel is. Een legendarisch persoon is namelijk algemeen bekend als de grootste allertijden en heeft iets gepresteerd wat niemand voor hem lukte, en maar weinigen na hem zullen lukken. En tot op de dag van vandaag wordt deze prestatie als iets unieks gezien. Dit is niet velen gegeven. Hoewel er bijvoorbeeld vele voetbal legenden zijn is er in Nederland eigenlijk maar 1 echte: Cruijff. En als we nationalistische gevoelens opzij zetten zien we misschien Pele als zodanig. Niet iedere uitzonderlijke prestatie leidt echter tot het onsterfelijke heldendom. Hoewel de prestaties van de oudere schakers als Morphy, Pillsbury en Capablanca (om er maar een paar te noemen) absoluut niet ter discussie staan, roepen hun namen niet dezelfde gevoelens op als de schaaklegende bij uitstek: Bobby Fischer. Uiteraard speelt hierbij mee dat de laatste wat korter geleden zijn kunsten vertoonde, maar hier is duidelijk meer aan de hand. Als eenzame Amerikaan wist hij het Sovjet blok te breken. Na zijn uitzonderlijke resultaten in de kandidaten matches waarin toch belangrijke schakers als Taimanov en Larsen achteloos opzij werden gezet, kwam uiteindelijk ook de verdedigende wereldkampioen Spasski er niet aan te pas. De afstand tot de rest van de wereld werd duidelijk aangetoond. Hij was duidelijk de beste. Maar wat daarna gebeurde is misschien nog wel belangrijker. Want als in de volgende match, tegen uitdager Anatoly Karpov, niet weer met overmacht werd gewonnen, werden zijn resultaten in 1970-1972 misschien wat gemakkelijk afgedaan als een tijdelijke bevlieging. Maar Fischer speelde niet meer en daarmee was de legende van Bobby Fischer een feit. 25 jaar later vond er iets dergelijks weer plaats. Enkele jaren daarvoor besloot IBM zijn imago op te poetsen van een stoffig rekenmachine fabrikant tot technologisch geavanceerd bedrijf. Een van de pijlers van deze campagne was de schaak computer 'Deep Thought' van de Carnegie Mellon Universiteit. IBM stak de nodige pegels in het project, hernoemde de machine tot 'Deep Blue' en begon de marketing campagne rond het project door de toenmalige wereldkampioen uit te dagen voor een serieuze tweekamp. Kasparov had daar niet zoveel moeite mee. De portomonnee werd lekker gespekt en een paar partijtjes van een machine winnen doe je in de tweede versnelling. Dat ging een paar keer goed. Tot de match in Mei 1997 gespeeld werd. De eerste partij werd een makkelijke prooi voor Kasparov, maar de tweede had een waarschuwing moeten zijn. Deep Blue strafte al te passief spel af door gewoon aan ruimteoverwicht te werken. Dit bracht Kasparov dermate uit balans dat hij de daarop volgende partijen met fantasie zetten opende en de partijen tot remise bracht. In de laatste partij was duidelijk dat Kasparov niet op zijn best was. In de opening (wat doorgaans toch zijn sterke punt is) maakte hij op de 7e zet reeds een beslissende fout en verloor de match. De eerste keer dat een zeer sterke GM in een match van een computer verloor, het begin van een nieuwe legende. Ook Deep Blue keerde niet terug op het toneel van het schaak en werd ontmanteld. Officieel om voor wetenschappelijke doeleinden ingezet te worden, maar dat was duidelijke lariekoek. Nu de missie geslaagd was, leverde een rematch natuurlijk niets meer op voor IBM, dus waarop die dure machine nog in bedrijf houden? Tot op de dag van vandaag zijn er nog velen van overtuigd dat door deze prestatie 'Deep Blue' inderdaad sterker dan de wereld kampioen was. Is Kasparov nu sterker dan Fischer ooit was? Zijn de huidige schaak computers sterker dan Deep Blue was? Mijn overtuiging is dat dit het geval is. Het schaakspel is in de afgelopen 30 jaar zoveel veranderd, dat Kasparov met de kennis van vandaag een onoverkomelijke voorsprong heeft ten opzichte van de Fischer tijdens zijn hoogtepunt. Van computers weet ik (en velen met mij) het bijna zeker. Maar het is lastig om een legende naar het rijk van de fabelen te verwijzen. |