Juichen
Frans Martens - 02 June 2007
"Juichen" door Frans Martens In mijn jonge jaren heb ik veel gevoetbald. In de stijl van Marc Overmars, dat wil zeggen bal langs de verdediger trappen en dan gewoon harder rennen dan je tegenstander. Aanvankelijk in de spits van de aanval, en nadien toen mijn scheenbenen al te geribbeld werden als gevolg van de vele trappen van trage verdedigers van het postuur Jaap Stam, als links- en soms ook als rechtsbuiten. Cruyff zou voor mijn stijl een standaardgezegde van hem gebruiken: 'de kortste weg is van A naar B'. Wie denkt er nog na bij diens uitdrukkingen, door velen intussen als Cruyffiaans betiteld, maar mijn aanbeveling is aan alle lezers om nog eens te reflecteren over wat hij dan wel precies zegt. Juist, gewoon onzinnig maar door driekwart van Nederland, journalisten voorop, nagepapegaaid. In mijn voetballoopbaan heb ik verschillende hoogtepunten mogen meemaken, tenminste, ik vond het hoogtepunten. Bijvoorbeeld een vriendschappelijke wedstrijd van een Shell team tegen Ajax 3, destijds het jeugd elftal, waarin Simon Tahamata uitblonk. Wij mochten tegen Ajax spelen omdat het veld in De Meer, (voor de jeugdige lezer: De Meer waas het toenmalige stadion van Ajax) er slecht bijlag en ze ons -met olie-dollars betaalde- sportveld mochten gebruiken om te trainen, in ruil voor dat wedstrijdje. Maar ook aan de jaren dat ik in het Amsterdamse universiteitsteam speelde denk ik met plezier terug. Met name aan de finale van het jaarlijkse bedrijventoernooi in Amsterdam in 1979, tegen het Gemeentelijk Energiebedrijf, waarin ik vanaf de zijlijn op 35 meter afstand van het doel een voorzet produceerde die bij de tweede paal in de kruising belandde. Wat er dan in je omgaat als je het net ziet trillen is het best te beschrijven als een adrenalineshot waardoor je hartslag binnen 100 milliseconden op 200 zit. Koprol, dansje bij de cornervlag , achter je aan rennende medespelers die je willen tackelen en fijndrukken, dat soort dingen gebeurt er dan binnen enkel seconden na de treffer. Het lukt dan natuurlijk niet meer om te zeggen dat het gewoon een mislukte voorzet was, nee het wordt al gauw een prachtige lob omdat de keeper te veel bij de eerste paal stond. Zo heb je weer twee wedstrijden in de basisopstelling zeker gesteld. Toen mijn voetbalcarriere teneinde kwam vatte ik het plan op om te gaan schaken, met het idee dat ik op middelbare leeftijd met twee jaar goed opletten wel een hele Piet zou worden. In tussen weet ik dat je op je zesde moet beginnen, bijvoorbeeld om je neuronen een aantal patronen goed in te prenten die er nooit meer uitgaan. Schaken wordt door de meeste niet-schakers gezien als een saaie, wat bedaagde sport. Of liever nog (sommigen zeggen erger nog) , als een spelletje. In de afgelopen laatste KNSB-ronde op 12 mei in het Bridgehome werd er veel aan gedaan om dit beeld te bevestigen. VAS2 kon tegen Botwinnik kampioen worden. Dat lukte ook. Maar wie denkt dat er bij de overwinningen van de VAS-spelers een keiharde yell YESSSS, vergezeld van een gebalde vuist, te horen was vergist zich. Meer dan een ingetogen schouderklopje, en na de wedstrijd een van thuis meegenomen kratje pils, was er niet waar te nemen. Ook in het grootmeesterlijk circuit zijn bij mijn weten huppelpasjes of iets dergelijks not done. Zelfs de grimas van Kasparov achter het bord toen Karpov blunderde in de tweekamp om het wereldkampioenschap, ik meen begin 90-er jaren, werd door volksstammen schakers veroordeeld als onethisch. Een wave bij het Corus-toernooi wordt naar mijn smaak ten onrechte nooit vertoond. Op diezelfde 12 mei in het Bridgehome fantaseerden de temleider van Promotie 1, Harry Breuker, en ik hoe de bordoverwinningen van de Promotiespelers gevierd zouden kunnen worden. We zagen Maarten van Zetten twee rondjes langs alle borden sprinten en de teamleider om de nek vliegen (achterliggende agenda: volgend jaar vast in de basis). Ben Ahlers en Manuel Nepveu moesten in die fase door de dienstdoende teamarts met een spons worden opgelapt en met een isotoon sportdrankje en een aanmoedigende tik op het achterste weer speelklaar worden gemaakt met als resultaat twee remises. Joost Mostert vroeg of we om zijn sportbrilletje wilden rijden naar Rokkeveen, en zie, toen hij dat eenmaal opzette bezag hij zijn stelling, versaagde niet en hield in voetbaltermen 'de nul'. Bernard fleste zijn tegenstander op onwaarschijnlijke wijze, iets anders kan ik er niet van maken (maar ik heb er dan ook geen verstand van). Hij moet met 13 seconden op de klok en nog vier zetten te gaan, een vergelijkbaar adrenalineshot gevoeld hebben zoals ik vroeger bij mijn goaltjes, toen zijn tegenstander zijn dame weggaf. Na de interventie van de wedstrijdleider bij zet 40 ("en nu eerst naspelen of het er wel 40 zijn") deed zijn opponent nog manmoedige pogingen iets te redden, pakte nog een pionnetje terug en dacht zelfs triomfantelijk de kwaliteit te heroveren, maar zonder dat hij het aanvoelde komen antwoordde Bernard met een matzet toen deze zijn toren van het bord pakte. Hij versteende en Bernard zei onderkoeld en vriendelijk: 'zullen we nog even analyseren?'. Maar kennelijk door niemand anders dan ons gezien zagen Harry en ik hoe Bernard een sprong naar de bar maakte, zeg maar Blijdorp-Bokito waardig, een pilsje weggriste en dat niet opdronk maar over zijn eigen hoofd sprenkelde, uitschreeuwend "mijn rating gaat weer crescendo". Volgens de letterlijke tekst van het verslag van Ruurd Kunnen op de website van Promotie 'overleefde Jan van de Bergh een koningsaanval en won glorieus'. Hoe kwam het toch dat behalve Harry en ik niemand gezien heeft dat Jan meteen na de opgave van zijn tegenstander zijn polo shirt uittrok, met ontbloot bovenlijf het Bridgehome uitstormde, een rondje om de Driesprong liep onder het uistoten van kreten als 'mijn seizoen is toch geen ramp' en daarna de kleedkamer in verdween? Van de week kregen we bericht van de tuchtcommissie van de KNSB dat Jan ??n wedstrijd is geschorst. |