De volgende correctie op dit artikel is ontvangen:

Geachte heer Alberts (schrijver van de artikelen over "schaak-graven",

 graag zou ik toch even een kleine correctie willen doorgeven, mbt het graf van mijn opa en diens vader Jacques Davidson; er wordt melding gemaakt van het feit dat hij begraven ligt op de Joods Begraafplaats in Diemen.

Dat is in z'n geheel onjuist, het graf ligt namelijk op Zorgvlied.

Als kleindochter van Eugene Davidson ben ik er vaak genoeg geweest.

Dat is alles wat ik even wilde meegeven.

 Dank voor de correctie.

Groet

Esther Möhringer-Davidson

 

 

 

Schaakgraven in de wereld                                    Henk Alberts

 

De ultieme vorm van schaakgedenktekens zijn ongetwijfeld de schaakgraven. In mijn naïviteit dacht ik dat ik er misschien twee of drie schaakgraven in de wereld zouden zijn (dat van Aljechin is vooral bekend) en dat je het daarmee wel een beetje gehad zou hebben. Niets bleek echter minder waar; er blijken er veel meer te zijn in de wereld, waaronder maar liefst drie in Nederland. (Tussen haakjes: als schaakgraf zie ik alleen een graf waarop ook zichtbaar schaken is te zien; een graf van een bekende schaker is voor mij dus niet per definitie een schaakgraf.)

 

Overigens, als ik op vakantie ben in een grote stad en ik kijk in mijn reisgids, dan zie ik in die reisgids ook vaak de plaatselijke begraafplaats met beroemdheden als een soort bezienswaardigheid aangeprezen. Ik ben daar niet zo’n voorstander van; een begraafplaats is in mijn ogen een laatste rustplaats, een oord van gedenken en overdenken en zeker geen museum! 

Het is dan ook met de nodige schroom dat ik dit artikel schrijf. 

 

+++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

noteboom1

Schaakgraf Daniël Noteboom

 

Op de algemene begraafplaats in Noordwijk bevindt zich het graf waar zowel de te jong gestorven schaker Daniël Noteboom (1910 – 1932) als zijn vader de kunstschilder Daniël Noteboom sr. begraven liggen. (Zie afbeelding.) 

Op het graf is duidelijk een op zijn punt geplaatst schaakbord afgebeeld.

 

Een paar data aangaande Daniël Noteboom op een rijtje:

- Daniël Noteboom werd geboren op 26 februari 1910 in Leiden en leerde als 12-jarige het schaakspel kennen.

- Op 14-jarige leeftijd won hij te Noordwijk in een schaakwedstrijd de 1e prijs bestaande uit een schaakbord met stukken.

- In 1925 werd hij toegelaten als lid van het Leidsch Schaak Genootschap (LSG.) In de jaren 1926-1929 behaalde hij daar steeds de eerste of gedeeld eerste plek.

- In 1929 verliet hij L.S.G. en ging van schaken zijn beroep maken. Dr. Max Euwe roemde de talentvolle Noteboom.

- In 1932 werd hij met longontsteking in een Londens ziekenhuis opgenomen alwaar hij op bijna 22-jarige leeftijd (te vroeg) overleed.

 

De naam van Daniël Noteboom leeft in Noordwijk voort via de schaakvereniging met zijn naam. Daarnaast is zijn naam natuurlijk in heel Nederland bekend door het jaarlijkse Noteboomtoernooi in Leiden. Het Noteboomtoernooi dat voor de eerste maal gehouden werd op 16 en 17 mei  

1936 op initiatief van Dr. Max Euwe, wereldkampioen en tevens de toenmalige beheerder van het Noteboomfonds.

 

DavidsonEn Nederland bezit ook nog een tweede schaak-graf. Namelijk op de Joodse Begraafplaats in Diemen het graf van Jacques Davidson, welke wel gezien wordt als de eerste Nederlandse beroepsschaker.

 

Jacques Davidson,

Geb. 14 november 1890,

Gest. 13 januari 1969

 

Hoewel in onze tijd het vak van beroepsschaker

bekend is en er – los van de definitie – enkele tientallen zullen rondlopen in Nederland; Davidson probeerde van het schaken te leven in een tijd, dat dat nog ‘not done’ was.

 

Davidson was een beroepsschaker in een tijd dat men nog heel anders dacht over sportbeoefening en over profsport en dat heeft hem de nodige problemen bezorgd, zeker ook nadat de ‘amateur’ Euwe opkwam en hem zwaar overvleugelde.

DavidsonDDavidson heeft op zijn graf onder andere de tekst ‘internationaal

 schaakmeester’ staan,

 alsmede de schaakstelling

 zoals hiernaast

 afgebeeld, met het

 onderschrift

 MAT IN ÉÉN ZET 

Welmer

Het is duidelijk dat normale zetten hier niet tot een oplossing leiden. (Als U gedacht had aan de rokade, dat is het toch ook niet.) De oplossing is, zeker als je de locatie in ogenschouw neemt, echt bijzonder: door het weghalen van de witte koning staat zwart MAT IN ÉÉN ZET.

 

En als laatste is er in Nederland nog het graf van de verder als schaker onbekende (rating bij zijn dood 1490) Eric Welmer uit Lochem.

Op het graf de inscriptie :

  Uit liefde gedenken wij Eric Welmer

  25-4-1960               6-5-1999

En omdat Eric een groot schaakliefhebber was, heeft zijn familie een prachtige zwarte koning op zijn laatste rustplaats laten zetten.

Maar het zijn toch vooral de wereldkampioenen schaken en hun tegenstanders voor wie, al dan niet op hun eigen initiatief, en soms ook nog ver na hun dood een schaakgraf werd gemaakt.

anderssen-Grab2

anderssen-Grab3Het graf van de oudste ‘wereldkampioen’ ligt in wat nu Polen is.

 

Het is het graf van Karl Ernst Adolf Anderssen, Geb. 6 juli 1818 in Breslau (in het Pools: Wrocław), Gest. 13 maart 1879 ook in Breslau

 

(Breslau was in de tijd van Anderssen hoofdstad van het Duitse Schlesien en werd pas na de Tweede Wereldoorlog Pools.)

 

Hoewel de titel Wereldkampioen Schaken destijds feitelijk nog niet bestond werd Anderssen, na zijn overwinning in 1851 in het grote internationale toernooi te Londen voor onder meer Staunton en   

Kieseritsky, algemeen als de sterkste schaker ter wereld beschouwd.                

In 1858 verliest hij in Parijs de grote match van Paul Morphy met 8-3. Maar na het vertrek uit de schaakwereld van Morphy is Adolf Andersson weer de sterkste hetgeen hij in de periode daarna in diverse toernooien en matches bewijst. 

(Het graf van Paul Morphy is overigens ook wel bekend en bevindt zich op de begraafplaats in New Orleans. Het is (uiteraard!) geen schaakgraf, want Morphy wenste nadat hij als schaker gestopt was in zijn latere leven niet meer met schaken geassocieerd te worden.)

 

Het graf van Anderssen (een goed verzorgde obelisk en grafsteen van graniet) werd overigens verplaatst van de oorspronkelijke plek naar de zogenoemde "Allee der Verdienten." Daarbij werd er een bronzen plaquette in diverse talen met het wapen van de FIDE (Gens Una Sumus) op aangebracht.

Omdat deze bronzen plaat gestolen werd (metalen zijn in Polen erg schaars) is deze plaquette in 2003 vervangen door een granieten exemplaar.

stauntonhoward_grave

Één van de sterkere tegenstanders van Adolf Anderssen was dus

Howard Staunton

Geb. 1810 Westmorland

Gest. 22 juni 1874 Londen

 

Naast dat Howard Staunton een van de sterkste spelers van zijn tijd was, kennen wij hem toch vooral als de ontwerper van onze huidige schaakstukken, de zogenoemde ‘Staunton-stukken.’

 

Ook Howard Staunton had oorspronkelijk helemaal geen schaakgraf, doch lag in een verder niet gemarkeerd graf op Kensal Green Cemetery in Londen.

 

steinitz-Grab1

 

 

Kensal Green Cemetery is

een bijzondere begraafplaats in Londen, met alleen al de graven van zo’n 700 beroemdheden. Er valt makkelijk een compleet verhaal over deze begraafplaats te schrijven, doch dat heeft Manuel Nepveu in 1988 al gedaan; zie de site van SV Promotie – artikelen – 1988.

 

Doch in 1997 werd het graf van Staunton verplaats naar een plaats vlak bij de graven van twee andere schakers, Alexander MacDonnell (1798-1835) en Louis Charles Mahe de La Bourdonnais (1797-1840.) (Zie het artikel van Manuel.) Bij die gelegenheid werd er tevens een grote steen met daarop ingegraveerd het paard uit de door Howard Staunton zelf ontworpen ‘Staunton-stukken’ op het graf geplaatst. De grafsteen draagt verder nog de simpele inscriptie “Howard Staunton 1810-1874.”

De opvolger van Anderssen als sterkste speler was William Steinitz. Steinitz versloeg Anderssen in 1866 in een match met 8-6, hoewel hij daarmee op dat moment waarschijnlijk nog niet de sterkere speler was.

 

Dan in 1886 volgt het hoogtepunt in de carrière van William Steinitz. In een match die de beide spelers zelf als de match om het Wereldkampioenschap Schaken hebben uitgeroepen verslaat hij Hermann Zukertort met 10-5 en wordt daarmee de 1e ‘officiële’ Wereldkampioen Schaken.

 

Zoals eerder beschreven bevind er zich ter eren van William Steinitz een plaquette op de muur van het gebouw van de Faculteit der Filosofie (Charles University) in Praag.

Is de plaquette van William Steinitz in zijn geboorteplaats Praag, zijn graf bevindt zich op de Evergreens Cemetery in Brooklyn, New York.

(Zie foto hiernaast.)

Steinitz vertrok rond 1862 van Praag naar Londen, leefde daar zo’n 21 jaar en vertrok in 1883 naar de Verenigde Staten van Amerika, alwaar hij in 1900 stierf.

 

Het graf van Steinitz is een rechtopstaande vierkante stenen zuil op een witte sokkel met bovenop een ingegraveerd stenen schaakbord en op de zijkant de tekst: Hier ruht in Frieden   William Steinitz  Geb.14 mai 1837   Gest.12.aug 1900

 

Als ik de afbeelding verder goed bekijk lijkt er op de beide zijkanten ook nog iets afgebeeld; daar bezit ik echter geen afbeeldingen van.  Ook is er op de begraafplaats in Brooklyn een hele heldere verwijzing naar het graf van William Steinitz: “Grave of William Steinitz, First World Chess Champion, In memory of my ancestor by Kurt Landsberger, grave Number 5893.”

 

Tarrasch_GrabWilliam Steinitz was wereldkampioen van 1886 tot 1894. In dat laatste jaar werd hij verslagen door Emanuel Lasker. Maar hoewel Emanuel Lasker degene was die uiteindelijk in 1894 tegen William Steinitz om de wereldtitel speelde en Steinitz ook versloeg, was Siegbert Tarrasch degene die in die dagen gezien werd als de man die de schaakkracht bezat om tegen William Steinitz te moeten spelen met de wereldtitel als inzet. Het is er nooit van gekomen. Wel speelde Siegbert Tarrasch in 1908 nog een match om de wereldtitel tegen Emanuel Lasker. Maar Tarrasch was toen al over zijn hoogtepunt heen en verloor met 8-3

(+ 5 remises.) 

 

Siegbert Tarrasch is evenals Adolf Anderssen geboren in het toen nog Duitse Breslau. (Breslau was hoofdstad van Schlesien en werd pas na de 2e Wereldoorlog Pools.)     

Hij was Duits kampioen in 1889, 1892 en 1894.                                                            

Hij stierf op 17 februari 1934 in Munchen en ligt aldaar begraven (zie afbeeldingen vorige en deze pagina) op het Nordfriedhof in Munchen.

 

Een redelijk eenvoudige grafsteen met het inschrift: Dr. Siegbert Tarrasch  Artz und Schach Grossmeister

5-3-1862 17-2-1934

Dit boven een afbeelding van een schaakpaard tegen de achtergrond van een schaakbord met daarnaast en daaronder nog het inschrift: Praeceptor Germania

 

Het begrip “Grossmeister” staat niet toevallig op dit graf van Siegbert Tarrasch. De term zou een ‘uitvinding’ van Siegbert Tarrasch zelf zijn, welke term hij  introduceerde in het toernooiboek Ostende 1907. De term stond in Ostende voor de top 6 van dit toernooi die een onderlinge zeskamp speelden. Daarnaast geven andere bronnen aan, dat de term "Grootmeester" gecreëerd werd door de Russische Tsaar Nicholas II, die deze titel in 1914 aan de vijf spelers (Lasker, Capablanca, Aljechin, Tarrasch en Marshall), gaf. Deze vijf spelers waren de finalisten van het door de Tsaar in 1914 in Sint Petersburg gefinancierde toernooi. Uiteindelijk raakte de term Grootmeester algemeen in gebruik. Maar pas veel later - in 1950 -  voerde de FIDE de titel officieel in.

 

Daarnaast staat ook het “Praeceptor Germania” niet toevallig op het graf van Siegbert Tarrasch; de jood Siegbert Tarrasch, patriot wiens oudste zoon als Luitenant in WO I stierf, heeft tot (na) zijn dood er alles aan gedaan om uit te dragen dat hij zich een echte Duitser voelde (ook nadat in 1933 de NSDAP van Hitler in Munchen de macht hadden gegrepen.) 

 

(Emanuel Lasker – de werkelijke troonopvolger van William Steinitz  - overleed overigens 11 januari 1941 in Manhattan, New York. Dit op ongeveer dezelfde tijd dat zijn zuster in de Nazi gaskamers stierf. Waar Emanuel Lasker precies begraven ligt, is onbekend. Hij stierf arm en zal waarschijnlijk ergens in een armengraf in New York begraven liggen, terwijl zelfs het Lasker Geselschaft in Berlijn niet lijkt te weten waar. Door omstandigheden kon Emanuel Lasker dus niet begraven worden op het Joodse Kerkhof in Berlijn-Weißensee, waar zijn familie en onder anderen ook zijn broers Berthold en Paul Lasker wel begraven zijn.)

 

H1-Maroczy-02Één van de grote rivalen van Emanuel Lasker was Géza Maróczy (Szeged, 3 maart 1870 - Boedapest, 20 mei 1951.) In 1895 behaalde hij de meestertitel te Hastings. In de periode daarna was hij na Emanuel Lasker de meest succesvolle toernooispeler, waarbij hij in de periode tot 1908 met een enkele uitzondering in alle toernooien waaraan hij deel nam minimaal een 2e plaats behaalde. In 1906 tekende hij een contract voor een match tegen Emanuel Lasker, maar die match vond door omstandigheden nooit plaats. Maróczy stopte met schaken en werd wiskundeleraar. Géza Maróczy heeft ook een tiental varianten ontwikkeld. De Maróczy-aanval in de Caro Kann (1.e4 c6 2.d4 d5 3.Pc3 de 4.Pe4 Lf5 5.Pg3 Lg6 6.f4) is daarvan waarschijnlijk de bekendste.

 

In een land als Hongarije is (was) schaken zo belangrijk dat er zelfs een aparte hoek op de Kerepesi begraafplaats in Boedapest voor schakers gereserveerd is. Hier bevindt zich ook het graf van Maróczy.

 

Hoewel op de foto nauwelijks zichtbaar, op het graf is een hoek van een schaakbord met enkel schaakstukken daarop afgebeeld.

H3-Breyer

En op de Kerepesi begraafplaats in Boedapest liggen nog een tweetal schaakgraven, namelijk die van Gyula Breyer en van Gedeon Barcza.

 

H2-Barcza-02Gyula Breyer (Boedapest, 30 april 1893 - Bratislava, 9 november 1921) Toen Breyer zeventien was speelde hij (met zwart) in Boedapest tegen Lasker en won in slechts 21 zetten. In 1912 werd hij Hongaars Kampioen en in

1921 verbeterde hij het wereldrecord blindsimultaan tot 25 borden. Breyer overleed echter in datzelfde jaar, pas 28 jaar oud, aan een hartaanval. Hij heeft een tiental schaakvarianten op zijn naam staan, waarvan het Breyersysteem in het Spaans (1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 a6 4.La4 Pf6 5.0-0 Le7 6.Te1 b5 7.Lb3 00 8.c3 d6 9.h3 Pb8 10.d4) wel de meest bekende is.

Gedeon Barcza (Kisujszállás,

21 aug 1911 - 27 feb 1986)

Barcza werd internationaal meester in 1950 en grootmeester in 1954. Hij was Hongaars Kampioen in 1942, 1943, 1947, 1950, 1951, 1955, 1957 en in 1958.

 

Tevens ligt op de Kerepesi begraafplaats in Boedapest nog het graf van de Lajos Asztalos (Pécs, 29 jul 1889 - Boedapest, 1 nov 1956),

Asztalos was Hongaars schaakkampioen in 1913. Deelnemer bij de schaak-olympiades in 1927, 1931 en 1936 voor Joegoslavië, Internationaal Meester en FIDE-vertegenwoordiger voor Hongarije. Het betreft hier dus geen schaakgraf.

 

capablanca-gravecapablanca-grave2Maar de kroon wat schaakgraven betreft is wat mij betreft toch wel het graf van de 3e Wereldkampioen Schaken José Raúl Capablanca (de bedwinger van Emanuel Lasker in 1921.) Dit graf bevindt zich op de Necropolis Christobal Colon, de dodenstad van Havana, alwaar Capablanca op zijn graf in Havanna een leversgroot schaakstuk heeft staan.  

 

Capablanca stierf, net als zijn voorgangers William Steinitz en Emanuel Lasker in New York. (Wat dus schijnbaar een nogal ongezonde stad voor Wereldkampioenen Schaken is.) En José Raúl Capablanca stierf ‘in het harnas,’ namelijk op 8 maart 1942 in de befaamde Manhattan Chess Club in New York, tijdens de analyse van een schaakpartij. Generaal Batista, de toenmalige President van Cuba, zorgde er persoonlijk voor dat het lichaam van de voormalige wereldkampioen overgebracht werd naar Havana, om aldaar op de erebegraafplaats van Cuba, de Necropolis Christobal Colon begraven te worden.

 

José Raúl Capablanca

Geb. 19 november 1888 Havanna

Gest. 8 maart 1942 New York

Wereldkampioen 1921- 1927

 

De Necropolis Christobal Colon, genoemd naar Christopher Columbus, staat bekend om zijn weelderige graven, vol met grote wit marmeren engeltjes, grote kruizen, een grote witte dominosteen (voor een vrouw die een hartaanval kreeg tijdens dit spel) en op één graf zelfs een marmeren hond die waakzaam de omgeving in de gaten houdt. Het graf van Capablanca valt dus niet eens uit de toon in deze omgeving.

 

Havanna’s notabelen zijn op deze begraafplaats begraven.

En het was hier tijdens de begrafenis – in 1951 – van de leider van de Cubaanse Orthodoxe partij, dat de jonge student Fidel Castro op het graf van de man sprong en een gepassioneerde rede tegen de corruptie van de toen zittende regering afstak. Jaren later, tijdens de begrafenis van zeven Cubaanse piloten in april 1961 kondigde Fidel Castro hier voor het eerst de socialistische revolutie af.

 

Op het graf van José Raúl Capablanca staat een grote marmeren schaakstuk. Maar als je naar het graf van Capablanca kijkt is de grote vraag, welk schaakstuk er dan op dit graf staat. Lang heb ik gedacht aan een Dame of een wat vreemd uitgevallen loper. Dit totdat iemand mij er op wees, dat bij de Zuid-Amerikaanse stukken de Dame en Koning vaak alleen maar in grootte van elkaar te onderscheiden zijn. Daarom ben ik er inmiddels van overtuigd dat er dus een Koning op dit schaakgraf staat; het enige logische stuk op dit graf van de 3e Wereldkampioen.

aljechin-grave2004

De laatste overleden Wereldkampioen schaken met een schaakgraf is

Aljechin.

 

Alexander Alexandrovitch Aljechin

Geb. 31 oktober 1892, Moskou

Gest. 24 maart 1946 Estoril

Wereldkampioen

1927-1935 en

1937-1948

Tot op heden de enige Wereldkampioen die ook als Wereldkampioen is overleden.

 

Aljechin2Alexander Aljechin werd door de revolutie 1917 in Rusland verdreven en kreeg uiteindelijk politiek asiel in Frankrijk, waar hij genaturaliseerd werd tot Fransman. In Frankrijk leefde hij met zijn vrouw en zijn twee katten. Toen hij stierf als wereldkampioen werd hij op kosten van de wereldschaakbond FIDE (met destijds als hoofd-kantoor Parijs) begraven op de begraafplaats Montparnasse in het zuiden van Parijs.

 

Op Aljechin’s grafsteen van licht bruin graniet werd een groot liggend schaakbord afgebeeld evenals zijn portret op de    

staande steen te zien is in karakteristieke denkhouding (zie afbeelding hiernaast.)   

Echter bij een storm op 26 december 1999 is de staande grafsteen omgevallen boven op de liggende steen. Van beide stenen was veel vernield. Het graf schijnt de verantwoording te zijn van een aantal Amerikaanse nakomelingen van Alexander Aljechin. Die hadden er echter weinig geld voor over om één en ander op te knappen en zo kon het graf tot in 2004 in beschadigde vorm blijven liggen.

 

De eerste foto van het graf van Aljechin geeft het graf weer zoals het er lange tijd heeft uitgezien. Letterlijk doodzonde dus. Inmiddels is het graf – waarschijnlijk begin 2004 – weer hersteld en heeft het weer zijn oude luister terug. (Aldus een medelid van de Motiefgroep Schaken, die het graf in mei 2004 bezocht); “het graf is geheel gerestaureerd en ziet er fraai uit.”

Chessgraf

Als laatste het graf van een Wereldkampioen correspondentie-schaken  Viacheslav Ragozin

Geb. 8 oktober 1908,

Gest. 11 maart 1962

Dit graf bevindt zich op de begraafplaats Novedevichy / Новодевичии (New Maiden Cemetery)

in Moskou. De begraafplaats Novedevichy was tijdens het Sovjetregime de begraafplaats voor

de meest eminente en bekende communisten.

 

(Oorspronkelijk wist ik dit graf overigens niet te duiden. Met dank aan Manuel Nepveu  - aan wie ik nog een aantal andere op- en aanmerkingen bij dit artikel te danken heb – weet ik nu dat het hier het graf van Viacheslav Ragozin betreft.)

 

Op het graf van Ragozin staan een Toren en een Paard afgebeeld, alsmede (in het Russisch) “Grootmeester Viacheslav Ragozin 1908 – 1962.”

 

De in St. Petersburg geboren Ragozin was kampioen van Leningrad in 1936 and 1945, was Grootmeester sinds 1950 en werd in 1959 Correspondentieschaak Grootmeester. In 1959 werd hij de 2e Wereldkampioen Correspondentieschaak,

een titel die hij in 1962 weer verloor aan de Belg O'Kelly de Galway.

Verder is Viacheslav Ragozin vooral bekend als de jarenlange secondant en sparringpartner van Wereldkampioen Mikhail Botwinnik. Ragozin werkte voor de FIDE en voor het Russische magazine "Shakhmaty v SSSR" en hij schreef een uitstekend boek over de 1ste match Botwinnik – Tal. Ragozin stierf in 1962 in Moskou tijdens het werken aan een boek met zijn eigen partijen.

Het boek werd later in 1964 onder redactie van M. Beilin door zijn vrienden voltooid.

 

Voor het overzicht. De volgende schaakgraven zijn beschreven:

 1. Schaakgraf Daniël Noteboom, Noordwijk, Nederland

 2. Schaakgraf Jacques Davidson, Diemen, Nederland

 3. Schaakgraf Eric Welmer, Lochem, Nederland

 4. Schaakgraf Adolf Anderssen, Breslau, Polen

 5. Schaakgraf Howard Staunton, Londen, Engeland

 6. Schaakgraf William Steinitz, New York, Verenigde Staten

 7. Schaakgraf Siegbert Tarrasch, München, Duitsland 

 8. Schaakgraf Géza Maróczy, Boedapest, Hongarije

 9. Schaakgraf Gyula Breyer, Boedapest, Hongarije

10. Schaakgraf Gedeon Barcza, Boedapest, Hongarije

11. Schaakgraf José Raúl Capablanca, Havanna, Cuba

12. Schaakgraf Alexander Aljechin, Parijs, Frankrijk

13. Schaakgraf Viacheslav Ragozin, Moskou, Rusland