In minder dan twee jaar tijd zijn nu vier prominente (ex-) Promotianen vertrokken. Hans Meijer nu als laatste.
Ik ken Hans al sinds de jaren ’80. Op zeker moment gingen wij als redacteuren aan de slag met ons clubblad, de Promoot. Dit was een uitstekende manier om hem te leren kennen. Natuurlijk kende ik hem als teamgenoot van ons eerste, maar onze samenwerking leverde een meer omvattend contact op. Hans was een E-ingenieur en als een en ander niet via een omweg tot stand was gekomen, was hij iemand geweest die zonder meer een academische carrière had kunnen maken: nieuwsgierig, alert en uiteraard slim.
Nodeloos te zeggen, hij was een sterke schaker die in zijn vroege jaren nog met de Böhms en Ligterinks van deze wereld achter het schaakbord zat. Zijn introductie met het schaken was trouwens apart. Hij wilde eerst dammen, meldde zich bij de damvereniging in zijn woonplaats en kreeg toen de opmerking: “Ah, jij bent er een van Meijer”. De Meijers waren katholiek, de dammers in Kockengen waren dat niet, de binnenkomst was duidelijk niet overdreven hartelijk. En zo is hij dus schaker geworden.
Hans was getrouwd met een Boliviaanse, Gardenia. In het kader van vervangende dienstplicht kwam hij in Bolivia terecht… en zo is het gekomen. In 2008 gingen een aantal Promotianen naar Bolivia voor een toernooi, maar vooral ook een rondreis door dit fascinerende land. Schitterend uitgestippeld door Hans. Je kreeg ook het gevoel dat hij een van hun was, zoals ik dacht te observeren. Zijn Spaans was overduidelijk vloeiend, zijn contact met de “inheemsen” gemakkelijk.
Hans is ook een aantal keren met de schaakvakanties van een aantal Promotiespelers meegegaan. Dat leverde ook wat kennis op over zijn schaakgemoed op sommige momenten. In Oberwart verloor hij een partij waarin hij gewonnen stond. Op het moment van de overgave smeet hij zijn notatieblaadje op het bord, zijn tegenstander verbouwereerd achterlatend en verdween kokend naar buiten. Nog zo’n twee dagen nadien moesten we zijn analyses aanhoren waarin hij aantoonde hoe hij had kunnen en moeten winnen. Twee dagen verwerkingstijd.
Als gevolg van de samenwerking mbt het clubblad kregen we ook discussies over andere, vaak wetenschappelijke onderwerpen. Ik heb tientallen, misschien enkele honderden e-mails met hem gewisseld. Die hadden betrekking op de stukjes die hij in de Promoot schreef en op de twee boekjes die hij componeerde over het schaken – boekjes alleen voor intimi, zoals dat heet. Daaraan heb ik veel discussies te danken, die voor een flink deel over probabilistische problemen gingen. En, o ja, we hebben in de Acta Nova van de universiteit van Cochabamba een artikel gepubliceerd waarin een weddenschap werd besproken die Hans met die andere Hans, namelijk Böhm namelijk, had. Helaas gaat het te ver dat hier uit de doeken te doen. Bovendien zag Hans kans zijn absoluut krankzinnige belangstelling voor bizarre reeksen in dat artikel te botvieren. (Euler’s ship on the pentagonal sea, Acta Nova vol.4, 1 dec. 2008, ik heb nog kopieën). Wie Hans nog iets beter wil leren kennen, leze zijn columns. Bijv. Vreemdeling in een vreemd land (2012) en De twee getallen van Hipparchus (2015), Het einde van de denksporten en de laatste schaker.(2018) en Schaken tussen wal en schip (2019).
Hans is niet meer, de dreun is uitgedeeld. Maar de herinneringen blijven aan deze nieuwsgierige, alerte en ook zeer sociale schaker. Hans, ik zal nog regelmatig en met warmte aan je denken!
